Een duivel, met goede bedoelingen

Guillermo del Toro doet in Hellboy II. The Golden Army hetzelfde als in deel 1.

Dezelfde held, dezelfde goed uitgewerkte bijfiguren, dezelfde droge humor.

Vier karakters uit de film Hellboy II: The Golden Army, van linksboven met de klok mee: Hellboy (Ron Perlman), Abe Sapien (Doug Jones)(foto), The Chamberlain (Doug Jones) en Cathedral Head (Brian Steele). scene uit de film Hellboy II: The Golden Army (2008) FOTO: UPI The B.P.R.D.?s aquatic empath Abe (DOUG JONES) senses danger in ?Hellboy II: The Golden Army?.

Met Hellboy schiep Guillermo del Toro vier jaar geleden een van de leukste, stoerste en origineelste superhelden van de laatste jaren. Dat is een prestatie in een genre waarin over gebrek aan concurrentie bepaald niet te klagen valt; soms lijkt het alsof Hollywood alleen nog maar stripfilms voortbrengt.

Veel opzien baarde Hellboy niet. Het is alleen te danken aan het onverwachte succes van de film op dvd en aan het prestige dat Del Toro verwierf met Pan’s Labyrinth (vorig jaar goed voor drie Oscars) dat hij toch een vervolgfilm van de grond kon krijgen.

Goed, als jullie het vier jaar geleden niet snapten, leg ik het nog een keer uit, moet hij hebben gedacht. Del Toro doet in Hellboy II. The Golden Army simpelweg nog een keer hetzelfde: dezelfde held, dezelfde goed uitgewerkte bijfiguren, dezelfde droge humor. En met hetzelfde, onvervalste plezier in zijn fantasy-wereld vol trollen en demonen. De film is niet groter of kleiner dan de voorganger, niet lichter of donkerder en niet beter of slechter, maar gewoon even amusant.

Hellboy II is de tegenpool van The Dark Knight, de briljante Batmanfilm van Christopher Nolan. Waar Nolan laat zien hoe verrassend veel serieuze en complexe thema’s de superheldenfilm blijkt te kunnen verdragen, stapt Del Toro zonder omhaal, en zonder zich daarvoor te verontschuldigen, in de fantasieën en avonturen van zijn jongenswereld.

Hellboy, gespeeld door een vrijwel onherkenbare Ron Perlman, is weliswaar een vuurrode duivel, maar hij heeft goede bedoelingen. Als agent van het Bureau voor Paranormale Research en Defensie beschermt hij de mensheid tegen aanvallen van kwaadaardige wezens van gene zijde. Hij wordt daarbij vergezeld door zijn vriendin Liz, bij wie de vlammen uitslaan als ze zich kwaad maakt (gelukkig is Hellboy vuurvast). Slim is deze sigaren rokende lobbes niet. Hij kan de assisentie goed gebruiken van zijn sidekick Abe Sapien, een alwetend amfibisch wezen dat leeft in een aquarium en een passie heeft voor Vivaldi en Barry Manilow.

Wat Hellboy het liefst doet is chocolade eten, voor de televisie hangen en luisteren naar Al Green op vinyl („Je kunt niet naar Al Green luisteren op cd”). Zijn appartement is een zwijnenstal en het kost hem veel moeite om zijn vriendin een beetje te begrijpen. Hellboy is een eeuwige adolescent. Zelden sluit een filmheld zo nauw aan bij het profiel van de doelgroep, zonder dat de argwanende kijker daarachter onmiddellijk de cynische hand van een filmstudio vermoedt.

Het is gebruikelijk om de films van Del Toro te verdelen in zijn persoonlijke, artistieke films zoals Pan’s Labyrinth en zijn grote, commerciële blockbusters. Maar dat onderscheid is betrekkelijk. Uit ieder detail, met als hoogtepunt een bezoek aan de ‘trollenmarkt’ die zich in New York onder de Brooklyn Bridge bevindt, blijkt dat ook Hellboy II een film is die hem na aan het hart ligt.

De vader van het wezen, professor Bruttenholm, gespeeld door John Hurt, legde het loodje in de eerste film, maar is hier toch weer te zien in een proloog, waarin hij de legende van het Gouden Leger uitlegt aan het twaalfjarige duiveltje.

De kwaadaardige Nuada (Luke Goss, ooit beroemd met de popgroep Bros) tracht dit Gouden Leger weer tot leven te wekken, en zo een eeuwenoud vredespact tussen de mensheid en de demonen te verbreken, waarbij de mensen de steden kregen toebedeeld en de demonen de bossen en wouden.

De film is gebaseerd op het gelijknamige stripverhaal van Mike Mignola, dat sinds het begin van de jaren negentig onregelmatig verschijnt. Hij schreef het scenario voor de film, samen met Del Toro. Hellboy heeft dus niet de lange voorgeschiedenis van figuren als Batman en Spiderman. Del Toro komt zo niet in de verleiding om met te veel nadruk te spelen met de status van zijn held als icoon.

De hang naar het occulte doet in de verte denken aan de Indiana Jones-films. Maar vergeleken met Steven Spielbergs plichtmatige invuloefening Indiana Jones and the Kingdom of the Crystal Skull is Hellboy II met veel meer aandacht en liefde gemaakt. Zo zijn er wel meer films waar Hellboy associaties mee heeft: het jagen op engerds in Men in Black, de futuristische film noir-sfeer van Blade Runner. Wat de film oorspronkelijk maakt, zijn de personages, waar je onherroepelijk een zwak voor krijgt.

Hellboy II: The Golden Army. Regie: Guillermo del Toro.Met: Ron Perlman, Selma Blair. In 59 bioscopen. ****

    • Peter de Bruijn