De hoofdstad, dat is wat de Talibaan willen

De Talibaan vielen vooral in het zuiden aan.

Maar ze rukken op. Het gevoel van onveiligheid in de voorheen veilig geachte hoofdstad groeit.

Amerikaanse soldaten van de 101ste Airborn Division. Ze zijn in de provincie Khost, ten zuiden van Kabul, op zoek naar Talibaan-strijders. Foto AP/Rafal Gerszak U.S. soldiers from 101st Airborne Division, 506th Infantry Regiment, 2nd Battalion, 4th Platoon patrol in search of Taliban forces in Khost province, south of Kabul, Afghanistan, Monday, June 9, 2008. (AP Photo/Rafal Gerszak) Associated Press

Een ouderwetse Talibaan-hinderlaag op een ongebruikelijke plaats kostte dinsdag aan tien Franse militairen het leven. Het was het grootste verlies aan buitenlandse militairen op de grond in Afghanistan sinds de Amerikanen het Talibaan-regime in 2001 verdreven. De aanval, vijftig kilometer ten oosten van Kabul, is ook het grootste succes bij het halen van één van de nieuwe doelen van de Talibaan: de ‘omsingeling’ van de hoofdstad.

Talibaan-aanvallen van deze omvang hadden de afgelopen jaren vooral in de zuidelijke provincies plaats, waar de Talibaan van oudsher hun sterkste posities hebben. Daar is ook weinig aan de strijd veranderd; begin deze week werd in Helmand een Britse militair doodgeschoten, gisteren maakte de Afghaanse defensie bekend dat er tien opstandelingen zijn gedood.

Maar sinds dit voorjaar groeit het aantal geweldsincidenten in Kabul en de omringende provincies sterk. De denktank Senlis Council bijvoorbeeld schat in een vorige maand verschenen rapport dat ruim de helft van de provincie Wardak onder controle van de Talibaan staat. Meestal gaat het om aanvallen op ‘zachte doelwitten’, zoals hulpverleners en politici.

Vorige week nog werden drie Canadese hulpverleensters en hun Afghaanse chauffeur op klaarlichte dag doodgeschoten in de provincie Logar. Hiermee kwam het aantal vermoorde hulpverleners sinds het begin van het jaar op 23. In heel 2007 waren er vijftien slachtoffers, meldt de Afghaanse beveiligingsorganisatie ANSO.

Het gevoel van onveiligheid in de voorheen redelijk veilig geachte hoofdstad groeit. „Stukje bij beetje rukken de Talibaan op naar Kabul”, ziet historicus Habibullah Rafi. Tegen het Franse persbureau AFP zei hij: „Doordat de bombardementen [van buitenlandse troepen] te veel burgerslachtoffers maken, winnen de Talibaan aan sympathie onder de bevolking, die hen niet direct steunt, maar de ogen sluit.”

Pas gearriveerde buitenlandse troepen zijn een geliefd doelwit van de Talibaan. In juli deden 200 strijders een aanval op een net geopende Amerikaanse legerbasis in Wanat, op de grens tussen de oostelijke provincies Kunar en Nuristan. Daarbij kwamen negen Amerikaanse militairen om.

Dit voorjaar nog dachten NAVO-generaals dat het gedaan was met de grote Talibaan-aanvallen. Maar die trend is gekeerd sinds de Talibaan in juni met honderden de gevangenis in de stad Kandahar bestormden om medestrijders te bevrijden.

De strategie om Kabul te omsingelen, is lang geleden ontwikkeld, zegt de Afghaanse analist Harun Mir. En hij denkt dat de overheid dat niet kan verhinderen. Want president Hamid Karzai slaagt er niet in om corruptie onder bestuurders en politie uit te roeien – en ook niet om krijgsheren met belangen in de opiumhandel te bedwingen. In een interview eerder deze week erkende hij dat zijn land „nog geen goed functionerende overheid heeft”.

Karzai bevestigde dat hij volgend jaar herkozen wil worden: „Ik heb een karwei af te maken.” Het ligt niet in de verwachting dat Karzai zo kort voor de verkiezingen nog nieuwe vijanden durft te maken onder de krijgsheren.

Daar komt bij dat in het oosten van Afghanistan het geweld door Talibaanstrijders vanuit de Pakistaanse tribale gebieden sterk is toegenomen, sinds het aantreden van een democratisch gekozen regering in Islamabad. Karzai en de NAVO-troepenmacht ISAF wijten dat aan de vredesonderhandelingen die de Pakistaanse regering voert met de ‘Pakistaanse Talibaan’. Dat is een netwerk van extremisten die banden hebben met de Talibaan en Al-Qaeda. Analisten vermoeden dat zij 40.000 strijders tot hun beschikking hebben.

Karzai legde in het interview de verantwoordelijkheid voor de oorlog in Afghanistan volledig bij Pakistan. „Ik geloof geen seconde dat Afghanistan een probleem met terrorisme heeft”, zei hij. „De oorlog tegen het terrorisme ligt niet in Afghaanse dorpen. Punt uit. De oorlog ligt bij de toevluchtsoorden van de terroristen, hun opleidingsplaatsen en hun financiële middelen.” Daarmee doelde hij op Pakistan.

Maandag trad daar Pervez Musharraf terug als president. Tijdens zijn negenjarige bewind trad hij van tijd tot tijd militair hard op tegen de stammen die onderdak bieden aan Al-Qaeda en andere extremisten. Dat zette veel kwaad bloed bij de Pakistanen, die Musharraf steeds meer als een marionet van het Westen gingen beschouwen.

Uit deze woede zijn de Pakistaanse Talibaan ontstaan. Zij plegen niet alleen aanslagen in Afghanistan, maar ook in Pakistan. Onderhandelingen van de nieuwe regering in Islamabad met de Pakistaanse Talibaan zijn mislukt. Het leger voert nu weer operaties uit in de tribale gebieden, net als Musharraf deed.

Tot enkele maanden geleden was de strijd tussen buitenlandse troepen en de Talibaan vooral geconcentreerd in de zuidelijke provincies, maar nu komen in het oosten geregeld Amerikaanse militairen om door bermbommen en door vuurgevechten met uit Pakistan afkomstige Talibaan.

Dinsdag pasten de Talibaan een nieuwe aanvalstactiek toe in de oostelijke provincie Khost, op Kamp Salerno, na Bagram de grootste Amerikaanse basis in Afghanistan. Strijders in militaire uniformen verschenen met machinegeweren aan de horizon, en Amerikaanse en Afghaanse militairen gingen erop af. Steeds als zij de strijders naderden, bliezen die zichzelf op. Een dag eerder was er al een zelfmoordaanslag gepleegd bij de basis. Een strijder ramde een met explosieven volgeladen auto in de poort, en doodde daarbij negen Afghanen. Grote bases van buitenlandse militairen zijn niet langer onaantastbaar.

„De aanvallen worden groter en brutaler”, signaleert Afghanistan-kenner Seth Jones van de denktank Rand Corporation. „De Talibaan denken echt dat ze nu aan de winnende hand zijn, en daardoor worden ze vrijpostiger.”

    • Hanneke Chin-A-Fo