Hondje pesten kost $ 150.000

Baasjes die geen afscheid kunnen nemen van een dode hond, kunnen sinds kort een gekloonde versie aanschaffen.

Maar die baasjes moeten niet rekenen op een kopie.

Als ik in de gekloonde-honden-business zat, dan wist ik het wel. Ik zou vooral géén gekloonde honden gaan verkopen. Iemand die een kloonhond bestelt, wil eigenlijk dat haar huisdier onsterfelijk wordt. Je hebt de allerliefste hond ter wereld, dan doe je toch alles om die te behouden? Wat is 150.000 dollar nou op een hondenleven? Maar, zou ik vertellen: zelfs voor zoveel geld kan ik niet het onmogelijke leveren.

Als ik in de gekloonde-honden-business zat, zou ik de klanten uitleggen dat mijn kloonhond niet 100 procent hetzelfde DNA heeft als hun allerliefste. Buiten de celkern bevinden zich de energiefabriekjes van de cel, de zogeheten mitochondrieën. Daar zit ook een beetje erfelijk materiaal in en dat zorgt ervoor dat de kloon genetisch ietsje afwijkt van het origineel. Ik zou ze ook vertellen over CC (kort voor carbon copy), de eerste gekloonde kat. Die had een vachtpatroon dat volkomen anders was dan de vacht van zijn origineel. Blijkbaar is niet voor elke kattenhaar in het DNA vastgelegd welke kleur het moet hebben. Bij honden is de vachtkleur minder chaotisch geregeld: rashonden lijken sterk op elkaar. Maar ja, in de hondenkloon-business kunnen we natuurlijk niet beloven dat de hond er precies zo uit ziet als het origineel.

Ook de draagmoeder heeft invloed op de kloon, zou ik uitleggen. DNA is een recept dat je vertelt hoe je een hondje moet maken uit een bevruchte hondeneicel. Dat is vrijwel hetzelfde als bij de originele hond. De ingrediënten komen uit hondenvoer en daarvan kunnen we zorgen dat het hetzelfde is. Maar wie denkt dat hij er dan is,heeft nooit vloekend een appeltaart af moeten gieten omdat de oven op vakantie anders werkt dan thuis.

Bij mensen komen er steeds meer aanwijzingen dat wat er tijdens de zwangerschap gebeurt, grote invloed kan hebben op het leven van het kind. Hoe groot die invloed is bij honden, daarvan hebben wij in de hondenkloonbusiness geen idee. Het gedrag van de hond zal dus waarschijnlijk anders zijn. Dat effect wordt versterkt door het feit dat ze nu opgevoed worden door een baasje dat ouder is en allemaal verstoorde verwachtingen heeft over zijn dier. Ik zou dit mijn klanten allemaal vertellen. Ik zou vertellen over de vele honden die nodig zijn om één kloonhond te maken. Wij brengen dierenleed toe voor hun plezier. Vervolgens maken we een puppy met gammel DNA. Kloonschaap Dolly had allerlei gezondheidsklachten, die waarschijnlijk voortkwamen uit het feit dat ze bij haar geboorte al het afgetakelde DNA van een ouder schaap meekreeg.

„Voelt u zich vooral niet schuldig”, zou ik vertellen. Alle huisdieren zijn zwaar doorgefokt en genetisch veranderd voor ons plezier. Flaporen en krulstaarten vinden we schattig, maar in de natuur zijn het handicaps. Daarom moet de overheid het ook niet verbieden, zou ik hardop mijmeren. Iemand die gek genoeg is om anderhalve ton neer te leggen voor een kloonhond, is sowieso ook wel bereid die illegaal aan te schaffen.

En dan zou mijn klant boos opkijken: ik heb haar gek genoemd. Dat is ze ook. Ze wil een godsvermogen betalen voor de onsterfelijkheid van een hond, maar wat ze gaat krijgen is een puppy die niet 100 procent genetisch identiek is aan haar hond, die er ietsje anders uit zal zien, en die zich anders gedraagt. Zo’n hond bestaat al: een andere hond van hetzelfde ras. Die gaat waarschijnlijk langer mee en is niet al voor zijn geboorte verantwoordelijk voor het leed van andere honden. Dat moet haar als hondenliefhebster toch aanspreken.

Voor deze goede raad vraag ik haar een schamele één procent van wat ze voor die hond had willen betalen. 1.500 euro voor een uurtje werk. Het is gemakkelijk rijk worden in de gekloonde-honden-business.

Bart Braun is wetenschapsjournalist en auteur van ‘Nieuwe Dieren’, over hoe de mens het dier aanpast aan zijn wensen.