OM helpt gemeenten en fiscus om pooiers te weren

Mensenhandelaren konden in de prostitutiebranche jarenlang hun gang gaan. De overheid deed niets. Het OM gaat daarom vertrouwelijke informatie uit strafdossiers delen met gemeenten en de fiscus.

Procureur-generaal H. Bolhaar Foto Peter van der Struijs Struijs, Peter van der

Speciale ‘informatieofficieren van justitie’ die vertrouwelijke dossiers gaan delen met de fiscus. Het wegwerken van tientallen strafdossiers over prostitutie en mensenhandel. En gegevens doorspelen aan gemeenten om wijkverboden voor straatpooiers mogelijk te maken.

Het Openbaar Ministerie wil lering trekken uit de wantoestanden in de prostitutiebranche.

Uitgerekend in de gelegaliseerde raamprostitutie konden mensenhandelaren en pooiers de afgelopen jaren ongestoord hun gang gaan, zo bleek uit het zogeheten ‘Sneeponderzoek’. In Utrecht, Amsterdam en Alkmaar opereerde een maffiabende nagenoeg ongestoord met honderden slachtoffers achter de ramen. Vrouwen die uitgebuit werden, verplicht borstvergrotingsoperaties en abortussen moesten ondergaan. Afranselingen met honkbalknuppels en verplichte tatoeages met namen van de pooiers als handelsmerk hoorden tot de praktijken.

Vorig jaar stonden zo’n 120 vrouwen op de ‘slachtofferlijst’ van het rechercheteam dat de Sneepzaak onderzocht. Het is het topje van de ijsberg, is de analyse van politiedeskundigen. In werkelijkheid werken in Nederland mogelijk 4.000 vrouwen onder dergelijke omstandigheden.

De Turkse bende in de Sneepzaak kon ongehinderd opereren, zo blijkt uit de rapportage ‘Schone schijn’ die de Nationale Recherche in opdracht van het OM heeft opgemaakt. De Amsterdamse politie wist al in 1998 van die maffiabende op de Wallen, maar ondernam niets. De betrokken gemeenten hadden de wanpraktijken niet in de gaten, ondanks tal van controles op verstrekte vergunningen. Ook aan de fiscus, de arbeidsinspectie en de vreemdelingendiensten, die er na de legalisering van de prostitutiebranche in 2000 een nieuwe doelgroep bij kregen, gingen de signalen van uitbuiting en vrouwenhandel voorbij.

Er was na de legalisering weinig mis in de prostitutiebranche, was de heersende opvatting. Ook in officiële regeringspublicaties en politierapportages.

Maar de praktijk was anders. Procureur-generaal H. Bolhaar van het landelijk college van procureurs-generaal: „Die maffiapraktijken zijn moeilijk te herkennen. En slachtoffers zelf hebben vaak tegenstrijdige belangen. Het is niet voor niets dat aangiftes vaak weer worden ingetrokken en dat de vrouwen hun eigen slachtofferrol gewoon ontkennen.”

Inzicht in die praktijken is een eerste vereiste. Maar als er zaken op de plank blijven liggen, weet je ook niet wat er speelt.

„Dan heb je onvoldoende zicht op wat er werkelijk aan de hand is. Niet alleen bij de politie of het OM. Dat geldt ook voor de betrokken gemeenten, de vreemdelingendiensten of de fiscus. We analyseren nu die zaken. Waarom zijn ze blijven liggen? Hoe zwaar zijn ze en wat kunnen we er vervolgens mee? Want deze materie los je niet op met simpele antwoorden. Je kunt niet even wat extra officieren binnenrijden die het allemaal gaan oplossen. Alleen samenwerking met andere overheidsinstanties kan werken.”

Wat gebeurt er dan wel?

