Afghaanse taekwondoka Nikpai wacht heldenonthaal

Het podium bij het taekwondo had gisteren een opmerkelijk samenstelling. De medailles werden gewonnen door Mexico, de Dominicaanse Republiek, Afghanistan en Taiwan.

Taekwondoka Chu Mu-Yen zei gisteren verrast te zijn dat hij de olympische titel in de gewichtsklasse tot 58 kilogram niet had kunnen behouden. Het was niet zo zeer zijn bronzen medaille die hem verbaasde, nadat hij vier jaar geleden in Athene als eerste mannelijke Taiwanees een gouden olympische medaille had gewonnen. Het waren de nationaliteiten van de taekwondoka’s met wie hij het podium deelde.

Guillermo Perez bezorgde Mexico de eerste gouden olympische medaille sinds 2000, Yulis Gabriel Mercedes won met het zilver de eerste medaille voor de Dominicaanse Republiek bij deze Olympische Spelen en Rohullah Nikpai behaalde met het – gedeelde – brons zelfs de eerste olympische medaille ooit voor Afghanistan. Met de voor hun landen unieke prestatie bewezen de taekwondoka’s ook een goede dienst aan de stijlvolle, van oorsprong Koreaanse vechtsport waarbij het doel is het hoofd en de romp te raken met voet en vuist. Het ruigere broertje van karate staat sinds 2000 op het olympische programma en wordt gedomineerd door Oost-Aziatische landen.

Koreaanse, Chinese en Thaise fans en verslaggevers dropen af bij de medailleceremonie en de daarop volgende persconferentie. Perez vertelde dat hij werd overmand door emoties en dat hij voortdurend kippenvel had gehad bij het volkslied. Mercedes zei vriendelijk dat hij trots was in de finale van zijn Latijns-Amerikaanse vriend te hebben verloren. De meeste aandacht ging echter uit naar Nikpai, die nauwelijks van zijn zege in de partij om het brons leek te zijn bekomen.

De beste Afghaanse olympische prestatie was een vijfde plaats in het worsteltoernooi van 1964. Sporters uit de verdeelde republiek werden in 2000 nog door het Internationaal Olympisch Comité (IOC) geweerd van de Zomerspelen in Sydney, omdat het gezag van de Talibaan internationaal niet werd erkend. De schorsing werd opgeheven in 2004 toen de islamitische machtspartij olympische deelname van vrouwen toestond.

De beslissende partij van Nikpai werd in Afghanistan alleen uitgezonden door een privételevisiestation. Met het haperende elektriciteitsnetwerk en de schaarse aansluitingen voor kabelontvangst zullen slechts enkelen hebben gezien hoe hun landgenoot uit de onrustige provincie Wardak de Spaanse wereldkampioen Juan Antonio Ramos op de knieën dwong, zijn coach in de armen vloog en in snikken uitbarstte.

„Ik hoop dat dit een vredesboodschap is naar mijn land, na dertig jaar van oorlog. Deze medaille heb ik voor Afghanistan gewonnen”, zei Nikpai, die door zijn coaches werd aangespoord ten overstaan van verslaggevers de nationale vlag om zijn schouders te draperen. Bij terugkomst in Afghanistan wacht hem een heldenonthaal. President Hamid Karzai stelde de taekwondoka telefonisch een huis in het vooruitzicht. Een aanbieder van mobiele telefonie loofde voor de Olympische Spelen al 50.000 dollar uit voor een medaille, het hoofd van een lokale hulporganisatie beloofde een premie van 10.000 dollar.

De enige taekwondoka die niet in het vrolijke podiumgezelschap paste, was Chu Mu-Yen. Vier jaar geleden maakte de gouden medaille hem een volksheld in Taiwan. Hij werd gefêteerd door publiek, politici en sponsors en trad op in televisieprogramma’s en reclamecampagnes. In 2005 kwam aan het licht dat Chu werd afgeperst door een criminele bende, die hem chanteerde met webcambeelden van pornografische websites. Het kostte hem tot aan zijn gang naar de politie 35.000 dollar, een vernield huis en bedreigingen van zijn familie.

Uiteindelijk werden negen bendeleden gearresteerd, maar de reputatie van Chu had een flinke deuk opgelopen. In Peking toonde de watervlugge taekwondoka dat van zijn onbezorgdheid weinig over is. „Ik wil mijn vriendin, familie en vrienden bedanken”, zei Chu obligaat na het in ontvangst nemen van de bronzen medaille. „Vanaf vandaag ben ik met taekwondopensioen.”