Salomonsoordeel met dubbele bodem

De voormalige chauffeur van Bin Laden is er genadig van afgekomen. Dat maakt de weeffouten van de bijzondere rechtspleging niet goed.

Ik weet niet of het panel eerlijk kan handelen na alles wat er verkeerd is gegaan, zei de toegewezen verdediger van Salim Hamdan tegen een persbureau terwijl een militaire jury op Guantánamo beraadslaagde over zijn cliënt. De gezworenen verklaarden de Jemeniet, die Osama bin Laden als chauffeur heeft gediend, schuldig aan „materiële steun aan terrorisme” maar spraken hem vrij van de tweede en ernstiger aanklacht van ”terroristische samenzwering”. Hij zou in theorie over vijf maanden kunnen vrijkomen.

Een mooi Salomonsoordeel. Het Witte Huis was er als de kippen bij om aan te tekenen dat het toch maar goed is gekomen met de Militaire Commissies, zoals de naam luidt van de uitgeklede krijgsraden die president Bush na de aanslagen van 11 september 2001 had ingesteld. Deze bijzondere rechtspleging stootte meteen op ernstige kritiek, niet in de laatste plaats, omdat hij was gekoppeld aan een nieuw soort verdachten, de zogeheten ‘illegale vijandelijke combattanten’. Amerika had deze categorie voor de gelegenheid bedacht om basisrechten van opgepakte terreurverdachten te kunnen omzeilen. Daarbij kwam dat Bush de commissies per decreet instelde in plaats van het Congres te vragen om een wet. Door de spelregels voor en de benoemingen in de commissies geheel aan zich te trekken riep de president ernstige twijfel op over de onafhankelijkheid van de rechtspleging.

Dit maakte de militaire commissies tot een testcase voor het rechtgehalte van de strijd tegen het internationale terrorisme. Dat is onder Bush danig in de knel gekomen, terwijl het toch een onmisbaar element is. Inmiddels is er wel iets gebeurd, al is er weinig voor het Witte Huis om trots op te zijn. Het federale Hooggerechtshof moest er in 2004 aan te pas komen (ook al in het geval van Hamdan) om een wet af te dwingen, de Military Commissions Act (MCA). Onder pressie van Bush ging het Congres echter akkoord met een beschamende regeling. Zo staat hij toe een verdachte te veroordelen op grond van geheime informatie en de resultaten van derdegraadsverhoren – in strijd met een eerlijk proces.

Het Hooggerechtshof sprak zich in 2004 niet uit over het door de president geclaimde recht om vijandelijke strijders op te sluiten voor de duur van de vijandelijkheden. Aangezien niemand kan zeggen wat de ‘oorlog tegen het terrorisme’ van Bush eigenlijk inhoudt – dus wanneer hij is afgelopen – maakt dat gevangenhouding voor onbepaalde tijd mogelijk. Als het aan Bush ligt ook nog eens zonder vorm van proces. In juni van dit jaar besliste het Hooggerechtshof echter in de zaak-Boumedienne dat de gedetineerden van Guantanamo Bay niet verstoken zijn van het klassieke recht van habeas corpus: toegang tot een rechter om hun detentie te toetsen. „De prijs van uitstel kan niet langer worden gedragen door de personen in hechtenis”, zoals een raadsheer het uitdrukte.

Na het Hamdan-arrest waren op Guantanamo al aparte tribunalen ingesteld om de status van de gedetineerden te beoordelen. Maar het is niet duidelijk of deze ook de rechter echt kunnen vervangen. Vlak na het arrest-Boumedienne vernietigde het Hof van Beroep in de hoofdstad Washington een beslissing van zo’n tribunaal over de Oeigoer Parhat, maar drie weken later zei een ander hof in Richmond dat de president personen die hij als vijandelijke strijder aanmerkt wél onbeperkt kan vasthouden. Volgens deze laatste redenering heeft Hamdan niets aan zijn milde vonnis, maar blijft hij gewoon vastzitten.

De grote vraag van de zaak-Hamdan blijft: waarom zijn die Militaire Commissies er eigenlijk? Het Hooggerechtshof eiste in 2004 een duidelijke „praktische noodzaak” voor speciale rechtspleging. Redenen als de bescherming van vertrouwelijke bronnen gaan niet op. De reguliere militaire rechtbanken van de VS kunnen daarin voorzien. Twee dingen vallen op. De MCA verleent met terugwerkende kracht immuniteit voor martelingen aan Amerikaanse overheidsdienaren, hoewel het internationale verbod van tortuur géén uitzonderingen kent. En de procedure voor de commissies heeft een besloten karakter. Deze combinatie doet vermoeden dat de ware reden waarom de regering-Bush zo vasthoudt aan de commissies is dat zij wil voorkomen dat naar buiten komt wat in haar naam is misdaan. Zo bleken klachten van Hamdan niet te controleren. Dat is een afdoende reden met die commissies te stoppen.

Frank Kuitenbrouwer is medewerker van NRC Handelsblad

Reageren? E-mail kuitenbrouwer@nrc.nl of via nrc.nl/kuitenbrouwer (Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie.)