Noten lezen, dat kon hij niet

Half Nederland zong liedjes mee van Frits Rademacher. Tv-optredens kon hij zelf thuis niet terugzien – hij had nog geen televisie.

Frits Rademacher Foto Archief NRC Handelsblad NRC Handelsblad

Loeënde Klokke en ’t Huikske. In de jaren vijftig, toen vooral Jordanese en Italiaanse liedjes hier populair waren, zong half Nederland ook deze nummers uit volle borst mee; de meesten zonder te weten wat ze zongen, want ze verstonden het Limburgse dialect niet. „Ze dachten dat Loeënde Klokke (luidende klokken) ging over een klokkenluider die Lou heette”, zei Frits Rademacher, de zanger van beide songs, in 1991 in Dagblad De Limburger. Afgelopen zaterdag overleed hij op 80-jarige leeftijd.

Net als Jo Erens en Harry Bordon, twee andere Limburgse troubadours, maakte Rademacher eerst naam in eigen provincie. Maar de drie – Bordon zong de topper Wie sjoeën os Limburg is – trokken met ‘dialectmuziek’ onverwachts ook landelijk grote aandacht. In De Weergever, het blad van de gelijknamige vereniging van verzamelaars van 78-toerenplaten, stond twee jaar geleden dat er in de tweede helft van de jaren vijftig, maar ook in de jaren zestig in uitzendingen als Arbeidsvitaminen en andere populaire verzoekprogramma’s „compleet geen dag voorbij ging” zonder dat daar liedjes van de drie waren te horen.

Rademacher trad op in Carré en was regelmatig te bewonderen op de televisie die toen nog in de kinderschoenen stond. De eerste maal, in 1956, was hij te gast in het programma Saint-Germain-des-Prés van Tom Manders, oftewel Dorus.

Het verhaal gaat dat hij die opname later niet thuis kon bekijken, omdat hij daar nog geen televisie had.

De Weergever schreef in 2006 over een opmerkelijk voorval bij een plaatopname van Rademacher in Hilversum. Orkestleider Jos Cleber vroeg de zanger bij een bepaalde noot opnieuw aan te zetten, waarop Rademacher, tot grote verbazing van Cleber, antwoordde: „Zeg maar bij welk woord, want noten ken ik niet.” Wat bij Cleber de opmerking uitlokte: „Hoe kan je dan zulke mooie liedjes schrijven?” Hij schreef meer dan honderd songs in het Limburgs.

De zangcarrière van Rademacher, die als kleine jongen al mondharmonica, blokfluit en trekharmonica speelde, duurde 36 jaar. Hij trad ook in het buitenland op, onder meer in België, Duitsland en Australië. Van zijn klassiekers Loeënde Klokke en ’t Huikske zijn meer dan 130.000 platen verkocht.