Open gevang, voor het hele gezin

De Boliviaanse gevangenis San Pedro in La Paz is misschien wel de vreemdste in de wereld. Kinderen groeien er op bij hun vaders die vastzitten, vrouwen lopen in en uit.

De binnenplaats van de San Pedro-gevangenis in het centrum van de Boliviaanse hoofdstad. Vrouwen en kinderen kunnen er bij hun partner of vader wonen. Bezoek mag er vrij in- en uitlopen. Foto Getty Images LA PAZ, BOLIVIA - MARCH 20: A general view as children play in the courtyard inside the San Pedro Prison for men on March 20, 2007 in the heart of La Paz, Bolivia. Wives and children are allowed to live with imprisoned inmates; the families can freely enter and exit to run errands, go to daycare or public school. (Photo by Melanie Stetson Freeman/The Christian Science Monitor via Getty Images) Getty Images

Mannen met rood doorlopen ogen drukken de gezichten tegen de tralies. Hun handen omklemmen de spijlen. Het zijn gevangenen. Achter hen is een plein zichtbaar, waar meer groepjes gedetineerden staan. Verwachtingsvol kijken ze naar de toegangspoort van de gevangenis.

Dan gaat het hek open en loopt kolonel Mariscal het plein op. Dit is de man die onder meer verantwoordelijk is voor het deurbeleid van de strafinrichting, de San Pedro-gevangenis in het centrum van de Boliviaanse hoofdstad La Paz. Het is een langdurig onderdak voor dieven, drugssmokkelaars, moordenaars en ook witteboordencriminelen. Als de poort gesloten is, gelden alleen nog maar de regels van de wereld van de gevangenen. Zelfregulering zou je het kunnen noemen. Want binnen zijn geen bewaarders. Alleen buiten aan de poort staan bewakers.

De San Pedro-gevangenis is wellicht één van de meeste merkwaardige gevangenissen in de wereld. Een inrichting met een open regime. Een plek waar kinderen (een paar honderd) opgroeien, vrouwen wonen en bezoekende familieleden in en uit lopen. Zeven dagen per week, van negen tot vijf, gaat de deur open voor visite. En een toerist die bereid is om 35 dollar te betalen, kan een rondleiding krijgen van een rozige Zuid-Afrikaan met wit lang haar, die zijn tijd uitzit voor het smokkelen van cocaïne.

Op het plein klampen gedetineerden voortdurend kolonel Mariscal aan. Handenschuddend loopt hij richting Los Pinos, een van de acht afdelingen van de gevangenis. Een indiaanse vrouw met bolhoed groet eveneens de kolonel. Hoewel de inrichting eigenlijk maar ruimte biedt aan 300 bewoners, leven er in totaal bijna 1.300. In Los Pinos wonen zo’n 150 mensen.

Los Pinos heeft een eigen binnenplaats. En een kruidenier, een eetkraampje, een restaurantje; allemaal geleid door en in bezit van de opgesloten criminelen. Om de tijd te doden kan er ook nog een potje tafelvoetbal worden gespeeld. Veel gevangenen hebben een eigen kamer. Daarom wordt deze divisie ook wel de vijfsterrenvleugel genoemd. Hier leven de gedetineerden met geld.

De kolonel vraagt aan de man van het winkeltje naar de souschef van Los Pinos – elke afdeling heeft een gekozen leiding. Die komt even later aangelopen. Een ontspannen, gezond uitziende Braziliaan. Hij heet Nacipio Gomez. Nog één jaar heeft hij te gaan, van de vijftien die hij op 38-jarige leeftijd kreeg.

Gomez loopt een gang met een laag plafond in, richting zijn kamer. Met een sleutel opent hij het slot van de deur. Op zijn tweepersoonsbed gezeten vertelt hij even later in vogelvlucht zijn levensverhaal. Over hoe hij in de deelstaat Rondônia, die grenst aan Bolivia, in Brazilië in de cocaïnehandel belandde. Hoe hij daardoor vier jaar lang een goed leven had.

