Reservisten hebben oud materieel

De missie in Uruzgan trekt een zware wissel op het overgebleven militair materieel in Nederland. Er zijn vooral problemen met de bewapening, de nachtzichtapparatuur en de verbindingsmiddelen van de vijf reservistenbataljons van het Korps Nationale Reserve (Natres). Een deel van de reservisten moest de lichte machinegeweren inleveren voor gewone geweren. De machinegeweren gingen naar militairen in Uruzgan.

Dat schrijft staatssecretaris Jack de Vries (CDA) aan de Tweede Kamer. De ‘actieve reserves’ bestaan uit circa duizend mensen, die hun werk als reservist vaak doen naast een baan in de burgermaatschappij. Ze worden onder meer ingezet bij het bewaken van ontruimde gebieden en bij rampenbestrijding. Volgens De Vries zijn de verouderde middelen grotendeels te wijten aan de missie in Uruzgan. Die trekt „een extra zware wissel” op het materieel dat „harder slijt dan aanvankelijk werd ingeschat. Er moest daarom een beroep worden gedaan op onder meer de wapens van de Natres.” Ook zijn radio’s en portofoons „technisch verouderd”, aldus De Vries. Daardoor vallen de apparaten uit of is het zendbereik gering.

Over het algemeen vindt De Vries de operationele gevolgen „aanvaardbaar” en spreekt hij van een „hoge inzetbaarheid” van de reserves. Als de missie in Uruzgan ophoudt, krijgen de reservisten hun machinegeweren weer terug.

Om de missie in Uruzgan te kunnen financieren, moest Defensie eerder al materiaal verkopen. Ook worden er minder oefeningen gehouden om geld te besparen. Vorig jaar kreeg het defensiepersoneel de mededeling dat eten in de kantine duurder wordt om de missie te betalen. Een marinemedewerker schreef onlangs in een brief aan de vakbond dat soldaten steeds vaker de kantine mijden. In plaats daarvan kopen ze eten bij de supermarkt. Hij schreef: ‘Het is een vreemde gewaarwording om jonge marinemensen in uniform boodschappen te zien doen. (...) Ik geloof niet dat onze Jack (De Vries, red.) dit bedoelde met meer uniformen in het straatbeeld.’