Jacht op luisteraars leidt tot vervlakking

De nieuwe programmering van Radio 1 is luchtiger. Maar radiomakers zijn er om aandacht te prikkelen, niet om verbale muzak te produceren, meent Kees Schaepman.

Tekening Siegfried Woldhek De zendermanager Laurens Borst van Radio 1 wil vooral gezellige en populaire programma's. Woldhek, Siegfried

Radio 1 is de nieuws- en sportzender van de publieke omroep, met correspondenten in 27 landen, onderzoeksjournalistiek waarmee nationaal en internationaal prijzen worden gewonnen, een sportredactie die er naast de reguliere berichtgeving steeds weer in slaagt tijdens evenementen als de Tour de France en de Olympische Spelen succesvolle programma’s te maken.

En toch gaat het niet goed met Radio 1.

Het aantal luisteraars loopt terug en degenen die niet zijn afgehaakt, luisteren minder lang dan vroeger. De getrouwen worden bovendien ouder en er komen niet genoeg jonge luisteraars bij om de vergrijzing (de gemiddelde leeftijd van Radio 1-luisteraars is 55- plusser) te stoppen.

Hoe laat luisteraars opstaan, hoe lang zij in de auto naar radio luisteren, wat zij aan hebben staan als de koffie pruttelt – het is allemaal onderzocht. Maar het antwoord op de meest essentiële vraag ontbreekt: waarom zetten mensen de radio uit? Wel bekend is wie de meeste luisteraars bij Radio 1 wegkapen. Dat zijn Radio 2 (met lichte informatie en veel muziek) en de regionale zenders. Concurrentie dus binnen het publieke bestel.

Sinds januari is in Hilversum op vele niveaus vergaderd om de neergang van Radio 1 te stoppen. De kogel is nu door de kerk: de zender maakt volgende week een nieuwe start. De programmering wordt ‘luchtiger’. Die term komt van zendermanager Laurens Borst. De zendermanager is een machtig man – zijn mening is van doorslaggevende betekenis bij het maken van zendschema’s voor Radio 1. Zijn credo: het roer moet radicaal om.

Daarmee loop je forse risico’s. Voor je het weet, drijf je veranderingen door waarmee je trouwe luisteraars wegjaagt zonder dat je er nieuw publiek voor terugkrijgt.

Voor een publieke zender komt daar nog een factor bij: de jacht op luisteraars zou niet mogen leiden tot vervlakking van de publieke taak. Bij Radio 1 is dat een verantwoordelijkheid die zwaar weegt, aangezien er op het gebied van nieuws, achtergrond en informatie nauwelijks alternatieven zijn.

In de eerste verluchtigende plannen van de zendermanager, werd zo ongeveer alles wat naar verdieping neigde in de avond geprogrammeerd. Het programma De Ochtenden houdt op te bestaan.

Helaas wordt radiobeleid in belangrijke mate bepaald door managers en onderzoekers en steeds minder door journalisten. Scoort een royaltyrubriek beter dan een buitenlandprogramma? Zet die royaltyrubriek dan op een goed beluisterd uur en verban het buitenlandprogramma naar de uithoeken van het etherlandschap. Vraagt de ‘flow van de luisteraar’ (ik verzin die term niet zelf) ’s ochtends om items van maximaal 6 minuten? Dan worden langer durende gesprekken al snel van het uitzendschema afgevoerd.

Bij de kruistocht van de Radio 1-manager om meer lucht in de zender te pompen, vond hij de VPRO en de VARA tegenover zich.

Niet omdat die twee omroepen alles bij het oude willen laten – er kan bij Radio 1 veel verbeterd worden – maar omdat nu voor de makkelijkste weg wordt gekozen. Radio die de luisteraars niet stoort bij het stofzuigen.

De VPRO kiest al jaren voor specialisatie op Radio 1. Dat resulteerde ondermeer in programma’s als OVT (geschiedenis) en Noorderlicht (wetenschap). Dat heten in Hilversum ‘verdiepende programma’s’. Daarmee scoor je niet bij een zendermanager die vooral gezellige en populaire radio wil. Ik geef een voorbeeld.

Kortgeleden hadden wij in Noorderlicht Nobelprijswinnaar Gerard ‘t Hooft te gast. Ik was daar trots op. De zendermanager niet.

De interviewer had het, volgens hem, helemaal verkeerd aangepakt. Het ging over „allerlei ingewikkelde theorieën in de natuurkunde”, waar hij „geen touw aan vast kon knopen”. Hij besloot zijn tirade in het Algemeen Dagblad met een vaderlijk advies: „Waarom vraagt die presentator niet: „Zeg professor, wat antwoord je aan je vrouw als ze ’s ochtends aan de ontbijttafel vraagt wat je vandaag gaat doen?” Op die manier grijp je de luisteraar direct bij zijn kladden.” Zelf zou ik een interviewer die zo’n ajournalistieke vraag stelt op het matje roepen.

Alles van waarde vraagt aandacht. Het lijkt mij de taak van radiomakers, met name op een ambitieuze nieuwszender, aandacht te prikkelen, niet om verbale muzak te produceren.

Als Rusland Georgië bombardeert, richt onze research zich niet op de vraag of Lee Towers wellicht ooit in Tbilisi is geweest (de zendermanager wil graag dat we meer bekende Nederlanders uitnodigen). Wij willen toegankelijkheid combineren met diepgang.

Ik ben bijvoorbeeld trots op de serie radioreportages over globalisering, Looking for Mr. Li. Wij stuurden verslaggevers naar India, Zambia, Venezuela en de Verenigde Staten om te onderzoeken wat de Chinese invloed is. Die reportages werden ’s ochtends om elf uur uitgezonden. Ze duurden elk zo’n twintig minuten. De zendermanager noemt dat „een enorm lange reportage uit een ver buitenland terwijl de luisteraar op dat tijdstip gewoon over het nieuws wil worden bijgepraat.”

Eigenlijk vindt hij alles wat de VPRO doet te lang, te ingewikkeld, te saai en te hoogdravend.

Wat de vervlakking nog eens extra in de hand werkt, is de Hilversumse neiging om successen eindeloos te kopiëren. Blijkt De Wereld Draait Door een formule die scoort, dan wordt De Wereld Draait Door de maat van alle dingen. Dat moeten we ook op radio hebben. Sidekicks? Leuk – moeten we ook doen!

De VPRO en de VARA hebben negatief geadviseerd over het nieuwe schema omdat veel van het publieke karakter van Radio 1 verloren gaat. Te veel gebabbel, te weinig wol.

Voor onze keuze voor specialisatie en voor onze oppositie betalen wij nu een hoge prijs. Over het voortbestaan van de Marathoninterviews is nog steeds geen overeenstemming bereikt. Onze reportages uit binnen- en buitenland en de wetenschapsrubriek Noorderlicht verdwijnen van de ochtend.

Dat zijn allemaal door luisteraars hoog gewaardeerde programmaonderdelen, zo blijkt uit onderzoek. „Ja” , zei de zendermanager tegen mij, „Maar je weet niet hoe de mensen die niet luisteren die programma’s waarderen.”

Tegen zulke verpletterende logica kan ik geen woord inbrengen.

Kees Schaepman is hoofdredacteur van VPRO Radio.

    • Kees Schaepman