Het kriebelt bij 400.000 hobbyisten

Den Helder is de laatste haven van een race met grote zeilschepen. Dat trekt honderdduizenden bezoekers. „Het stond vanochtend vanaf Alkmaar tot hier al vast.”

De Picton Castle komt aan in Den Helder. Het schip is gebouwd in 1928 en deed dienst als mijnenveger. Tegenwoordig is het een trainingsschip. Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Picton Castle komt aan in de haven van Den Helder tijdens de Tall Ship's Race Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 20-08-2008 Boyer, Maurice

Vanuit een sloep schrobben twee jongens de Shabab Oman, een driemaster uit Oman. Een derde schept water met een emmer uit het bootje. Ze dragen korte broeken en slippers, eigenlijk te koud voor deze natte en gure zomerdag in augustus. Bemanningsleden in sober uniform werpen af en toe een blik over de reling om de scheepsjongens aanwijzingen te geven. Anderen leunen tegen een muur en kijken zwijgend naar de stroom toeristen op de kade.

Op de Cuauhtémoc klinkt vrolijke Latijns-Amerikaanse muziek. Voor de loopplank staat een rij mensen te wachten om het Mexicaanse schip op te mogen. Eenmaal aan dek worden ze begroet door een officier in een chic uniform. De bezoekers, voornamelijk Nederlanders en Duitsers, schuifelen rond met camera’s in de hand.

Er liggen 76 zeilschepen aangemeerd in de haven van Den Helder, het eindstation van de Tall Ships’ Races 2008. De schepen, afkomstig uit verschillende landen, zeilden in de laatste etappe vanuit de Noorse stad Bergen. Zaterdagnacht ging in Den Helder het eerste schip al over de finish: het Russische schip Mir.

Eenderde van de vloot bestaat uit A-klasse schepen, langer dan 40 meter. Met hun imposante masten zijn ze van ver al te zien.

Voor de gemeente in de kop van Noord-Holland vormen de Tall Ships’ Races, ook wel de Den Helderse ‘Sail’ genoemd, een belangrijk evenement. Zo’n 300.000 tot 400.000 bezoekers moet het evenement trekken. Een deel hiervan slentert deze eerste van de vier feestdagen langs de boten. Meestal ouderen of gezinnen met kinderen, velen dragen kleurige zeiljacks en bootschoenen. „Bootjesmensen”, noemt organisator Willem Haarsma ze. Het zijn hobbyisten, amateurs waar Haarsma op doelt.

Zoals Eildert Mantinga uit Hoogezand. Ooit zat hij zelf bij het Korps Mariniers. Nu bezoekt hij met zijn dochter en kleinzoon de Den Helderse ‘Sail’. Het kriebelt bij het zien van al die schepen. „Het water trekt altijd. Maar het is hier veel prettiger dan Sail Amsterdam. Veel kleinschaliger en dus rustiger.”

De vloot die nu in Den Helder ligt is groter dan de vloot die de Amsterdamse haven ontvangt tijdens de officiële Sail. Het aantal bezoekers dat het evenement trekt, heeft nogal wat voeten in de aarde. „Het stond vanochtend vanaf Alkmaar tot hier al vast”, lacht Haarsma. De gemeente Den Helder trok 240 trainees van de politieacademie aan om de veiligheid te garanderen.

Het is de bedoeling dat het evenement de toerismesector van stimuleert. Verantwoordelijk hiervoor is Cor Hienkens, sinds twee jaar wethouder in Den Helder. „Een uitdaging”, noemt hij de portefeuille toerisme, al heeft Den Helder volgens Hienkens niks te klagen als het gaat om het aantrekken van toeristen. De stad heeft bij sommige Nederlanders een saai imago, of staat bekend als het vertrekpunt van de veerpont naar Texel. Volgens Hienkens valt er in Den Helder veel meer te beleven dan in andere steden met een vergelijkbaar aantal inwoners. De Tall Ships’ Races is hiervan een voorbeeld van.

Het evenement duurt nog tot en met zaterdag. Op de laatste dag zijn de schepen weer varend te bewonderen. Vanaf 9 uur ’s ochtends vertrekken de schepen uit de haven van Den Helder.