Lage straffen voor corruptie in Nederland

De strafmaat voor corruptie en omkoping in Nederland is te laag en niet in lijn met de richtlijnen daarover van de Raad van Europa. Dat concludeert de GRECO, een werkgroep van de Raad van Europa, in een evaluatie van het Nederlandse anti-corruptiebeleid.

In de meeste andere Europese landen is de strafmaat voor corruptie en omkoping hoger dan in Nederland, schrijft de GRECO in een evaluatie die is opgesteld nagesprekken met advocaten, de Rijksrecherche, het Openbaar Ministerie en ambtenaren van het ministerie van Justitie.

De strafmaat voor omkoping en corruptie steekt volgens de GRECO ook af tegen de straffen die in Nederland voor andere delicten gelden, zoals diefstal en fraude. Voor omkoping in de private sector geldt in Nederland een maximale straf van één jaar, in de publieke sector twee jaar. Terwijl voor diefstal maximaal drie jaar staat en voor fraude vier jaar. Volgens de werkgroep moet de strafmaat voor omkoping en corruptie in lijn worden gebracht met die van andere, vergelijkbare delicten.

Daarbij moet het uitgangspunt zijn dat corruptie meer is dan een economisch delict, maar een potentiële bedreiging vormt voor de rechtshandhaving, democratie en een betrouwbaar bestuur.

In de evaluatie wordt er verder op gewezen dat het Nederlandse strafrecht onvoldoende duidelijk maakt wie een publieke functionaris is en wie niet. Er ligt weliswaar een uitspraak van de Hoge Raad met de definitie dat voor het strafrecht „iedereen die door een publiek orgaan benoemd is in een publieke positie” een publieke functionaris is. Maar dat is volgens de GRECO zo’n brede omschrijving dat het kan voorkomen dat iemand een ambtenaar kan omkopen zonder het zelf in de gaten te hebben.

Volgens minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) blijkt uit de evaluatie dat Nederland voldoet aan de eisen. Hij komt later met een reactie op de aanbevelingen.

    • Jos Verlaan