Super! En kom nu maar op met die Amerikanen

Winnen van Italië was al geweldig, en nu ging ook nog Hongarije voor de bijl.

De speelsters zijn in „een soort trance” terechtgekomen en willen nu het goud.

Gillian van den Berg in de aanval tegen Hongarije. Foto Bas Czerwinski 19-08-08, Beijing, China. Waterpolo halve finale tussen Nederland en Hongarije. Actie Gillian Van den Berg, en Krisztina Szremko, rechts. Foto Bas Czerwinski Czerwinski, Bas

Half huilend, half juichend vielen de Nederlandse waterpolosters elkaar langs de rand van het zwembad in de armen. Met het behalen van de eerste olympische waterpolofinale schreef de Nederlandse ploeg gistermiddag geschiedenis.

In het Yingdong Natatorium in Peking zorgde de ploeg van bondscoach Robin van Galen voor de tweede stunt op rij. Na de spectaculaire zege op olympisch kampioen Italië versloeg Nederland nu Hongarije in de halve finale: 8-7. Hongarije, een land met een sterke waterpolotraditie, is de wereldkampioen van 2005.

„We hebben fantastisch gespeeld”, zei Van Galen. „Onze beste wedstrijd tot nu toe. Het was geen toeval dat wij vandaag hebben gewonnen. Ik ben ontzettend trots op die meiden. Dit geeft zoveel vertrouwen dat ik verwacht dat wij donderdag zonder zenuwen in de finale staan.”

Daar wacht de regerend wereldkampioen, Amerika, in de strijd om het goud. Maar Van Galen hield zijn speelsters na afloop wel meteen bij de les. „Ik heb gezegd: complimenten, gefeliciteerd, maar zoals we nu spelen moeten we doorgaan. Geniet ervan, een uur, maar vanavond gaat de focus op Amerika. Deze kans is once in a lifetime, die mag je niet laten gaan.”

Sinds het missen van de Spelen van Athene (2004) zijn de waterpolovrouwen bezig aan een opmerkelijke opmars, al kwam het team van Van Galen vorig jaar niet verder dan een negende plaats op het WK in Melbourne. De selectie bleef ervan overtuigd dat Van Galen de juiste weg had gevonden. Een olympische finale leek echter slechts een hypothetische mogelijkheid voor de Nederlandse waterpolosters, die in de jaren negentig internationaal toonaangevend waren.

„Ik kan het nog steeds niet geloven”, zei de 36-jarige Gillian van den Berg na de wedstrijd. Zij kwam meer dan vierhonderd keer voor Nederland uit. Van den Berg, die was gestopt met waterpolo en, inmiddels moeder, vorig jaar terugkeerde in de selectie, droomde al op de Spelen van Sydney (2000) van een olympische finale.

Destijds was haar ploeg favoriet voor de titel, maar eindigde als vierde. „Dit geeft heel veel voldoening”, straalde ze gisteren. „Ik vind het geweldig dat waar wij al die jaren zo hard voor hebben getraind er op het juiste moment uit komt.”

Het behalen van de finale is een eerste bekroning van het werk van Van Galen. Hij ging in 2006 aan de slag om het gat met de wereldtop te dichten. Van Galen slaagde erin een hecht team van talenten en routiniers te smeden. Hij haalde Van den Berg en Daniëlle de Bruijn, die beiden al waren gestopt als international, over tot een comeback. Dat de oudgedienden geloofden in Van Galens aanpak bleek uit het feit dat Van den Berg het er zelfs voor over had tijdelijk met haar zoontje Luca te verkassen van haar woonplaats Palermo, op Sicilië, naar haar ouders in Boskoop. Diep in de bossen bij Zeist, op het sportcentrum van de KNVB, bereidde de selectie zich in afzondering voor op de Spelen van Peking.

Gisteren lag de sleutel van de Nederlandse ploeg opnieuw bij een ijzersterk collectief, waar de Hongaarse vrouwen geen vat op kregen. Van den Berg: „Wij hebben niet één of twee speelsters die het spel maken. Iedereen knokt voor elkaar, dat is het mooie van deze ploeg.”

De pas 19-jarige doelvrouw Ilse van der Meijden, vorige week nog fel bekritiseerd in de met 11-9 verloren groepswedstrijd tegen hetzelfde Hongarije, groeide in de halve finale tot uitblinkster. Dat vond ook Van Galen, die in de jonge keepster één van de grootste talenten ter wereld ziet. „Er was veel kritiek op haar, maar zij was vandaag fantastisch. Ik heb altijd vertrouwen in haar gehad.”

Van der Meijden was opgelucht dat zij revanche kon nemen voor haar matige optreden in de eerste wedstrijd tegen Hongarije. „Ik had toen een offday”, zegt Van der Meijden. „Er gingen ballen in die er niet in mochten. Nu gebeurde dat niet. Maar we hebben zó goed gespeeld als team. Wij hadden veel meer vechtlust. Dit is super. Kom maar op met die Amerikanen.”

Kort voor het olympische toernooi speelden Nederland en Amerika in het Chinese Daxin drie oefenwedstrijden tegen elkaar. De Amerikaanse vrouwen wonnen toen twee keer, Nederland één keer.

„Het is een fysiek sterke ploeg”, weet Van Galen. „Maar wij zijn veel sneller en atletischer. Ik denk dat wij als underdog aan de finale beginnen, maar in de vorm waarin wij verkeren is alles mogelijk.”

Net als Van Galen hebben veel speelsters in Peking het gevoel dat ze in „een soort trance” terecht zijn gekomen. Van Galen: „Voor we het wisten was het over.” Van den Berg herinnerde zich dat gevoel van het olympisch kwalificatietoernooi in Rusland, waar Nederland vorig jaar voor een sensatie zorgde door in de finale het gastland te verslaan.