Rotterdam wijst moslim terecht af

De gemeente Rotterdam heeft drie jaar geleden terecht een sollicitant afgewezen die uit religieuze overwegingen weigerde vrouwen een hand te geven. Dat heeft de rechtbank van Rotterdam bepaald.

De man, een orthodoxe moslim, solliciteerde in september 2005 naar de functie van klantmanager bij de dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Tijdens zijn sollicitatiegesprek droeg hij traditionele moslimkleding en weigerde hij een vrouwelijke personeelsfunctionaris uit geloofsovertuiging een hand te geven.

Na zijn afwijzing kaartte de Rotterdammer zijn zaak aan bij de Commissie Gelijke Behandeling. Die oordeelde dat de gemeente onjuist had gehandeld. De sollicitant had nooit op basis van zijn kledingstijl afgewezen mogen worden. Volgens de gemeente speelde de kleding wel een rol, maar had hij de baan gekregen als hij bereid was geweest de vrouwelijke P&O-medewerker een hand te geven.

De rechtbank benadrukt dat het schudden van handen in Nederland een gebruikelijke begroetingsvorm is. „Het weigeren een hand te geven, kan dan ook als onbeleefd of kwetsend worden ervaren.” Vooral als dat gebeurt door een persoon van het andere geslacht, aldus de uitspraak.

De klantmanager is de contactpersoon van burgers. Hij verwelkomt mannen en vrouwen met diverse religieuze achtergronden. De gemeente benadrukt geen onderscheid te willen maken tussen mannen en vrouwen. Door vrouwen te weigeren een hand te geven, maakt hij echter wel een onderscheid, meent Rotterdam. De rechtbank spreekt van „een passend en noodzakelijk middel” de man niet aan te stellen als klantmanager.