„Je wilt in de opsporing en de handhaving weten wie waarvoor verantwoordelijk is. En hoe je elkaar maximaal én zo snel mogelijk kunt informeren. En bezien of de interne organisatie beter kan. Wij gaan in alle elf regioparketten seniorofficieren inzetten die in mensenhandel gespecialiseerd zijn. Die moeten met de informatieofficieren zorgen voor een goede informatiepositie van het OM. Het worden informatieofficieren met goede netwerken bij politie en lokaal bestuur en met informatie over de branche zelf. Broodnodig, want er komt nog een aantal grote zaken aan op het gebied van mensenhandel en geweld.”

Maar hoe voorkom je dat de controleurs, het lokaal bestuur of de fiscus, de andere kant blijven opkijken?

„Door vroegtijdig informatie te verstrekken. Bijvoorbeeld aan de fiscus en het lokaal bestuur. Zodat ze beter uitgerust panden kunnen controleren. Met Amsterdam, Alkmaar en Utrecht hebben we inmiddels goede ervaringen. Daar lukt het steeds beter en ben je elkaar van dienst als het gaat om bijvoorbeeld vergunningverlening of onderzoek naar de integriteit van ondernemers. Met Amsterdam stemmen we dat steeds beter af. Weten we over en weer welke informatie wel of niet relevant kan zijn en welke juridische valkuilen er zijn? Dat gaat elders ook lukken. Want ik heb nog niemand aan de telefoon gehad met de mededeling dat onze bevindingen in die rapportage overdreven waren.”

Amsterdam wil straatverboden voor pooiers en loverboys om wanpraktijken op de Wallen tegen te gaan. Daar heeft de stad het OM voor nodig. Komt die steun er?

„We staan in de startblokken. We zetten er als OM op in zo veel mogelijk relevante daderinformatie door te spelen. We moeten van elkaar weten welke dossiers nodig zijn om zo’n pooierverbod voor de bestuursrechter mogelijk te maken. Het wettelijk kader voor dat pooierverbod is op komst. We moeten dergelijke informatie-uitwisseling nu helder maken en goed regelen. Dat is een van de uitdagingen voor de korte termijn. Wat wil de gemeente weten over bepaalde personen om handelend te kunnen optreden? Niet alleen voor zo’n pooierverbod, ook om mensen in kaart te brengen die je kunt aanpakken met de zogeheten Cabrio- of patsermethode. Wie rondrijdt in een dure auto en niet kan aantonen waarmee hij die gefinancierd heeft, loopt het risico op inbeslagname. Maar het vergt allemaal maatwerk. Iedereen moet van elkaar weten welke informatie of dossiers daarvoor relevant zijn en wie wat kan leveren.”

Het gaat ook om privacygevoelige dossiers. Kan het juridisch allemaal?

„Het gaat om het uitwisselen van vertrouwelijke informatie. En dat kan botsen met privacywetgeving. Ook dat zijn we nu zorgvuldig in kaart aan het brengen. Daar overleggen we zonodig over met het College Bescherming Persoonsgegevens. Ik ga niet op voorhand zeggen dat we geen juridische obstakels zullen tegenkomen. Maar we zien in de praktijk wel wat mogelijk is en waar we tegenaan lopen. En of we dan vervolgens bij het ministerie aan de bel moeten trekken om daar iets aan te doen.”

Zonder klanten geen gedwongen prostitutie. Komt er vanuit het OM nog een strategie om de hoerenloper aan te pakken?

„Als je de aanpak sluitend en effectief wil maken, moet je uiteindelijk ook naar de klant kijken, zeker als die onderdeel van het probleem blijkt te zijn. Kijk maar naar de rol van de klant bij kinderporno. Maar de aanpak van vrouwenhandel begint niet bij de klant. Het gaat erom de prostitutiebranche controleerbaar en transparant te maken. Klanten die bewust gebruik maken van prostituees die slachtoffer zijn van mensenhandel, zijn nu al strafbaar. Als straks alle prostituees vergunningsplichtig zijn, kunnen klanten die prostituees zonder vergunning bezoeken, ook strafbaar gesteld worden. Als stok achter de deur, of als gedragsbeïnvloedende maatregel.”

    • Jos Verlaan