De joodse gemeenschap wil haar sjoel graag terug

Waar winden stedelingen zich over op? In Alkmaar maakte de burgemeester ruzie over de synagoge. „Het liep allemaal hoog op.”

De voormalige synagoge aan de Hofstraat in Alkmaar is nu een kerk van baptisten. Mogen er appartementen op het terrein komen? Foto Walter Herfst Alkmaar, augustus 2008 Voormalige synagoge aan de Hofstraat. Foto: Walter Herfst Herfst, Walter

De joden waren weggevoerd en vermoord. En na de oorlog kochten de baptisten de Alkmaarse synagoge met bijgebouwen van enkele overgebleven joden en verbouwden het onttakelde complex tot kerk. „Zonder ons was de synagoge er niet meer geweest”, zeggen twee ‘oudsten’ ofwel bestuursleden van de baptistengemeente, Kees de Bruyn en Gerard Bakker.

De baptisten hebben er ruim vijftig jaar gekerkt. Het joodse schooltje, het cheider, wordt gebruikt voor koffiedrinken na de zondagse dienst en voor bijbelstudie. De ruimte met het reinigingsbad, het mikwe, is verbouwd tot keuken. Onder de vloer van de synagoge is een bad uitgehakt waarin de baptisten worden gedoopt. En de rabbijnwoning is in gebruik als crèche en ontmoetingsruimte.

De joodse gemeenschap wil haar sjoel graag terug. „De synagoge is en blijft joods cultureel erfgoed, dat alleen als gevolg van de holocaust buiten de joodse gemeenschap is geraakt”, zegt emeritus hoogleraar economie Arnold Heertje, adviseur van de Stichting Alkmaarse Synagoge (SAS). Er weer een synagoge van maken is een goed plan, vond ook burgemeester Piet Bruinooge van Alkmaar. „Het in ere herstellen van de Alkmaarse synagoge zou in mijn optiek voor onze lokale geschiedenis een belangrijk gebaar zijn”, zei hij vorig jaar in een toespraak. De baptisten waren bereid ergens anders te gaan kerken.

Alles leek voorspoedig te verlopen. Burgemeester Bruinooge (CDA) wist woningcorporatie Van Alckmaer te bewegen een vervangend gebouw voor de baptisten te vinden, op een industrieterrein in het oosten van de stad. Minder enthousiast onthaald werd zijn voorstel dat de woningcorporatie de synagoge zou kopen, restaureren en verhuren aan de joodse gemeenschap, en op de plaats van het mikwe en het cheider appartementen te bouwen. Geen sprake van, liet voorzitter Loes Citroen van de SAS weten. „Dat zou betekenen dat het erfgoed wordt verkwanseld. Het cheider en het mikwe zijn onscheidbaar van de synagoge. Zonder die elementen kunnen we onze godsdienst niet uitoefenen.”

De afwijzende reactie heeft tot irritatie geleid bij burgemeester Bruinooge. „Mijn informatie was dat de joodse gemeenschap geen geld had om zelf de synagoge te kopen”, vertelt hij op het stadhuis. Vandaar het plan om de woningcorporatie erbij te betrekken en toe te staan dat er woningen worden gebouwd. „Daartoe is een corporatie statutair verplicht.” Het „negativisme” van de joodse gemeenschap had hem vervolgens verrast. „Het liep allemaal hoog op.” De burgemeester zegde vorige week een gesprek met betrokkenen af. Waarom was de joodse gemeenschap niet wat inschikkelijker? Waarom bijvoorbeeld hardnekkig vasthouden aan het mikwe, dat immers pas in 1932 aan de synagoge is toegevoegd?

Wat ook niet hielp, is dat de burgemeester in eerdere gesprekken met de stichting te verstaan was gegeven dat hij ambtshalve verantwoordelijk is voor wat er met de joden in Alkmaar tijdens de oorlog was gebeurd. „Tja, dat was een gedenkwaardig gesprek. Ik heb in gesprekken gemerkt dat het trauma van de holocaust nog niet is verwerkt. Ik kan dat natuurlijk niet accepteren. Ik ben niet van het slag dat mensen verantwoordelijk stelt voor wat hun voorvaders wel of niet hebben gedaan.”

De Stichting Alkmaarse Synagoge ziet het anders. Om te beginnen heeft niemand ooit beweerd dat de burgemeester verantwoordelijk is voor de holocaust. Heertje: „De burgemeester moet eens ophouden te zeggen dat hij niet verantwoordelijk is voor de holocaust. Wij hebben alleen gezegd dat hij als burgemeester verantwoordelijk is voor het behoud van joods cultureel erfgoed.” En de irritatie van de burgemeester over het afwijzen van de bouwplannen is ook onterecht. Heertje: „De burgemeester komt de eer toe de patstelling te hebben doorbroken door op zoek te gaan naar een vervangende ruimte voor de baptisten. Maar in de uitwerking zat een weeffout. Hij had respect moeten hebben voor onze eis dat er geen commerciële appartementen worden gebouwd op plaatsen die voor de synagoge van groot belang zijn.”

Deze week leek de kwestie alsnog te worden opgelost. De joodse gemeenschap wil de synagoge zélf kopen en heeft daar vermoedelijk ook geld voor. Van Alckmaer blijft bereid de baptisten onderdak te verlenen in de eerder voorgestelde ruimte. Ook de baptisten werken graag mee. Kees de Bruyn: „Wij verkopen de kerk liever aan de joodse gemeenschap dan aan de corporatie. Het zijn onze oudere broeders, nietwaar.” Gerard Bakker wijst naar het luik in de vloer van de voormalige synagoge, waaronder zich het baptistenbad bevindt. „Dat kunnen ze zó overnemen.” De joden wijzen het aanbod beleefd af. „Dat bad is geen mikwe. Het voldoet niet aan onze godsdienstige eisen.” Ook de burgemeester is tevreden. „Misschien dat we er op deze manier uitkomen.” De baptisten geloven er in. De Bruyn: „Wij heben dit proces met veel gebed omgeven. Wij vertrouwen op een goede afloop.”