Clusterbommen op de Kaukasus

storimans.jpgRTL4-cameraman Stan Storimans kwam vorige week in Gori om bij een Russische luchtaanval in Gori waarbij clusterbommen werden gebruikt, de gemeenste wapens die er zijn. Meer dan honderd landen in de wereld hebben sinds mei van dit jaar die bommen uit hun arsenaal verwijderd, maar Rusland wilde aan de onderhandelingen over die verbanning niet deelnemen.

De vorige keer dat een land clusterbommen gebruikte was in 2006. Israel zette ze toen in tijdens zijn oorlog tegen de Hezbollah in Libanon.

clusterbom_infografiek.jpgDe organisatie Human Rights Watch heeft gisteren een rapport gepubliceerd waaruit blijkt dat Rusland ook elders in Georgië clusterbommen heeft gebruikt in dichtbevolkte gebieden. Niet alle zijn ontploft, zodat het oorlogsgebied nog vol met onontplofte granaten ligt. Voor de geteisterde Georgische en Zuid-Ossetische bevolking van het oorlogsgebied, die zo snel mogelijk naar huis wil om te zien of de auto en de generator er nog staan, wordt het er niet makkelijker op.

Op straat in Moskou is de stemming erg pro-Poetin (herstel, pro-Medvedev). Vooral jongeren die ik heb gesproken lijken het prima te vinden wat er is gebeurd. ,,Ze moeten een atoombom op Georgië gooien”, zei een redelijke ontwikkelde twintiger, die toegaf alleen naar de staatstelevisie te kijken als hij iets over de oorlog op de Kaukasus wilde weten. ,,We moeten nu ook de Krim maar eens innemen”, zeiden een paar kennissen van mijn assistente.

Op weblogs van jonge Russen vind je andere geluiden. Daar is namelijk sprake van schaamtegevoel over het grootschalige geweld.

Opvallend is ook dat veel Russen het ineens over die zielige Zuid-Ossetiërs heeft, terwijl de gemiddelde Rus de Osseten tot voor kort net als de overige Kaukasusbewoners zwartkonten noemde. Waar zo’n oorlog al niet goed voor is.

Ik moest vanmorgen ineens denken aan de Tsjetsjeense oorlogen van 1994-1996 en 1999-2002. Tsjetsjenië verkeerde in 1994 in een vergelijkbare positie als Zuid-Ossetië en Abchazië nu. Het wilde onafhankelijk van Moskou worden, zoals de beide separatistische gebieden dat van Georgië willen. De toenmalige president Jeltsin reageerde daar op uiterst gewelddadige wijze op en herstelde met veel geweld de territoriale integriteit van Rusland. Ongeveer zoals die onverstandige Saakasjvili dat in de nacht van 7 op 8 augustus wilde doen.

In die eerste Tsjetsjeense oorlog kwamen meer dan 30.000 onschuldige burgers en duizenden Russische militairen om het leven. Het hele land werd in puin geschoten. Honderdduizenden werden op de vlucht gedreven.

In 1999, na de raadselachtige bomaanslagen op Russische flats, waarin terreurdeskundigen (Russen en niet-Russen) de hand van het Kremlin vermoedden, begon de tweede Tsjetsjeense oorlog, die nog bloederiger was dan de eerste. Tsjetsjeense vrijheidsstrijders vermoordden talloze onschuldige Russen. Het Russische leger reageerde nog gruwelijker op die moorden dan tijdens de eerste Tsjetsjeense oorlog. Er kwamen minstens 60.000 mensen om. En opnieuw raakten vele duizenden gewond.

Het Russische 58ste leger, dat nu ook in Georgië is ingezet, pleegde in die oorlog talloze misdaden tegen de menselijkheid, die door het Kremlin in de doofpot werden gestopt. Journaliste Anna Politkovskaja schreef er uitvoerig over. Vanwege haar kritische berichtgeving werd ze vermoord. Volgens ingewijden op bevel van het Kremlin.

Wat ik me afvraag is nu of al diegenen die de huidige Russische acties van Rusland in Georgië steunen ook zo dachten toen Rusland Tsjetsjenië binnenviel. Spraken ze ook schande over de politiek van Jeltsin die die Tsjetsjenen hun onafhankelijkheid niet gunde? Waarschijnlijk niet, vrees ik. Het Kremlin is tenslotte heilig, net zoals de tsaar dat was.

De oorlog tegen het ‘perfide’ Georgië heeft Medvedev een eigen gezicht gegeven onder zijn bevolking. Dat blijkt zowel uit opiniepeilingen van het onafhankelijke Levada Centrum als van het aan het Kremlin gelieerde Vtsiom. Het is bijna net zoals ten tijde van die tweede Tsjetsjeense oorlog, die de toenmalige premier Poetin het presidentschap bezorgde.

    • Michel Krielaars