Roeren en klutsen

De Olympische Spelen in Peking duren nog tot zondag.

nrc.next-redacteuren testen hun sporttalent. Kunnen ze meedoen aan de Spelen in 2012? De laatste aflevering.

Vier linkerbenen klappen naar links, dan omhoog, rechts sluit aan, tenen gestrekt. Langzaam zinken ze naar beneden. Even later verschijnen vier badmutsen boven het wateroppervlak. Vragend kijken ze ons aan. „En?”

„Aardig hoor”, zeggen wij. „Alleen jij daar, linksachter, jij stak je verkeerde been omhoog.”

„Goed meiden, nóg een keer!” Christel de Kock (21) telt af: „vier, vijf, zes zeven”, en daar gaan ze weer.

Wij hangen inmiddels uitgeteld op de rand van het zwembad en zijn alleen nog in staat de rol van jurylid te vervullen. Synchroonzwemmen is de zwaarste vrouwensport die er is, zei een van de zwemsters, en dat hebben we gemerkt. Bij de warming-up haakte we na vier baantjes borstcrawl af, zo’n veertig baantjes eerder dan de nationale selectie. Die in rap tempo de baantjes aflegde in borstcrawl, schoolslag, vlinderslag, rugcrawl en, het zwaarste, de eggbeat: als een eierklutser met je benen door het water roeren terwijl je het bovenlijf stil houdt.

Het is pas fase één, vertelt De Kock. „Je hebt ook nog periode twee en drie. Die noemen we ‘zum Kotzen’.” Nu net na de vakantie werken de elf meiden van de selectie nog vooral aan conditie en techniek. Straks worden ze ook mentaal aangepakt: eindeloos baantjes zwemmen totdat de muziektape start en ze de kür op het juiste moment moeten oppakken. Steeds opnieuw, zegt De Kock, net zo lang totdat je niet meer weet dat je eigenlijk allang verzuurd bent.

Hier, in De Estafette in Nieuw-Vennep, traint de nationale selectie. Elf meiden, één trainster, een aantal jerrycans voor de balansoefeningen en stukken autoband om je tenen mee op te rekken. Doel: meedoen aan de Olympische Spelen in 2012.

Of dat zal lukken is nog maar de vraag: in Nederland is synchroonzwemmen al jaren een ondergeschoven kindje. Daarom liggen wij nu om zes uur ’s ochtends in het zwembad. Beslist geen ideaal tijdstip, vindt ook trainster Leonie Cornielle. „Maar het bad op andere tijden huren is voor ons gewoon te duur.” Niet voor niets is Cornielle in Nederland de enige betaalde kracht in het synchroonzwemmen.

Daar komt misschien verandering in. Sinds de dames op het Europese Kampioenschap afgelopen maart met een zesde plek de B-status behaalden, zit kunstzwemmen in de lift. Naast een vergoeding van zo’n 200 euro per maand, is voor ‘erkende’ topsporters ook een studie makkelijker te combineren. Bovendien komt er een speciaal ‘Huis van de Sport’ waar ze dichterbij het zwembad wonen. En er komt een tweede betaalde coach. Geen luxe. Cornielle: „de Russen hebben er per groep zeker drie.”

Toch zijn ‘we’ zeker niet kansloos. Want Nederland heeft een geheim wapen: de Tom-neus, (vernoemd naar de bedenker). Ouderwetse neusklemmetjes zijn daarmee verleden. De Tom-neus, een plastic soort kurk die je in je neusgat duwt, heeft de nodige jaloezie van de Russen tot gevolg.

De Kock: „Synchroonzwemmen gaat beslist ook om het uiterlijk.”

De oude neusklemmen mogen wij vandaag gebruiken. Omstebeurt proberen we de flamengohouding: met je hoofd onder water en één been in de lucht. „Gaat goed Lineke! Maar niet je kin op je borst. Probeer naar de muur te kijken.” Als een tol draait Lineke om haar as. „En nu proberen stil te blijven staan.” Freek steekt ondertussen voorzichtig (als niemand kijkt) zijn been de lucht in. Langzaam verdwijnt zijn hoofd samen met het hoekige, gekromde gevaarte onder water.

Dan komt Mandy de lenigheidsjuf aangestampt. Met één handzwaai dirigeert ze alle meisjes uit het water. Christel moet aan haar split werken, weer anderen doen de spagaat. Eén voor één rekken ze elkaar op, hun spaghettibenen steeds iets verder langs het lichaam. De hoofdjes worden langzaam roder. Bezorgd kijken we toe. Mandy licht het ritueel toe: „Mensen denken weleens dat synchroonzwemmen niet zo moeilijk is, een beetje dansen in het water. Maar een mutsensport is het zeker niet.”

Ondanks de inspanningen valt de belangstelling voor synchroonzwemmen in Nederland tegen. Hoe dat komt? Trainster Cornielle: „Voetbal ziet er al snel leuk uit, maar synchroonzwemmen is alleen leuk als het perfect wordt uitgevoerd. Je ziet het weleens, van die oudere, dikke dames die een beetje in de rondte peddelen. Ik mag het eigenlijk niet zeggen, maar dat is geen gezicht.”

Om negen uur ’s ochtends druipen wij af. Gedesillusioneerd. Synchroonzwemmen is prachtig, maar niets voor ons: de Spelen zullen we nooit halen, en bij de dikke dames willen we niet horen.

    • Freek Schravesande
    • Lineke Nieber