Nederlandse identiteit is niet uniek in de wereld

De taal is volgens het kabinet „het cement” van de samenleving. Gisteren verscheen het langverwachte antwoord op het WRR-rapport over de Nederlandse identiteit.

Zeven jaar lang zocht prinses Máxima tevergeefs naar dé Nederlandse identiteit. Ze vond hem niet, speechte ze in september vorig jaar. Het leverde haar scherpe kritiek op uit politiek Den Haag. Maar het kabinet komt nu – wat omfloerster geformuleerd – niet tot een heel andere conclusie dan de prinses.

Dat blijkt uit de langverwachte kabinetsreactie op het rapport Identificatie met Nederland van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Het was bij de presentatie daarvan dat Máxima haar ontboezeming deed. Rechtse partijen vonden het „multicultigeneuzel” of „politiek correct pietpraat”. Het CDA corrigeerde de prinses wat beleefder: „De nationale identiteit bestaat wel degelijk”, zei Kamerlid Mirjam Sterk. „Het Koningshuis is daar zelf een goed voorbeeld van. Natuurlijk is er pluriformiteit, maar we hebben een collectieve historie en nationale symbolen die Nederlanders binden.”

De ophef speelde zich af tegen de achtergrond van een op dat moment al vijf jaar voortwoekerende politieke discussie over de Nederlandse identiteit. Die ging niet alleen over wat die identiteit eigenlijk is, maar ook welke rol de overheid moet spelen bij het beschermen of uitdragen ervan. Het kabinet-Balkenende II had daar een duidelijke mening over. Een kleine selectie: handen schudden bij een begroeting, Nederlands spreken op straat, het bemoeilijken van de dubbele nationaliteit omdat het Nederlanderschap iets „exclusiefs” moet zijn.

Gisteren schreef het kabinet-Balkenende IV: „Het is „nadrukkelijk niet de taak van de overheid voor te schrijven op welke wijze en op welke gronden mensen zich – individueel of collectief – met Nederland en de Nederlandse samenleving zouden moeten identificeren.”

De cursivering is van het kabinet zelf, en klinkt als een terechtwijzing.

Eerder al had minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) afstand genomen van de dubbele nationaliteit als een probleem voor de integratie. Daarmee verlaat hij het standpunt dat zijn partij in de jaren daarvoor innam. Nu zijn het vooral oppositiepartijen PVV en VVD die in de Tweede Kamer in hun eigen stijl de exclusiviteit van het Nederlanderschap belijden.

De kabinetsreactie is een tweeluik dat begint met een sociologische verhandeling over hoe mensen zich identificeren met hun omgeving en eindigt met een opsomming van maatregelen uit het regeerakkoord die daaraan moeten bijdragen. Het motto van het akkoord is niet voor niets: ‘Samen Werken, Samen Leven’.

Er is lang gezocht naar wat Nederland typisch Nederland maakt. Wat het kabinet in het eerste deel van zijn brief opsomt is misschien Nederlands, maar zeker niet uniek voor dit land. Er zijn veel andere landen die streven naar vrijheid van meningsuiting en levensovertuiging, individuele zelfbeschikking, solidariteit, actief burgerschap en respect voor wetten en democratie. Wel uniek voor Nederland is de taal, en dat is dan volgens het kabinet ook „het cement” van de samenleving.

Maar uit de kabinetsbrief blijkt al hoe moeilijk het is een algemeen gedeelde Nederlandse identiteit te omschrijven. Want die „schier eindeloze” hoeveelheid ongeschreven manieren en gedragscodes die bepalen wat „normaal” is, is nauwelijks nationaal bepaald. „De familie- en vriendenkring, werkomgeving, politieke partij, geloofsgemeenschap en sportvereniging waar men in verkeert of de buurt waarin men woont” zijn veel bepalender voor wat mensen „ongedwongen of gezellig” vinden, en wat „onbeleefd of overlast” is. Dat niet alleen, die regels veranderen ook nog continu.

Toch blijft de behoefte aan een „herkenbare culturele omgeving” bestaan, schrijft het kabinet, zeker in een tijd van veel veranderingen. Vanuit dat perspectief is het definiëren van de nationale identiteit niet alleen belangrijk om migranten(kinderen) de weg te wijzen, maar ook een anker voor autochtone Nederlanders met een identiteitscrisis.

Lees de kabinetsbrief op nrc.nl/binnenland

    • Derk Stokmans