IOC laat zijn vijf ringen echt niet los

De sportorganisatie NOC*NSF houdt als een echte waakhond in de gaten of er misbruik wordt gemaakt van de olympische ringen. Ook niet-commerciële organisaties worden aangepakt.

De vlag die de Universiteit van Gent in een campagne wilde gebruiken, maar dat van het IOC niet mocht doen

In de aanloop naar de Olympische Spelen in Peking publiceerde schrijver Kees ’t Hart samen met zijn zoon Jan Olympisch Chinees, een woordenboekje Nederlands – Chinees, bestemd voor de olympische sporters, supporters en bobo’s. Dat zullen ze bij NOC*NSF ook vast leuk vinden, dacht ’t Hart, en daarom stuurde hij het Olympisch bestuur meteen een exemplaar.

Dat laatste had hij beter niet kunnen doen. Niet het verwachte bedankje kwam terug, maar onder dreiging van juridische stappen eiste NOC*NSF dat ’t Hart onmiddellijk de naam en het omslag, waarop de olympische ringen werden gebruikt, zou aanpassen. Als een haas lieten ’t Hart en zijn uitgever een nieuwe versie maken, nu zonder de vijf ringen en onder de titel Onmisbaar Chinees.

’t Hart is niet de enige Nederlander die ten onrechte meent dat het beeldmerk van de olympische ringen en de aanduiding ‘olympisch’ in het jaar van de Spelen onbeperkt gebruikt kunnen worden. Telkens als de Spelen plaatsvinden, worden veel mensen en bedrijven door het IOC of NOC aangesproken op misbruik van de olympische symbolen. Zo moest toetjesfabrikant Mona vorige week vrijdag nog zijn commercial voor ‘olympische toetjes’ van de buis halen na bezwaren van het Olympisch Comité. Het IOC bezit de merk- en auteursrechten op deze aanduidingen en treedt hard op als ze zonder toestemming commercieel worden ingezet. Dat moet het IOC ook wel. Zo voorkomt het dat er wildgroei ontstaat en daarnaast moet het IOC denken aan de belangen van zijn sponsors. Een aantal bedrijven betaalt immers enorme bedragen om zich met de Spelen te mogen associëren. Als dat net zo makkelijk kan zonder een cent te betalen, dan is er over een paar jaar natuurlijk geen sponsor meer te vinden.

Maar het IOC beperkt zijn acties niet tot commercieel gebruik van de olympische symbolen. Ook de Universiteit van Gent is flink in aanvaring gekomen met het Olympisch Comité. In het voorjaar voerde de UGent een politieke campagne voor Darfur. Om de aandacht te vestigen op de dubieuze rol die de Chinezen in Soedan spelen, liet de universiteit een poster verspreiden van de olympische vlag met de tekst ‘Darfur 2020’ en daaronder de olympische ringen.

Kort na de start van de campagne nam mede-Belg en de hoogste olympische baas Jacques Rogge persoonlijk contact op met de UGent. Onder druk van Rogge, die zich beriep op de merk- en auteursrechten van het IOC, ging de universiteit snel overstag en kwamen er koppen in de Belgische kranten als ‘Rogge doet UGent campagne intrekken’ en ‘Universiteit Gent schrapt advertentie’.

Dick Voorhoof, buitengewoon hoogleraar mediarecht en auteursrecht in Gent reageert teleurgesteld op het feit dat zijn universiteit zo snel de aftocht heeft geblazen. Volgens Voorhoof is het helemaal de vraag of het IOC het gelijk in dit geval aan zijn zijde had. In een artikel in het Belgische tijdschrift A&M schrijft de hoogleraar dat in een niet-commerciële kwestie als deze „het auteursrecht of het merkenrecht niet zonder meer een hinder mag zijn voor het gebruik van een merk of logo in het kader van een politiek of sociaal debat”.

Volgens Voorhoof zijn er ‘stevige argumenten’ die ervoor pleiten dat je in het maatschappelijke debat over het drama Darfur wel degelijk gebruik mag maken van het olympische logo. Fair use wordt dat in de internationale rechtspraak wel genoemd. En ook leent de zaak zich mogelijk voor een beroep op de vrijheid van meningsuiting.

Het is dus maar de vraag of de Universiteit van Gent hier niet iets te snel het hazenpad heeft gekozen. Voorhoof kent genoeg voorbeelden van vergelijkbare zaken, waarbij de aangesproken organisaties zich niets van de bezwaren van het IOC hebben aangetrokken. Zo voert de World Association of Newspapers op dit moment een anti-Olympics-campagne waarbij de vijf ringen in de vorm van handboeien en prikkeldraad zijn afgebeeld. Het feit dat het IOC dit ongestraft laat gebeuren, geeft misschien aan dat ook het IOC twijfelt aan haalbaarheid van een juridische procedure.

    • Bast Kist