Vanuit de cel op zoek naar werk en een woning

Wie uit de gevangenis komt, heeft zijn vrijheid terug maar is vaak zijn huis en inkomsten kwijt. Justitie probeert daar nu iets aan te doen, in samenwerking met gemeenten. Deel drie van een vierdelige serie over het moderne opsluiten.

Bijna 40.000 mannen en vrouwen stonden tot voor kort jaarlijks voor een Nederlandse gevangenispoort met niet meer dan een treinkaartje in de hand. Vrijgelaten, maar vaak verslaafd, zonder baan of uitkering en niet zelden met schulden en zonder huis.

Ex-gedetineerden kwamen voor 2005 in een niemandsland terecht. Voor Justitie bestonden ze op het moment dat ze de poort uitliepen niet meer. En gemeenten wisten het eigenlijk nooit als ze een vrijgelaten veroordeelde binnen hun grenzen kregen. Totdat ze weer met de politie in aanraking kwamen. En dat gebeurt bij 71 procent van ex-gedetineerden.

„Ik ben lokale ambtenaren tegengekomen die niet eens wisten dat ze een gevangenis in hun gemeente hadden, en hoeveel ex-gedetineerden ze jaarlijks over de vloer kregen”, zegt Karel van Duijvenbooden. Hij leidt namens de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) de verbetering van de nazorg voor gedetineerden. Gevangenissen deden ook nauwelijks iets om gemeenten te betrekken bij die ex-gedetineerden. Het waren gesloten bolwerken.

Sinds 2005 probeert DJI, onderdeel van het ministerie van Justitie, dat te veranderen. Meer samenwerking tussen gevangenissen en gemeenten moet voorkomen dat vrijgelaten gevangenen met lege handen staan en terugvallen in de criminaliteit.

„Als iemand de gevangenis in moet, wordt alles afgeknipt”, zegt Van Duijvenbooden. „Zijn uitkering, zorg- en huurtoeslag raakt hij kwijt, zijn huur wordt opgezegd, zijn huis ontruimd.” Het probleem is alleen dat 60 procent van de Nederlandse gevangenen binnen twee maanden alweer vrijkomt. „Ze staan op vrijdagmiddag bij het loket van de sociale dienst in hun gemeente, en hebben niets: geen inkomen, geen woning.” En met een beetje pech is de deurwaarder alweer naar ze op zoek. Iets wat een relatief korte onderbreking van het normale leven is, wordt zo een diep gat waar je maar moeilijk uit klimt. Dat is niet alleen voor de gedetineerde schadelijk, maar ook voor zijn omgeving. En het is duur, zegt Van Duijvenbooden: „Zeker als iemand kort vastzit, is het zonde om alle basisvoorzieningen af te breken om ze twee maanden later allemaal weer opnieuw op te moeten starten.”

Het idee van het programma ‘Nazorg’ is eenvoudig, zegt Van Duijvenbooden. Zorg ervoor dat iemand die vrijkomt in ieder geval een identiteitsbewijs heeft, een plek om te slapen, een inkomen of uitkering, en toegang tot zorg. Zonder deze basis zijn alle andere pogingen tot resocialisatie gedoemd te mislukken, zegt Van Duijvenbooden: „Je kan voor iemand wel een ingewikkelde psychiatrische behandeling bedenken, maar als zijn gas en licht zijn afgesloten, schiet je er niets mee op.”

Eigenlijk is het gebrek aan aandacht voor ex-gedetineerden bij veel gemeenten onlogisch. Voorkomen dat deze groep terugvalt in oud gedrag is ook in hun belang, zegt Harm van Twillert. Hij coördineert voor de gemeente Lelystad de nazorg aan ex-gedetineerden. De invloed van deze groep op de veiligheid binnen gemeenten is groot. Zeker in grote steden als Amsterdam, dat in 2007 bijna vierduizend vrijgelaten gevangenen moest verwerken.

Maar voor veel gemeenten gold voor gevangenen ‘uit het oog, uit het hart’. Gemeenten waren blij dat ze die lastige klanten kwijt waren. De laatste jaren is er wel wat verbeterd, zegt Van Duijvenbooden. Na toenaderingspogingen van Justitie hebben 365 van de 443 gemeenten nu een medewerker die zich bezighoudt met de nazorg van ex-gedetineerden. „Het proces komt net goed op stoom.”

