Richt EU in op ‘Europa van de regio’s

Vlaanderen is eerder lid van de EU dan Turkije. Dat is niet erg. De regio’s zijn de redding van de EU, zegt Frank van den Heuvel.

Georgi versus Russia: I Said Hands Up Tekening Chapatte Chapatte

Deze zomer begon met het verdere uiteenvallen van België en eindigt met de voortgaande versplintering van de Kaukasus. De regionalisering slaat overal toe in Europa. Van Abchazië tot Vlaanderen, van de Kaukasus tot de Pyreneeën. Deze ontwikkeling heeft gevolgen voor de natiestaten en voor multilaterale organisaties als de EU en de NAVO, met nieuwe risico’s en een ingewikkelder wordende landkaart.

De komende jaren zal het aantal lidstaten van de Europese Unie groeien – en wel van binnenuit. Er komen nieuwe –of liever oude – landen bij: Schotland, Catalonië, Lombardije, Beieren en Vlaanderen profileren zich steeds meer als zelfstandig land. Het past in de ontwikkeling die in Midden- en Oost-Europa al vijftien jaar bezig is en die recentelijk met de nieuwe staat Kosovo en de balkanisering van de Kaukasische regio weer een stap verder is. Spanje, bevreesd voor Catalanen en Basken, erkent Kosovo niet uit angst voor precedentwerking. Maar dit is onzin – de precedenten hebben we al lang gehad met Slovenië, Slowakije, Montenegro, Macedonië en vele andere regio’s. De trend is al jaren bezig: de grote landen vallen uiteen en nu zijn de kleinere aan de beurt

Mensen en volkeren hebben behoefte aan een eigen identiteit in een wereld die met een uitbreidende EU en de mondialisering steeds groter wordt. De landkaart van het oude Europa komt geleidelijk terug. Hier moet de politiek op voorbereid zijn.

Waar de laatste decennia de regio (provincie) tussen wal en schip viel, tussen gemeente en nationale staat, zien we in een zich ontwikkelend Europa dat de natiestaat klem komt te zitten tussen regio en Europa. Of, om het anders te zeggen, we gaan qua indeling terug naar de Middeleeuwen. Ook toen waren de regio’s dominant en was de natiestaat een formaliteit. Hoofdsteden, koningen en keizers konden een heel rijk nooit echt besturen.

Het primaat lag bij de regio’s. Zelfs in het ogenschijnlijk grote Heilig Roomse Rijk, de Habsburgse Dubbelmonarchie en het Russische tsarenrijk wemelde het van de zelfstandige regio’s. We kenden Beieren, Savoye, Genua, Piemonte en de Spaanse regio’s. We zien dit terugkomen, op alle plaatsen in Europa.

Sinds de val van het communisme keert alles ten oosten van Wenen-Berlijn terug naar de eigen grenzen. Voormalig Joegoslavië, de Baltische staten, de Kaukasische regio, overal gaan mensen terug van het grote, anonieme rijk, waar eigen taal en cultuur ondergeschikt waren aan centralisme, naar de eigen cultuur. En natuurlijk spelen soms ook financieel-economische issues mee zoals voor de Vlamingen in België en voor de Noord-Italianen in hun drang het zuiden af te stoten. Maar de cultuur, iets duurzamers, is leidend. En wanneer we over een aantal jaren terugkijken en zien dat de historisch bekende lappendeken van Europa weer terug is, dan zullen we de twintigste eeuw juist als de grote centralistische uitzondering zien.

Is het verontrustend wat er gebeurt in België? Neen, en de ontwikkeling is ook volstrekt logisch. Waarom zouden mensen in Centraal- en Oost-Europa wel regio’s mogen vormen en in West-Europa niet? Het geeft het kunstmatige karakter van grote landen aan.

Hoe moeten we als Nederland hier tegenaan kijken? Nederland heeft de afgelopen decennia bijna iedere deling, onafhankelijkheidsverklaring en verzelfstandiging in Europa gesteund. Dan zou het vreemd zijn om de Vlamingen te onthouden wat zíj graag willen.

Op enkele punten is de bovengeschetste ontwikkeling eveneens voor Nederland relevant. Ook Nederlandse regio’s en provincies hebben slechts enkele gemeenschappelijke delers, die al gauw ophouden bij koningin Beatrix en het voetballende Oranje. Verder voelen veel mensen zich primair Fries, Limburger, Brabander of Zeeuw. In de grensprovincies speelt een dynamiek die zich weer weinig van landsgrenzen aantrekt. Voor Groningers en Tukkers ligt Duitsland dichterbij dan Den Haag. Groningen richt zich steeds meer op de Noord-Duitse regio en zelfs op de Baltische landen, hetgeen vanuit historisch perspectief met de Hanzeroute in gedachte, niet vreemd is. Sterker, misschien is deze historische Hanzelijn wel beter en natuurlijker voor Groningen dan de lang beloofde Hanzespoorlijn van Amsterdam naar Groningen, die er nooit kwam.

Noordrijn-Westfalen zoekt samenwerking met Nederland en België. In Zuid-Nederland opereert Limburg prima in de drielandenregio en kan daar ook met zijn taal veel beter uit de voeten. De Belgisch-Limburgse gouverneur Steve Stevaert pleitte vorig jaar voor het weer samenvoegen van de twee Limburgen, maar dat doorkruist de aanstaande Vlaamse autonomie dan weer. Brabant en Zeeland werken zoveel samen met Vlaanderen dat de vroegere smokkelgrens tot handelsroute is gepromoveerd.

