Op zoek naar een huis

Wie uit de gevangenis komt, heeft zijn vrijheid terug maar is zijn huis en inkomen kwijt.

Dat vergroot de kans op het terugvallen in de criminaliteit.

Gedetineerden proberen hun nieuwe leven te regelen als ze nog in de cel zitten. Op de foto: de Penitentiaire Inrichting Lelystad. Foto Roger Cremers Nederland, Lelystad, 14-08-2008 Penitentiaire Inrichting Lelystad Bijnaam: Big Brother Bajes. De binnenzijde van een lege cel. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

Tot voor kort stonden elk jaar bijna 40.000 mannen en vrouwen buiten de poort van een Nederlandse gevangenis met niet meer dan een treinkaartje in de hand. Vrijgelaten, maar vaak verslaafd, zonder baan of uitkering, zonder huis en niet zelden met schulden.

Ex-gedetineerden kwamen voor 2005 in een niemandsland terecht. Voor Justitie bestonden ze op het moment dat ze de poort uitliepen niet meer. En gemeenten wisten het eigenlijk nooit als ze een vrijgelaten veroordeelde binnen hun grenzen kregen. Totdat hij of zij weer met de politie in aanraking kwam. En dat gebeurt bij 71 procent van ex-gedetineerden. „Ik ben lokale ambtenaren tegengekomen die niet eens wisten dat ze een gevangenis in hun gemeente hadden”, zegt Karel van Duijvenbooden. Hij leidt namens de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) de verbetering van de nazorg voor gedetineerden.

Sinds 2005 probeert DJI, onderdeel van het ministerie van Justitie, dat te veranderen. Meer samenwerking tussen gevangenissen en gemeenten moet voorkomen dat vrijgelaten gevangenen met lege handen staan en terugvallen in de criminaliteit.

„Als iemand de gevangenis in moet, wordt alles afgeknipt”, zegt Van Duijvenbooden. „Zijn uitkering, zorg- en huurtoeslag raakt hij kwijt, zijn huur wordt opgezegd, zijn huis ontruimd.” Het probleem is dat 60 procent van de gevangenen binnen twee maanden alweer vrijkomt. „Ze staan op vrijdagmiddag bij het loket van de sociale dienst in hun gemeente, en hebben niets: geen inkomen, geen woning.” En met een beetje pech is de deurwaarder alweer naar ze op zoek. Iets wat een relatief korte onderbreking van het normale leven is, wordt zo een diep gat waar je maar moeilijk uit klimt. Dat is niet alleen voor de gedetineerde schadelijk, maar ook voor zijn omgeving. En het is duur, zegt Van Duijvenbooden: „Zeker als iemand kort vastzit, is het zonde om alle basisvoorzieningen af te breken om ze twee maanden later allemaal opnieuw op te starten.”

Het idee van het programma ‘Nazorg’ is eenvoudig, zegt Van Duijvenbooden. Zorg ervoor dat iemand die vrijkomt in ieder geval een identiteitsbewijs heeft, een plek om te slapen, een inkomen of uitkering, en toegang tot zorg. Zonder deze basis zijn alle andere pogingen tot resocialisatie gedoemd te mislukken, zegt Van Duijvenbooden: „Je kan voor iemand wel een ingewikkelde psychiatrische behandeling bedenken, maar als zijn gas en licht zijn afgesloten, schiet je er niets mee op.”

Eigenlijk is het gebrek aan aandacht voor ex-gedetineerden bij veel gemeenten onlogisch. Voorkomen dat deze groep terugvalt in oud gedrag is ook in hun belang, zegt Harm van Twillert. Hij coördineert voor de gemeente Lelystad de nazorg aan ex-gedetineerden. De invloed van deze groep op de veiligheid binnen gemeenten is groot. Zeker in grote steden als Amsterdam, dat in 2007 bijna vierduizend vrijgelaten gevangenen moest verwerken (zie inzet).

Maar voor veel gemeenten gold voor gevangenen ‘uit het oog, uit het hart’. Gemeenten waren blij dat ze die lastige klanten kwijt waren. De laatste jaren is er wel wat verbeterd, zegt Van Duijvenbooden. Na toenaderingspogingen van Justitie hebben 365 van de 443 gemeenten nu een medewerker die zich bezighoudt met de nazorg van ex-gedetineerden.

De 183 medewerkers maatschappelijke dienstverlening die bij Justitie werken, zijn de spil in het contact tussen gemeenten en gevangenissen. In de gevangenis van Lelystad werken er negen, onder wie Jacqueline Friperson. Zij vertelt gemeenten wat voor mensen ze straks krijgen. Heeft de gevangene een huis? Zijn er schulden, zal hij een uitkering moeten hebben? Kan hij via het arbeidsbureau al aan een baan worden geholpen?

Eenvoudig is het niet. Friperson is afhankelijk van de informatie die de gedetineerde wil geven. Die weet soms gewoon niet waar zijn paspoort ligt, of schaamt zich over zijn schulden, of denkt dat hij zonder hulp wel aan geld komt als hij weer vrij is. Dat leidt regelmatig tot klachten van gemeenten: de aangeleverde gegevens kloppen niet.

Soms staan de regels een soepele afhandeling in de weg: wie niet ingeschreven staat in een gemeente, komt moeilijk aan een nieuw paspoort, maar zonder identiteitsbewijs kan je geen huis huren of een uitkering ontvangen. Ook de cultuur bij gevangenissen werpt drempels op. Friperson: „Wij zijn vaak nog heel gesloten. Omdat we een ID willen regelen vóór iemand vrijkomt, willen we graag dat de gemeenteambtenaar naar de gevangenis komt om een aanvraag op te nemen. Ook moet er een fotograaf komen voor de pasfoto. Maar dan moeten we het die ambtenaar makkelijker maken om binnen te komen, en flexibeler zijn over de dagindeling van de gevangene, zodat de ambtenaar daar minder afhankelijk van is.”

De gevangene moet zelf ook iets doen. Met behulp van Friperson gaan er brieven naar het arbeidsbureau, de Belastingdienst, de woningcorporatie, en eventuele andere schuldeisers. Veelschuldeisers zien het belang van een betalingsregeling of de bevriezing van de schuld, zegt Friperson.

„Ik ben blij dat de muur tussen gevangenissen en gemeenten afbrokkelt”, zegt Van Twillert. In steeds meer gemeenten is het belang van het ‘helpen’ van ex-gedetineerden doorgedrongen. In Rotterdam bijvoorbeeld draait de gemeente één jaar op voor de huur van een gevangene, andere gemeenten doen dat een half jaar. Veel gemeenten moeten nog wennen, zegt Van Twillert. Extra aandacht voor deze groep is niet altijd makkelijk: het kost geld en moeite.

Justitie moet daarom energie blijven steken in het „verleiden” van gemeenten, zegt Van Twillert. „Geef de moed niet op, ook al zijn er over twee jaar nog gemeenten die het niet snappen. Laten we wel wezen, Justitie heeft er ook decennia over gedaan.”

    • Derk Stokmans