Recessie gaat aan haven voorbij

De Rotterdamse haven beleefde in de eerste zes maanden de grootste groei in de overslag sinds tien jaar. Dat komt met de aanleg van de Tweede Maasvlakte niet slecht uit.

De wegzakkende economische groei in Azië, West-Europa en al langer in de Verenigde Staten gaat voorlopig volledig voorbij aan de Rotterdamse haven. Terwijl kapiteins door hun rederijen vrijwel dagelijks worden bestookt met oekazes om gezien de hoge brandstofprijzen (de grootste kostenpost) toch vooral economischer en dus langzamer te varen, houden gerenommeerde onderzoeksbureaus zich overal bezig met de vraag of de vervoersstromen gezien de stijgende kosten niet wat beter kunnen worden gestroomlijnd.

Vaak worden grondstoffen en onderdelen van goederen twee, drie keer de wereld ‘rondgesjouwd’ voordat ze in elkaar worden gezet. Containervaart heeft zich wat dat betreft ontwikkeld tot een activiteit waardoor tegen relatief lage (vervoers)kosten op elke plek ter wereld geproduceerd kan worden.

De Rotterdamse haven fungeert als grote draaischijf van al die economische activiteiten. Russische olie voor het Verre Oosten wordt via kleinere tankers aangevoerd in diepzeehaven Rotterdam, daar overgeslagen en verder getransporteerd. Een van de redenen dat Rotterdam zich met Singapore en Houston heeft ontwikkeld tot grootste oliehaven ter wereld. Olie en chemie vormen bijna de helft van de totale overslag in Rotterdam, de grootste haven van Europa. Ook van de grote vraag naar grondstoffen in de wereld profiteert Rotterdam.

„Ik durf daarom best de stelling aan dat de globalisering van het vervoer niet negatief beïnvloed wordt door de hoge olieprijs”, verklaarde havendirecteur Hans Smits gisterochtend tijdens de presentatie van de halfjaarcijfers van Havenbedrijf Rotterdam zelfverzekerd. De cijfers stellen Smits wat dat betreft voorlopig in het gelijk. In totaal groeide de overslag in de Rotterdamse haven in de eerste maanden van dit jaar met 7,7 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Het beste resultaat in tien jaar tijd volgens havendirecteur Smits.

De groeisuperlatieven konden gisteren niet op in Rotterdam. Enige zorg baart wel de enigszins afvlakkende groei van 4 procent in de containeroverslag, waardoor Rotterdam duidelijk achterblijft bij concurrenten als Antwerpen maar vooral Hamburg. Maar dat wordt voor een deel geweten aan het nijpende gebrek aan ruimte waar de Rotterdamse haven mee wordt geconfronteerd. Het in gebruik nemen van de nieuwe Euromax-containerterminal op de (nog oude) Maasvlakte zal in de containeroverslag zeker de nodige lucht geven volgens Smits.

In hoeverre de goede cijfers geregisseerd zijn is echter niet duidelijk. In ieder geval staat vast dat ze prima uitkomen nu het Havenbedrijf heeft besloten op 1 september te beginnen met de aanleg van de Tweede Maasvlakte. Baggerbedrijven als Boskalis en Van Oord, die elders ter wereld omkomen in het werk en hun schaarse baggermateriaal zo effectief mogelijk moeten inzetten, willen nu wel eens aan de slag op hun thuismarkt.

Er lopen weliswaar nog enkele bodemprocedures van milieuorganisaties tegen het plan, onder meer van Milieudefensie, maar de belangrijkste vergunningen om met de aanleg te mogen beginnen heeft Rotterdam binnen. Financiële risico’s die Rotterdam neemt met de plotseling toch nog versnelde aanleg van de Tweede Maasvlakte, waar in totaal vijftien jaar over is gesteggeld, belopen volgens Smits niet meer „dan een paar miljoen”.

Het is een bedrag dat volstrekt te overzien is voor Havenbedrijf Rotterdam, dat het eerste half jaar 255 miljoen euro omzet (voornamelijk uit havengeld voor schepen en uitgifte en verhuur van terreinen aan bedrijven) en 85 miljoen winst behaalde.

    • Marc Serné