Het gaat hier niet meteen om sterke separatistische bewegingen, maar de hang naar eigen identiteit wordt eerder meer dan minder. En wanneer België daadwerkelijk overgaat tot een splitsing – of beter: wanneer Vlaanderen zich onafhankelijk verklaart – zal een dynamiek loskomen in Zuid-Nederland die we nu nog niet kennen. Misschien volgt Zuid-Nederland historische wortels en gaat dan samen met Vlaanderen, het hertogdom Brabant van Den Bosch tot de Franse grens.

Over economische kans van slagen hoeven we dan niet te vrezen, want de sterkste delen van Nederland en België komen dan bij elkaar. De ‘restanten’ zullen eerder moeten vrezen voor economische teruggang. Kan bijvoorbeeld een zelfstandig Wallonië, eens het economisch wonder van het Europese vasteland, omdat het de Industriële Revolutie vanuit Engeland het eerst oppikte, overleven? Een land als Slowakije, dat zich onderdrukt en berooid afscheidde van Tsjechië, floreert en is één van de snelle groeiers in Oost-Europa.

Opmerkelijk is overigens dat in Midden- en Oost-Europa de armere en onderdrukte regio’s (Slowakije, Macedonië, Kosovo) zelfstandig willen worden, terwijl het in West-Europa juist de rijkere gebieden zijn (Beieren, Lombardije, Vlaanderen) die naar autonomie streven.

Natuurlijk kun je je afvragen of kleine landen, regio’s met slechts enkele miljoenen – in de Kaukasus 150.000 inwoners – levensvatbaar zijn, maar mensen die in termen van cultuur en historie denken hebben andere drijfveren. Een regio heeft een langere historie dan een gekunstelde natie. Landsgrenzen worden getrokken door politici, regiogrenzen door mensen. De balkanisering kan ook buiten Joegoslavië toeslaan.

Overigens is het op andere continenten niet anders. Aan alle grenzen van het Sovjetrijk is de laatste twee decennia gemorreld en vaak succesvol. En nu lijkt China, dat de schade lang heeft kunnen beperken tot de afscheiding van Taiwan, aan de beurt: Tibet wil onafhankelijk worden en de moslimgebieden in West-China roeren zich eveneens.

Terug naar Europa, waar we de regionalisering het sterkst zien. Europa is niet populair bij de mensen. Afwijzingen (Frankrijk en Nederland), scepsis, nipte ‘referenda-overwinningen’ en een algehele twijfel over de uitdijende Europese Unie, die tot voor kort zo overzichtelijk en herkenbaar was, ondergraven de unie. Met de kandidatuur van Turkije zijn deze twijfels en negatieve gevoelens verder toegenomen. De EU is te anoniem geworden.

Hoe komt dit? De laatste decennia werd Europa gemaakt in Brussel en de hoofdsteden en niet in de regio’s, bij de mensen. Waar veel mensen afkerig zijn van het bureaucratische en abstracte Europa, zijn ze dat niet van regionale samenwerking of het nu om regio’s binnen een land gaat of over samenwerking over de grens. En wanneer politici zoeken naar een oplossing voor Europa ligt deze in het Europa van de regio’s, die vervolgens dan weer prima kunnen samenwerken.

Dat is even slikken voor nationale politici die Europa vorm willen geven vanuit de natiestaat. Maar het denken in regio’s kan juist een kans zijn. De zelfstandige regio’s binnen de EU die allemaal cultureel en economisch alleen verder willen, maar op andere gebieden te klein zijn, zullen juist op deze terreinen de samenwerking nodig hebben en deze ook zoeken. En dan blijkt de EU ineens heel relevant en waardevol. De regionalisering kan Europa, als het Europa van de regio’s, verder helpen, het doet recht aan de identiteit van mensen. Iedere regio kan zich ontplooien waarin hij goed is en waarin hij zich het meest thuisvoelt. The Economist schreef onlangs: ‘Even in a border-free Europe, everyone wants a homeland’. En ook in Nederland hadden in de 17e eeuw juist de provincies, de regio’s, het primaat.

Hoe moet de EU omgaan met deze ontwikkeling? Hoe moet de NAVO hierop reageren? In België wordt openlijk gesproken over een confederatie naar Zwitsers model. Dat zou echt het einde zijn, want confederaties als in Zwitserland en de Bondsrepubliek zijn juist van onderop gegroeid: kleine gebieden wilden samenwerken en gezamenlijk sterker staan. In België vindt nu het omgekeerde plaats: de confederatie als laatste tussenfase voor zelfstandigheid. Kortom: de aanvraag van Vlaanderen als zelfstandige natie en dus nieuwe lidstaat van de EU komt er aan.

Wanneer één regio deze stap gezet heeft zullen er meer volgen. Het kan de EU juist weer nieuwe relevantie geven, maar de EU moet er dadelijk wel op ingericht zijn. Het is de vraag of de huidige, vernieuwde, Europese Grondwet dat is. Tijdens de topbijeenkomsten van de regeringsleiders van de EU worden veel zaken besproken, maar de idee van de regionalisering is geen agendapunt. En dat is ook niet vreemd, want nationale politici zullen de laatste zijn die deze trend en ontwikkeling willen erkennen.

Dus in plaats van het hoofd te breken over een eventuele toetreding van Turkije tot de EU (al meer dan veertig jaar een agendapunt) kunnen de regeringsleiders beter nadenken over hoe te handelen wanneer binnen nu en vijf jaar Vlaanderen zich onafhankelijk verklaart en een aanvraag tot lidmaatschap van EU indient.

Het wordt tijd om na te denken over hoe het Europa van de regio’s vorm te geven. En voor de leiders van de NAVO zal deze puzzel en lappendeken een minstens zo grote uitdaging zijn.

Frank A.M. van den Heuvel is lid van het bestuur van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA.

    • Frank van den Heuvel