Eindbestemming MoMA

Collectioneur Van Ravesteijn schenkt zijn kunstcollectie aan het MoMA.

Had het Stedelijk Museum maar betere contacten moeten onderhouden, zegt hij.

Uit de collectie: ansichtkaart van Jan Dibbets uit 1969. Jan Dibbets. Untitled, 1969. Postcard. Offset lithograph. 4 1/16 x 6 1/16” (10.3 x 15.4 cm). Publisher: Seth Siegelaub, New York. Edition: unlimited. Art & Project/Depot VBVR.

Vaak verspreekt hij zich en zegt hij: „Wij zijn dolgelukkig” – alsof Geert van Beijeren, zijn levenspartner die drie jaar geleden overleed, nog leeft. Adriaan van Ravesteijn (1938), kunstverzamelaar en samen met Van Beijeren tot 2001 eigenaar van avant-gardegalerie Art & Project, zegt in een telefoongesprek: : „Geert en ik hadden nooit durven drómen dat onze collectie vroege conceptuele kunst naar het Museum of Modern Art zou gaan. Voor ons en voor de kunstenaars uit onze collectie is er geen betere plek denkbaar.”

Met de aanvaarding van tweehonderdvijftig kunstwerken door het Museum of Modern Art in New York heeft ook het laatste deel van de reusachtige collectie die Van Beijeren en Van Ravesteijn in de loop van meer dan veertig jaar bij elkaar brachten, de eindbestemming gevonden. „Er is hier niets meer”, zegt Van Ravesteijn tevreden.

Al in de jaren negentig begon het paar na te denken over de toekomst van hun collectie, die bestaat uit grote clusters werken van onder anderen Daan van Golden, Francesco Clemente, Ad Dekkers, Richard Long, Stanley Brouwn en Ben Akkerman. Van Ravesteijn: „De zorg voor de collectie was enorm. Dat konden we fysiek niet meer opbrengen. We gingen inventariseren: in welk museum komt wat het best tot zijn recht? We wilden alleen langdurige bruiklenen geven aan musea waarvan we wisten dat ze de kunst uit de kelder haalden en er goed voor zouden zorgen. Met die langdurige bruiklenen konden we een vinger in de pap houden, voor het geval het tentoonstellingsbeleid in een museum drastisch wijzigde of er een directeur zou aantreden die wij absoluut niet zagen zitten.”

Het grootste deel van de collectie – circa twaalfhonderd werken – is in de loop van tien jaar naar het excentrisch gelegen Rijksmuseum Twenthe gegaan. Van Ravesteijn: „We kennen de huidige directeur Lisette Pelsers van een tentoonstelling die zij in 1996 over Ben Akkerman maakte. We zagen hoe goed zij met het werk omging. Pelsers heeft altijd een innig contact met ons gehouden – en dat levert iets op.”

Het contact met Christophe Cherix, de conservator van het MoMA, dateert uit 2003. Van Ravesteijn: „Cherix zocht ons op in Slootdorp omdat hij de bulletins die we uitgaven bij tentoonstellingen op de Papierbiënnale in Ljubljana wilde tonen. Cherix werkte toen nog bij het Cabinet des Estampes in Genève, maar was erg betrokken bij onze geschiedenis en bij de vroege conceptuele kunst. We besloten onze conceptuele werken aan Genève in bruikleen af te staan. Toen Cherix in 2007 bij het MoMA werd benoemd, was zijn eerste vraag of de collectie mee kon naar New York. En dat werd een schenking.” Grote afwezige bij de ontvangende instellingen is het Stedelijk Museum in Amsterdam. Van Ravesteijn: „Het is geen geheimdat onze relatie met directeur Rudi Fuchs problematisch is geweest.

„Met de musea die nu delen van onze collectie krijgen, hebben we een onbezoedeld verleden. Er is een nieuwe generatie directeuren die ons niet kent als galeriehouders – zeg maar middenstanders – maar als collectioneurs. Zij onderhouden wel een relatie met ons. Wij beschouwen hen als onze kinderen, die we zo nu en dan iets schenken als voorschot op de erfenis.”

    • Lucette ter Borg