Nederlanders (m/v)

Wat maakt Nederlanders tot Nederlanders? Wat is hun gemeenschappelijke identiteit? Dat zijn geen gemakkelijke vragen, althans voor wie er geen genoegen mee neemt dat Nederlanders zich vooral met hun land verbonden voelen als ze kunnen juichen voor hockeyers, lange afstandszwemmers, waterpoloërs en andere vaderlandse sporters die succes boeken op de Olympische Spelen.

Het kabinet heeft een poging gedaan om tot een definitie te komen. „Een gemeenschappelijke identiteit is zowel een product van de geschiedenis als van een gezamenlijk beeld van de toekomst, van gedeelde ervaringen en verhalen die iedereen kent en doorgeeft aanvolgende generaties.” Dat schreef minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) gisteren namens het kabinet in een reactie op een vorig jaar verschenen rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Bij de verschijning van dat rapport, Identificatie met Nederland, hield prinses Máxima een toespraak die meer stof deed opwaaien dan de inhoud zelf. Controversieel was wat ze zei – dé Nederlandse identiteit bestaat niet, was haar conclusie – maar vooral dát ze het zei. Zoals vaker gebeurt wanneer de discussie zich toespitst op de vraag of iemand wel had mogen zeggen wat hij zei, werd een meer substantiële discussie over het standpunt zelf erdoor gehinderd. Het gaf snel opgewonden politici weer eens gelegenheid om stoom af te blazen, maar veel verder kwamen we niet.

De vraag is of na het WRR-rapport de kabinetsreactie daar wel voor zal zorgen. Het kabinet heeft een aantal verstandige uitgangspunten geformuleerd. „Nederlandse identiteit behoort toe aan álle Nederlanders: zij geven ieder op eigen wijze invulling aan hun Nederlanderschap en aan wat voor hen Nederland tot Nederland maakt.” „Het kabinet kan en wil niet voorschrijven wat Nederlanderschap voor mensen betekent en op welke wijze mensen zich identificeren met Nederland.” „Het debat over nationale identiteit gaat óók hierover: hoeveel ruimte is er voor nieuwe gebruiken en denkwijzen, waar liggen de grenzen, wat is onaantastbaar? Dat debat moet worden gevoerd en mag ook controversieel zijn.” Het is allemaal juist en waar. Maar wat nu?

Identiteit is een ongrijpbaar en diffuus begrip en permanent aan verandering onderhevig. Ze bestaat op een of andere manier, dat is wat er het beste van kan worden gezegd. Zoals het ook een gegeven is dat Nederlanders al een verdeeld volk waren voordat de Hoeken en Kabeljauwen elkaar te lijf gingen. En dat xenofobie een verschijnsel is van alle tijden en alle volken.

Het kabinet moet tussen deze wetenswaardigheden laveren. De boel een beetje bij elkaar houden, is nog niet zo’n beroerd streven. Rapporten en reacties die het debat op gang houden, hebben hun waarde. Of ze het chagrijn uit de samenleving halen, is een tweede. Daar zijn concrete daden voor nodig: het organiseren van beter onderwijs, de aanpak van achterstandswijken, het wegnemen van gevoelens van angst en onveiligheid. De orde van de dag dus.