Superman op de baan

Usain Bolt zet een nieuwe standaard bij het sprinten.

Sinds gisteren is hij olympisch kampioen en wereldrecordhouder op zowel de 100 als 200 meter.

Usain Bolt komt over de finish in een nieuw wereldrecord: 19,30 seconden. Foto Reuters Usain Bolt of Jamaica (5th lane) crosses the finish line to win the men's 200m final of the athletics competition in the National Stadium at the Beijing 2008 Olympic Games August 20, 2008. Bolt set a new world record with a timing of 19.30 seconds. REUTERS/Kim Kyung-Hoon (CHINA) REUTERS

Usain Bolt is een mens van vlees en bloed, maar hij presteert buitenaards. Nadat de Jamaicaanse sprinter, die vandaag 22 jaar wordt, zaterdag verbaasde met een verbluffende tijd (9,69) op de 100 meter, brak hij gistermiddag het twaalf jaar oude wereldrecord van Michael Johnson. De 19,32 is geschiedenis, 19,30 seconden is de nieuwe standaard. En de nieuwe bron voor sprinters is Jamaica, het eiland dat bij de Spelen de korte afstanden domineert.

In tegenstelling tot de 100 meter deed Bolt gisteravond in het Vogelnest bewust een aanval op het wereldrecord. Op de kortste afstand was hij alleen geïnteresseerd in de gouden medaille, maar de 200 meter is ‘zijn’ nummer. „Die afstand ligt me na aan het hart, omdat ik dat nummer van kindsbeen af loop. Ik was houder van het wereldrecord voor junioren en wilde per se het record bij de senioren.” Bolt is nu de enige die zowel de 100 als de 200 meter op de Spelen won in een wereldrecord.

De man die zijn record kwijtraakte noemde zijn opvolger voor de Britse televisiezender BBC, waarvoor Johnson tijdens de Spelen commentaar geeft, ‘Superman 2’. De eerste is de Amerikaanse zwemmer Michael Phelps. Over de race zei Johnson voor de BBC: „Zijn start was ongelooflijk. Die vond ik zelfs beter dan op de 100 meter. Hij liep een perfecte bocht en had de kracht tot het eind de snelheid hoog te houden. It was amazing.”

Na zijn tweede olympische titel voerde Bolt met de nationale vlag om zijn schouders weer een show op. Hij danste en bespeelde het Chinese publiek, dat het allemaal prachtig vond. De snelste sprinter van ‘Peking’ is ook de artiest van het Vogelnest.

En hij is niet de enige Jamaicaan die opvalt. Op de drie sprintnummers die zijn gehouden, is de tussenstand Jamaica-VS 3-0. De Amerikanen Shawn Crawford en Walter Dix wonnen gisteren wel zilver en brons nadat de Antilliaan Churandy Martina en de Amerikaan Wallace Spearmon gediskwalificeerd werden omdat zij buiten hun eigen baan stapten.

De dominantie van het Caribisch eiland lijkt nog niet voorbij, want na de dubbelslag van Bolt en de zege van Shally-An Fraser op de 100 meter, lijken de medailles op de 200 meter bij de vrouwen ook door Jamaica te worden verdeeld. Veronica Campbell-Brown en Kerron Stewart plaatsten zich gisteren als de twee snelsten voor de finale en krijgen gezelschap van landgenoot Sherone Simpson.

Waar komt die dominantie van Jamaica op de sprintnummers – 39 van de 52 atleten uit Jamaica bij de Spelen zijn sprinters – toch vandaan? Iedere eilandbewoner die je in Peking spreekt, geeft hetzelfde antwoord: we hebben al decennia lang goede sprinters, maar de Amerikanen waren doorgaans net iets beter. Maar zij beleven een terugval. En iedereen verwijst naar de sprintcultuur in het land. Kinderen zijn vanaf hun schooltijd al vertrouwd met sprinten, wat voornamelijk komt door de jaarlijkse scholierenwedstrijd in het nationale stadion van de hoofdstad Kingston. Naar die Girls en Boys Champ komen traditiegetrouw 30.000 mensen kijken. En talentvolle jongeren met ambitie weten: als ik het wil maken als sprinter moet ik opvallen bij die wedstrijd. Wie daar uitblinkt, heeft een gerede kans te worden opgenomen in een nationale jeugdselectie.

En wie zich goed ontwikkelt, komt misschien in aanmerking voor de MVP-club van Stephen Francis, trainer aan de Utech Universiteit van Kingston. Welk Jamaicaans talent wil niet begeleid worden door de trainer van Asafa Powell, Michael Frater of Sherone Simpson? En wie niet door Francis wordt opgepikt, heeft eventueel een kans bij Glen Mills, de trainer van Bolt.

Powell en Bolt hebben de toon gezet voor een verblijf van sprinters op Jamaica. Opvallend, omdat in de decennia ervoor de sterkste Jamaicanen met aantrekkelijke beurzen naar Amerikaanse universiteiten werden gelokt. Maar het systeem met veel collegewedstrijden past niet iedere Jamaicaan. Gemakzucht en een zekere luiheid is velen niet vreemd; Powell en Bolt laten zich er zelfs openlijk op voorstaan. Omdat het past bij hun karakter en levenswijze. Zij hebben meer baat bij een relaxt sportklimaat, dan bij het hijgerig najagen van succes, de cultuur waarin de Amerikanen groot worden. Veel Jamaicaanse talenten zijn al in dat geweld ten onder gegaan.

Er zit echter een smetje op het Jamaicaanse joie de vivre. Het land heeft geen onafhankelijk out-of-competition-programma voor dopingtesten en is evenmin lid van de Caribische Regionale Dopingorganisatie. Waarmee is niet gezegd dat Jamaicanen geen controleur aan huis krijgen. De internationale atletiekfederatie voert om die reden zelf ‘vliegende controles’ uit. Bovendien worden sprinters als Powell en Bolt tijdens hun wedstrijden intensief gecontroleerd. In Peking beklagen de Jamaicanen zich erover dat ze te vaak getest werden.

    • Henk Stouwdam