Kan een boze zwaan je arm breken?

Niet te dicht bij de knobbelzwanen komen, zeggen ouders bij de vijver. Ze slaan zo hard dat ze je botten breken. Echt?

Jeroen Twiss uit Heerlen woont naast een zwanenvijver. Als zijn vader de ‘elegante dieren’ ’s ochtends een witte boterham voert, wil één mannetjeszwaan wel eens agressief worden. Is het waar wat Jeroen ooit heeft gehoord: kan een boze zwaan met één klap van zijn vleugel je arm breken?

„Ja, maar alleen in uitzonderlijke gevallen”, zo luidt het antwoord in de categorie frequently asked questions op de site van The Swan Sanctuary, een zwanenopvangcentrum in het Britse Shepperton. „Als een volledig gespreide vleugel op volle snelheid een persoon met zwakke botten (bijvoorbeeld een kind of een oudere) zou raken, dan is het theoretisch mogelijk.” In de praktijk zou het zelden voorkomen; zwanen zijn geen roofvogels die er op los meppen, hoogstens overbezorgde ouders die hun jongen verdedigen.

Woordvoerder Marieke Dijksman van Vogelbescherming Nederland is het er niet mee eens. Ook al schrijft de online-encyclopedie Wikipedia het, de bekende witte knobbelzwaan is geen bottenbreker.

Met vleugels met een spanwijdte van 2,30 meter en een volwassen gewicht van tien tot dertien kilo is het een flinke jongen: het is de grootste vogel in Nederland. Met zulke spieren zal een mep van een knobbelzwaan best aanvoelen als een klap met een roeispaan of een karatetrap, denkt Dijksman. Maar breken, nee. „We denken dat het een mythe is. Een zwaan die een volwassen arm breekt: dat zou nieuws zijn.”

Nee, zegt ook Kees Moeliker, conservator van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam. Zwanen delen wel degelijk klappen uit met hun vleugel. Ze vechten niet alleen met hun snavel, maar ook met hun ‘polsen’, het sterkste deel van de vleugel. Zo’n 3 procent van de gevonden dode zwanen zou ook in onderlinge strijd zijn gesneuveld.

„Maar een massief mensenbot breken is wat anders”, zegt Moeliker. „Vooral omdat vogels, ook zwanen, holle botten hebben. Ze moeten licht zijn om te kunnen vliegen. Het is vast een fabeltje dat je als kind te horen krijgt om je uit de buurt van zwanen te houden. Ik heb het mijn kinderen ook verteld. Tuurlijk, dat doe je gewoon.”

Eppo König

    • Eppo König