De 183 medewerkers maatschappelijke dienstverlening die bij Justitie werken zijn de spil in het contact tussen gemeenten en gevangenissen. In de gevangenis van Lelystad werken er negen. Jacqueline Friperson is één van. Zij vertelt gemeenten wat voor mensen ze straks (terug) krijgen. Heeft de gevangene nog een huis? Zijn er schulden, zal hij bij vrijlating een uitkering moeten hebben? Kan hij via het arbeidsbureau al aan een baan worden geholpen?

Eenvoudig is het niet. Friperson is afhankelijk van de informatie die de gedetineerde wil geven. Die weet soms gewoon niet waar zijn paspoort ligt, of schaamt zich over zijn schulden, of denkt dat hij zonder hulp wel aan geld komt als hij weer vrij is. Dat leidt regelmatig tot klachten van gemeenten: de aangeleverde gegevens kloppen niet. Ook de Inspectie voor de Sanctietoepassing concludeerde vorige week dat er nog veel schort aan de kwaliteit van informatie die gemeenten krijgen.

Soms staan de regels een soepele afhandeling in de weg: wie niet ingeschreven staat in een gemeente, komt moeilijk aan een nieuw paspoort, maar zonder identiteitsbewijs kan je geen huis huren of een uitkering ontvangen. Ook de cultuur bij gevangenissen werpt drempels op. Friperson: „Wij zijn vaak nog heel gesloten. Omdat we een ID willen regelen vóór iemand vrijkomt, willen we graag dat de gemeenteambtenaar naar de gevangenis komt om een aanvraag op te nemen. Ook moet er een fotograaf komen voor de pasfoto. Maar dan moeten we het die ambtenaar makkelijker maken om binnen te komen, en flexibeler te zijn over de dagindeling van de gevangene, zodat de ambtenaar daar minder afhankelijk van is.”

De gevangene moet zelf ook iets doen. Met behulp van Friperson gaan er brieven naar het arbeidsbureau, de woningcorporatie, de Belastingdienst en eventuele andere schuldeisers. De meeste schuldeisers, zegt Friperson, zien het belang van een betalingsregeling of de bevriezing van de schuld. Van Duijvenbooden: „Alleen het CJIB nog niet. Dat heeft maar één missie: boetes innen. Maar we zijn met ze in gesprek.” Zo werkt Friperson met de gevangene een hele lijst af: hij moet zijn zorg- en huurtoeslag zelf stopzetten, alvast naar werk zoeken of een uitkering aanvragen, zich inschrijven als woningzoekende.

„Ik ben blij dat de muur tussen gevangenissen en gemeenten afbrokkelt”, zegt Van Twillert. In steeds meer gemeenten is het belang van het ‘helpen’ van ex-gedetineerden doorgedrongen. In Rotterdam bijvoorbeeld draait de gemeente één jaar lang op voor de huur van een gevangene, andere gemeenten doen dat een half jaar. Maar veel gemeenten moeten nog wennen, zegt Van Twillert. Extra aandacht voor deze groep is voor een gemeente niet altijd makkelijk: het kost geld en moeite.

Justitie moet daarom energie blijven steken in het „verleiden” van gemeenten, zegt Van Twillert. „Ze moeten ervan overtuigd worden dat het in hun eigen belang is. Geef de moed niet op, ook al zijn er over twee jaar nog gemeenten die het niet snappen. Laten we wel wezen, Justitie heeft er ook decennia over gedaan.”

Voor een 25-jarige celbewoner in Lelystad is vrijheid nog ver weg. Hij werd vorig jaar tot meer dan zeven jaar cel veroordeeld. Het begon met gokken en problemen met zijn ouders, het eindigde een half jaar later met een serie bankovervallen. „Ik ben elke dag bezig met de dag dat ik vrijkom.” Samen met Jacqueline Friperson heeft hij zijn schulden al geregeld en zich ingeschreven bij het arbeidsbureau en een woningcorporatie. „Voor sommige mensen is het normaal hier te zitten, maar niet voor mij. Als ik vrijkom wil ik gewoon een rustig leven leiden.”

Lees de eerste twee delen van deze serie via nrc.nl/binnenland

    • Derk Stokmans