Kasplantje word je niet

Mensen voor wie reanimatie levensreddend is, verkeren erna vaak in goede toestand.

Dus het is goed dat het St. Pieters en Bloklands Gasthuis zijn beleid heeft opgeschort.

Kasplantje word je niet. Illustratie Ruben L. Oppenheimer Oppenheimer, Ruben L.

Moeten bewoners in een verzorgingshuis wel of niet worden gereanimeerd? Nadat enkele jaren geleden deze vraag werd gesteld voor patiënten in het verpleeghuis, is nu de gezonde bejaarde in het verzorgingshuis onderwerp van discussie. Alle aspecten passeren de revue: de slagingskans van een reanimatie, de kwaliteit van leven erna, de autonomie en keuzevrijheid van het individu. In deze draaikolk van feiten en meningen maakte de directie van het St. Pieters en Bloklands Gasthuis in Amersfoort de keuze de bewoners niet meer te reanimeren tenzij zij uitdrukkelijk de wens van het tegendeel tevoren hadden vastgelegd. Inmiddels is het gasthuis teruggefloten en heeft het de beslissing opgeschort.

Voor het uitdrukkelijk afzien van reanimatie bestaat overigens wel alle wettelijke en morele ruimte in Nederland. Het is aan de arts, of de instelling waar een bewoner verblijft, om die wens tijdig te bespreken en vast te leggen, uiteraard na de persoon in kwestie van de juiste informatie te hebben voorzien.

Juist die informatieverstrekking laat te wensen over. Vaak wordt gesteld dat een reanimatie vrijwel nooit lukt. En zelfs als de poging slaagt, zou je als een kasplant achterblijven. Zo gesteld is de keus snel gemaakt, want wie zou dat nou willen? Maar deze voorstelling van zaken is onjuist. Laten we de mogelijkheden stap voor stap bekijken.

De eerste stap is eenvoudig: de reanimatie slaagt of slaagt niet. Als de reanimatie niet slaagt, overlijdt de persoon snel of na enkele dagen, maar hij heeft er geen weet van en hij lijdt niet. Deze situatie komt in 80 tot 90 procent van de gevallen voor. De 10 tot 20 procent van de mensen die het wel overleeft, verkeert over het algemeen in goede toestand. Mijn medewerkers Reinier Waalewijn en Anouk van Alem hebben diepgaand psychologisch en cognitief onderzoek gedaan bij mensen die in Noord-Holland een reanimatie overleefden in de periode 1995 tot 2003. Van de overlevers was 77 procent onafhankelijk van anderen, 85 procent was lichamelijk geheel onafhankelijk en 84 procent was cognitief geheel ongestoord. Slechts 10 procent van de overlevenden had méér dan een lichte beperking in cerebraal of lichamelijk functioneren. Gemiddeld was sprake van een licht tot matig verminderde kwaliteit van leven in vergelijking met niet-gereanimeerde Nederlanders. Maar het was niet meer na te gaan of die toestand misschien al vóór de reanimatie bestond. Leeftijd speelde bij deze uitkomsten slechts een ondergeschikte rol: alleen voor het lichamelijk functioneren was een niet-significante trend zichtbaar in slechter functioneren boven de 70 jaar, een trend die geheel ontbrak voor cognitief en psychosociaal functioneren.

Het beeld van de kasplant na reanimatie is dus onjuist. Daarom is het beleid van het St. Pieters en Bloklands Gasthuis terecht teruggedraaid. Het was gebaseerd op het verkeerde principe van ‘nee, tenzij’.

Ruud Koster is cardioloog bij het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam en lid van de Nederlandse Reanimatie Raad en de European Resuscitation Council.

    • Ruud Koster