Olumpisch

De Spelen zijn bijna voorbij. Wat taal betreft is dat jammer. Want er is iets met taal en de Spelen. Ten eerste is het mysterieus dat er sommige mensen zijn die ‘Olumpische Spelen’ zeggen, in plaats van ‘Olimpische Spelen.’ Is dit een invloed uit het Duits? Maar dan nog: waarom volhardt die kleine minderheid in deze uitspraak? Of horen ze het verschil niet?

Daarnaast, bleek de afgelopen weken, is het totaal passé om het woord ‘medaille’ te gebruiken. Het is nu ‘plak’ voor en ‘plak’ na. Of ‘het goud’. Of, als je Mart Smeets heet: ‘De dag van het edelmetaal.’ Alles om het woord ‘medaille’ te vermijden.

Verder gaat het bij de Spelen, en eigenlijk bij alle sport, vooral om de werkwoorden. Wie als sportkenner over wil komen, doet er goed aan de sportwerkwoorden uit het hoofd te leren. ‘Winnen’ klinkt bijvoorbeeld veel te passief, alsof die plak je in de schoot geworpen wordt. Daarom is ‘pakken’ een beter woord: ‘En ze pakken het goud!’ Valt alles tegen, dan kun je zeggen: ‘Het is er gewoon niet helemaal uitgekomen.’ Een mooie zin, omdat vooral duidelijk wordt dat ‘het’ er wél in zit. En dat ‘het’ er dus op een ander moment alsnog ineens uit kan komen.

Verreweg het meest gebruikte sportwerkwoord is ‘er voor gaan’. Nu bestaat deze uitdrukking, schat ik, sinds de jaren tachtig. Destijds was het een woord voor mensen die in geëxalteerde staat verkeerden. Ze deden bijvoorbeeld mee aan Sterrenslag, en dan keken ze met woeste oogopslag in de camera, al gillende: ‘We gaan er voooooor!!!’

Inmiddels is ‘er voor gaan’ een heel normaal en rustig woord geworden. Je kunt ook specifiek zeggen waar je voor gaat. ‘Nou, we gingen dus voor goud. En dus niet voor minder. Nou en toen hebben we het goud dus ook gepakt.’ ‘En 2012, gaan jullie daar ook voor?’ ‘Dat sluiten we niet uit.’

Paulien Cornelisse behandelt elke week een actueel en opmerkelijk taalfenomeen