Fenomeen uit een relaxte sprinterscultuur

Usain Bolt is de nieuwe standaard bij het sprinten. Hij is sinds gisteren tweevoudig olympisch kampioen en wereldrecordhouder op de 100 en 200 meter. Jamaica zet op de sprints de toon.

De Jamaicaan Usain Bolt wint met ruime voorsprong de 200 meter. Foto AP Jamaica's Usain Bolt celebrates winning the gold in the men's 200-meter final during the athletics competitions in the National Stadium at the Beijing 2008 Olympics in Beijing, Wednesday, Aug. 20, 2008. (AP Photo/Itsuo Inouye) Associated Press

Usain Bolt is een mens van vlees en bloed, maar hij presteert buitenaards. Nadat de Jamaicaanse sprinter, die vandaag 22 jaar is geworden, zaterdag verbaasde met een recordtijd (9,69) op de 100 meter, brak hij gisteren op de 200 meter het twaalf jaar oude wereldrecord van Michael Johnson. De 19,32 is geschiedenis, 19,30 seconden is nu de standaard. En de nieuwe bron voor sprinters is Jamaica, het land dat in Peking de korte afstanden domineert.

In tegenstelling tot de 100 meter deed Bolt gistermiddag in het Vogelnest bewust een aanval op het wereldrecord. Op de kortste afstand was hij alleen geïnteresseerd in de gouden medaille, maar de 200 meter is ‘zijn’ nummer. „Die afstand ligt me na aan het hart, omdat ik dat nummer van kindsbeen af loop. Ik was houder van het wereldrecord voor junioren en wilde per se het seniorenrecord.”

Bolt is niet de eerste dubbele olympische sprintkampioen in de geschiedenis – de Amerikanen Charles Hahn (1904) en Ralph Craig (1912), de Canadees Percy Williams (1928), de Amerikanen Thomas Tolan (1932), Jesse Owens (1936) en Bobby Joe Morrow (1956), de Rus Valeri Borzov (1972) en de Amerikaan Carl Lewis (1984) gingen hem voor. Maar de Jamaicaan is wel de eerste die zowel de 100 als 200 meter op de Spelen won in een wereldrecordtijd.

Michael Johnson, de man die zijn record kwijtraakte, noemde zijn opvolger voor de Britse televisiezender BBC ‘Superman 2’, met een verwijzing naar de zwemmer Michael Phelps, de andere ‘Superman’ van de Spelen. Over de race zei Johnson: „Zijn start was ongelooflijk. Die vond ik zelfs beter dan op de 100 meter. Hij liep een perfecte bocht en had de kracht tot het eind de snelheid hoog te houden.”

Na zijn tweede olympische titel voerde Bolt weer een show op. Hij danste en bespeelde het Chinese publiek, dat het prachtig vond. De snelste sprinter van ‘Peking’ is ook de artiest van het Vogelnest. Tot ongenoegen van IOC-voorzitter Jacques Rogge, die heeft gezegd dat Bolt wel wat meer respect voor zijn tegenstanders mag tonen. „Dat gebaar van ‘pak me dan, als je kan’ moet hij niet herhalen.”

Niet alleen Bolt valt op bij de Spelen, ook andere Jamaicanen. Op de drie sprintnummers die zijn gehouden is de tussenstand Jamaica-VS 3-0. En de dominantie van het Caraïbische eiland lijkt nog niet voorbij, want na de dubbelslag van Bolt en de zege van Shally-An Fraser op de 100 meter, lijken de medailles op de 200 meter bij de vrouwen ook door Jamaica te worden verdeeld. Veronica Campbell-Brown en Kerron Stewart plaatsten zich gisteren als de twee snelsten voor de finale (vandaag 13.30 uur) en krijgen gezelschap van landgenoot Sherone Simpson.

Wat is de oorzaak van de overheersing van een land met maar 2,6 miljoen inwoners, dat van 52 atleten 39 sprinters naar de Spelen stuurde? Jamaica heeft sinds Donald Quarrie in 1976 (Montreal) de 200 meter won goede sprinters, maar de Amerikanen waren doorgaans iets beter. Zij beleven een terugval. Op Jamaica bestaat een sprintcultuur. Kinderen zijn vanaf hun schooltijd vertrouwd met sprinten, wat voornamelijk komt door de jaarlijkse scholierenwedstrijd in het nationale stadion van de hoofdstad Kingston. Naar die Girls en Boys Champ komen zo’n 30.000 mensen kijken. En talentvolle jongeren met ambitie beseffen: als ik het wil maken als sprinter moet ik opvallen bij die wedstrijd. Wie daar uitblinkt, maakt kans te worden opgenomen in een jeugdselectie.

Wie zich goed ontwikkelt, komt misschien in aanmerking voor de MVP-club van Stephen Francis, trainer aan de Utech Universiteit van Kingston. Welk Jamaicaans talent wil niet begeleid worden door de trainer van Asafa Powell, Michael Frater of Sherone Simpson? En wie niet door Francis wordt opgepikt, heeft eventueel een kans bij Glen Mills, de trainer van Bolt.

Powell en Bolt hebben ook de toon gezet voor een verblijf van sprinters op Jamaica. Opvallend, omdat in de decennia ervoor de sterkste Jamaicanen met aantrekkelijke beurzen naar Amerikaanse universiteiten werden gelokt. Maar het systeem met veel collegewedstrijden past Jamaicanen niet. Gemakzucht en een zekere luiheid is velen niet vreemd; Powell en Bolt laten zich er zelfs openlijk op voorstaan. Omdat het past bij hun karakter en levenswijze. Zij hebben meer baat bij een relaxed sportklimaat dan bij de hijgerige jacht op succes, de cultuur waarin de Amerikanen groot worden. Veel Jamaicaanse talenten zijn in dat geweld ten onder gegaan.

Er zit echter een keerzijde aan de Jamaicaanse levensvreugde. Het land heeft geen onafhankelijk out-of-competition-programma voor dopingtesten en is evenmin lid van de Caraïbische regionale dopingorganisatie. Dat wekt de verdenking van dopegebruik, een suggestie die in stilte gekoppeld wordt aan Bolts explosies in Peking. Waarmee niet gezegd is dat de Jamaicaanse successen een dubieuze basis hebben. Er verschijnen zeker controleurs op het eiland voor onaangekondigde testen. De internationale atletiekfederatie IAAF voert er zelf ‘vliegende controles’ uit. Bovendien worden de topsprinters bij wedstrijden intensief gecontroleerd. In Peking klagen de Jamaicanen er zelfs over dat ze zo vaak getest worden.

    • Henk Stouwdam