NAVO in het defensief

De klok tussen Oost en West is dinsdag 17 jaar teruggezet. En het is de vraag of die tijd spoedig zal worden ingehaald. Niets wijst er namelijk op dat beide zijden zelfs maar op zoek zijn naar een gemeenschappelijke taal.

In Brussel hebben de NAVO-ministers van Buitenlandse Zaken dinsdag de speciale band met Moskou opgeschort. Zolang er Russische troepen op Georgisch grondgebied zijn, is er geen sprake van „business as usual”. Rusland denkt daar net zo over. In New York torpedeerde het gisternacht in de Veiligheidsraad een resolutie waarin werd opgeroepen tot onverwijlde terugtrekking uit Georgië. Volgens Moskou was de Franse concepttekst onaanvaardbaar omdat de zes punten uit het, door president Sarkozy bemiddelde maar nog niet uitgevoerde, bestand er niet expliciet in waren opgenomen.

Op dezelfde donderdag maakte Moskou bekend dat een Amerikaans fregat volgende maand niet welkom is in de havens van het oostelijke schiereiland Kamtsjatka en dat de eigen marine niet deelneemt aan een multilaterale oefening in de Baltische Zee onder de noemer ‘Open Spirit 2008’.

Een snelle heropening van de geesten dient zich niet aan. De NAVO-ministers hebben benadrukt dat de toekomst van de afgescheiden provincies Zuid-Ossetië en Abchazië recht moet doen aan soevereiniteit en territoriale integriteit van Georgië. Dat is op dit moment een illusie. Zuid-Ossetië en Abchazië maken juist aanstalten zich definitief los te wrikken.

Ondanks de toegezegde steun aan Georgië zal de NAVO zich op dit scenario moeten voorbereiden. Het besluit om een speciale ‘NAVO-Georgië Commissie’ op te richten, is een stap waarmee het bondgenootschap duidelijk maakt dat het tegenover Rusland niet tandeloos wil blijven. Maar veel verder dan politieke en economische solidariteit zal die commissie niet opleveren. Het feit dat de NAVO dinsdag niet tegelijkertijd een vergelijkbare commissie heeft aangeboden aan Oekraïne, de andere voormalige sovjetrepubliek aan de Zwarte Zee die vooralsnog oren heeft naar een kandidaat-lidmaatschap, doet vermoeden dat Brussel niet te ver vooruit wil denken.

Binnen de NAVO blijft de meest wenselijke politiek jegens Rusland dus verdeeldheid zaaien. De scheidslijnen worden niet alleen gemarkeerd door het ‘oude’ en ‘nieuwe’ Europa, zoals de Amerikaanse ex-minister Rumsfeld ten tijde van de Irakoorlog schamperde. De meningsverschillen worden ook veroorzaakt door economische belangen. Zo is het geen toeval dat gasland Nederland een mildere toon aanslaat jegens handelspartner Rusland dan het vrijere Groot-Brittannië.

De aparte relatie met Moskou, die in december 1991 vorm kreeg en in 2002 werd vervolmaakt met de oprichting van een speciale ‘NAVO-Rusland Raad’, is afgelopen twee decennia weliswaar vooral atmosferisch van belang geweest. Materieel stelde de raad immers minder voor dan in de euforie na het einde van de Koude Oorlog werd gehoopt. Maar dat deze raad nu op sterk water staat, is een ongekend politiek feit dat er op duidt dat de westerse alliantie in het defensief zit.