Cubaan wint de race waar China naar uitkeek

Atleet Dayron Robles (21) is een studentikoos ogende Cubaan. Een bijzondere verschijning op de baan die dit jaar de 110 meter horden domineert.

De Cubaan Dayron Robles wint met overmacht de olympische titel op de 110 meter horden. Foto AFP Cuba's Dayron Robles competes to win the men's 110m Hurdles final at the National stadium as part of the 2008 Beijing Olympic Games on August 21, 2008. Cuba's Dayron Robles won ahead of US athletes David Payne and David Oliver. AFP PHOTO / NICOLAS ASFOURI AFP

Dayron Robles kon het ook niet helpen dat zijn grote rivalen Liu Xiang en Terrence Trammell de Spelen geblesseerd moesten verlaten. De jonge Cubaan profiteerde dankbaar van het geplaveide pad en werd gisteren met overmacht olympisch kampioen op de 110 meter horden. De finale, die was aangekondigd als hét gevecht van ‘Peking’, werd een eenzijdige wedstrijd, waaraan Robles met zijn snelle tijd van 12,93 seconden nog enige kleur gaf.

De bezetting van de hordenfinale gaf nog maar eens aan hoe zinloos voorspellingen zijn en hoezeer verwachtingen opgeklopt kunnen worden. Op donderdag 18 augustus zou het moeten gebeuren: de grote strijd tussen olympisch kampioen en Chinese volksheld Liu en de Cubaanse wereldrecordhouder Robles. En wie weet zou de Amerikaan Trammell, de nummer twee van de Spelen in Sydney (2000) en Athene (2004), nog een wig tussen de twee topfavorieten kunnen drijven.

Alle bespiegelingen bleken nutteloos toen Liu maandag in de series met een kapotte achillespees uitviel en Trammell diezelfde dag het Vogelnest met een hamstringblessure moest verlaten. De donderdag waar ‘heel China’ naar had uitgekeken, de dag dat Liu zijn olympische titel moest verdedigen, werd in rust beleefd. Alsof Robles voor een tribune met kerkgangers naar de finish snelde, zo stil waren de toeschouwers in het stadion waar een magische avond was voorspeld.

De studentikoos ogende Robles nam de gouden medaille dankbaar in ontvangst, hoewel hij elke suggestie van een gemakkelijke overwinning weg wuifde. In zijn opvatting vereist elke race opperste concentratie, omdat lichtvaardigheid de grote valstrik is. „Een hordenloop is daarvoor te gecompliceerd. De lichtste aanraking van een horde kan vergaande consequenties hebben, vraag het Lolo Jones [de Amerikaanse atlete die na een touché goud op de 100 meter horden verspeelde, red]. Ik had me voorgenomen elke race in Peking als een finale te benaderen.”

Die instelling bracht hem de olympische titel en de tweede gouden medaille voor Cuba, het arme land dat goed voor zijn succesvolle sporters zorgt. En Robles is goed voor Cuba, zoals hij recentelijk in een internetbrief liet weten. De atleet werd geïnspireerd door Anier Garcia, zijn landgenoot die goud won op de 110 meter horden in Sydney (2000) en vier jaar later brons in Athene. Robles en Garcia trainen intussen samen en delen de Cubaanse succestrainer Santiago Antunes.

Naast zijn natuurlijke aanleg zit het geheim van Robles in zijn pasfrequenties en zijn vrijwel vlekkeloze techniek. De Cubaan doet er een pas minder over dan zijn concurrenten om bij de eerste horde te komen en kan door zijn vlekkeloze coördinatie van afzet- en hefbeen een hoog ritme lang volhouden. Zo werd hij gisteren olympisch kampioen in Peking, zijn eerste grote titel.

Als het aan Robles ligt volgen er nog vele, want hij zei gisteren in de voetsporen te willen treden van de Amerikaan Allan Johnson en de Brit Colin Jackson, twee gelauwerde hordenlopers die als dertigers afscheid namen. Robles hoopt zelfs tot zijn 36ste door te kunnen gaan. Als hij tot die leeftijd fit blijft, heeft de Cubaan nog zeker drie olympiades te gaan. Voor hem een prettig vooruitzicht, minder voor zijn tegenstanders, ervan uitgaande dat gedurende die periode zijn dominantie aanhoudt.

    • Henk Stouwdam