Hij zegt: „Ik was altijd arm, maar toen had ik geld. Mijn vier kinderen konden daardoor naar school.” Totdat hij 14 jaar geleden in Santa Cruz, in Bolivia, tegen de lamp liep. Met een pak cocaïne in zijn zak. Hij bekende tegenover de Boliviaanse autoriteiten. Als tegenprestatie mocht hij naar de San Pedro-gevangenis.

„Het leven is hier goed voor een gevangene”, zegt Gomez. Boven zijn bed staat een kleine televisie. In de kitchenette in zijn kamer zet hij ondertussen de waterkoker aan. Uit een kastje pakt hij oploskoffie van Nescafé. In de San Pedro-gevangenis koken de gedetineerden zelf, of ze eten bij een van de restaurantjes.

In andere divisies is het minder goed toeven. Daar leven de ‘arme’ gedetineerden met vijf man in een kleine cel. Slapen doen ze op de grond. Vaak zitten daar ook cocaïnegebruikers en alcoholisten tussen. Zij houden hun verslavingen op peil met behulp van de soms corrupte bewakers aan de deur.

Van zijn Braziliaanse vrouw heeft Gomez lange tijd niets gehoord. Hij zegt: „Ik heb nu een Boliviaanse vrouw, bij wie ik een zoontje heb. Hij heet Douglas en is tweeëenhalf.” De moeder van de jongen, zijn nieuwe vriendin, is de advocate die in de gevangenis werkt. Zijn zoontje blijft regelmatig logeren. Op een tafel staat een computer. „Die is voor mijn zoontje, daar speelt hij op.”

Gomez is ook de voorzitter van de Vereniging van Vaders van de gevangenis. Er wonen complete families met kinderen in de gevangenis. Circa veertig vrouwen hebben zich bij hun mannen gevoegd in de inrichting, omdat ze te arm zijn om buiten de muren te overleven. Overdag kunnen zij naar eigen gelang de bajes verlaten. Kinderen worden er geboren en groeien er op. Officieel mogen ze blijven tot hun zesde jaar, maar het komt ook voor dat ze tot hun veertiende blijven, zo bevestigt later Manuel Guzmán, de directeur van de strafinrichting.

Geld speelt er een belangrijke rol. Hoe meer geld een gevangene ter beschikking heeft, hoe comfortabeler hij kan leven. Met geld kan je je inkopen in een vleugel. Met veel Boliviaanse peso’s kan je ook een cel overnemen, een transactie die officieel wordt vastgelegd in een contract. Een deel van de opbrengst komt ten goede aan de afdeling.

Nacipio Gomez wordt gesponsord door zijn Boliviaanse vriendin en „vanuit Brazilië”. Maar veel gevangenen hebben ook handeltjes. Ze maken bijvoorbeeld houtsnijwerk dat hun familieleden buiten San Pedro aan de man brengen. Er zijn ook vrouwen van gedetineerden die eten en soep maken en dit verkopen binnen de gevangenismuren.

Het leven in San Pedro is bijna net als het echte leven, zegt Gomez. Je leeft in een gemeenschap, als een familie en je hebt dus ook ruzies. Hij zegt: „Maar het is hier geen klooster.”

’s Nachts is het dan ook uitkijken in San Pedro. Dan worden er rekeningen vereffend, hebben er diefstallen plaats. In de afgelopen twee jaar zijn er drie mensen vermoord. Met zelfgemaakte steekwapens.

In het bouwvallige kantoortje van directeur Guzmán speelt de assistent een computerspelletje. Guzmán zegt: „De gevangenis is zo’n 130 jaar oud, maar ik heb geen idee wanneer en waarom het open regime is ingevoerd.”

Op de televisie zijn de Olympische Spelen te zien. De directeur laat een steekwapen zien: „En hier worden mensen mee vermoord binnen de muren. Het grootste probleem vormen de kinderen. Die groeien op in de verkeerde omgeving, maar ze kunnen nergens naar toe.” De mensenrechtencommissie van Bolivia maakt zich volgens hem terecht zorgen. „Wij doen ons best om hier een menselijk systeem te handhaven, maar het blijft bikkelen.”