Ich bin ein Georgier

De charme van een klein land is dat het zijn hart gerust kan luchten. Het geeft een goed gevoel en de gevolgen zijn niet groot. Zo reisde de president Hendrick Ilves van Estland naar Georgië en sprak er in de geest van Kennedy – ‘Ich bin ein Berliner’ – voor tienduizenden mensen in de hoofdstad Tiblisi de woorden: „Ik ben een Georgiër”. Dat is Henrick Ilves natuurlijk niet en geen mens verwacht ook dat hij een hand kan uitsteken wanneer de kleine Kaukasusrepubliek onder de voet zou worden gelopen. Zo’n optreden ontroert desalniettemin.

Voor een grote mogendheid is dat een ander verhaal. Amerikaanse ambtenaren laten nu al enkele dagen lekken dat de Georgische president Saakasjvili diverse keren achter de schermen is gewaarschuwd een conflict om Zuid-Ossetië uit de weg te gaan.

Maar publiekelijk hebben de Verenigde Staten enkele jaren lang Georgië gecoiffeerd als een trouwe bondgenoot. Minister Condoleezza Rice en president Bush zelf hebben enthousiaste (en chauvinistische) menigtes in Tiblisi toegesproken. De Amerikaanse president zei het met zoveel woorden op het Plein van de Vrijheid, 10 mei 2005 voor 150.000 mensen: „De weg van de vrijheid die jullie hebben gekozen, is niet gemakkelijk, maar jullie hoeven die weg niet alleen af te leggen (...) Het Amerikaanse volk zal jullie bijstaan”.

Bush kreeg er na zijn zegetocht van 2005 zelfs een straat naar zich genoemd. Soldaten werden door Amerikanen getraind, van materieel voorzien en Georgië mocht in Irak nota bene na Groot-Brittannië de belangrijkste militaire medestrijder worden van Amerika. Als Frankrijk en Duitsland niet hadden dwarsgelegen was Georgië in april jongstleden zelfs lid van de NAVO geworden.

De Amerikaanse vicepresident Dick Cheney telefoneerde met president Saakasjvili en beloofde „solidariteit”. (Oorlog werkt op deze vicepresident kennelijk als viagra, noteerde de Baltimore Chronicle daarop.)

De Georgische president moge dan doldriest te werk zijn gegaan, maar hij is de laatste jaren door Amerika wel degelijk keer op keer op het verkeerde been gezet. Het ontbrak er de laatste week nog maar aan dat de Georgische president naast de Europese vlag ook die van de NAVO achter zich liet zetten bij zijn dagelijkse televisietoespraken tot de stad en de wereld.

En dat allemaal terwijl er geen schijn van kans bestaat dat het Westen zich in de Kaukasus met militaire middelen in het conflict kan of wil mengen. De Verenigde Staten hebben weliswaar veel plezier van Georgië en Azerbeidzjan bij de militaire activiteiten in Irak, in Afghanistan en rondom Iran. Maar alleen al de sores van deze laatste drie landen maken het uitgesloten dat Amerika zich een volgend front zou kunnen veroorloven. Nog afgezien daarvan dat de Georgische president zich destijds heeft laten kiezen op de – dubieuze – belofte om onwillige Abchazen en Ossetiërs opnieuw onder Georgische hoede te zullen brengen, is het gebied ook overigens een wespennest. Alles hangt er met alles samen en vele draden beginnen en eindigen al eeuwenlang in Rusland.

De intimidatiemacht van Rusland in de Kaukasus is groot. Hetzelfde geldt jegens Oekraïne, waar zeker eenderde van de bevolking met het oude vaderland sympathiseert. Dat zijn geopolitieke feiten en geen Westers land wil of kan daartegen ten strijde trekken. Dus resteert slechts een heel ander arsenaal aan middelen om Rusland geleidelijk aan in de richting van beschaafdere omgangsvormen te bewegen. Dat is een kwestie van lange adem en van realiteitszin. Erg bevredigend is dat niet, want de gefrustreerde ex-supermacht gaat wild tekeer. Wat te denken van uitlatingen als „Ze zijn gestraft” (president Medvedev) of: „Nu vliegt het Amerikaanse lievelingskind – Saakasjvili – naar de hel” (de Russische NAVO-ambassadeur). Of: „Polen ligt nu onder schot” (adjunct-chef-staf Nogovitsyn). Maar Rusland blijft ondertussen ook de grootste kernmogendheid na de Verenigde Staten.

Er zou dan ook al heel wat gewonnen zijn wanneer Rusland met gezag en zonder provocatie aan het verstand wordt gepeuterd waar tegenwoordig de grenzen lopen. Maar Amerika wil meteen afweerraketten – patriots – in Polen en verspeelt uitgelezen kansen om ook Frankrijk en Duitsland te committeren aan een solide Ruslandbeleid. De VS hebben inmiddels tijdelijke stationering van Amerikaanse militairen in Polen afgesproken, het raketschild komt er nu ook. „Assistentie moet er zijn in de eerste uren, niet wanneer de mensen al dood zijn”, aldus de Poolse premier Donald Tusk. Aan grote woorden geen gebrek.

De subtiele combinatie van diplomatie en vastberadenheid is aan de scheidende man in het Witte Huis helaas niet besteed.

In juni 1963 hield president Kennedy zijn fameuze Ich-bin-ein-Berlinertoespraak om West-Berlijners een hart onder de riem te steken, nu hun enclave door een muur was omgeven.

Daaraan was veel voorafgegaan, want het publiek voor het Schöneberger Rathaus moest niet spontaan en woedend richting Muur gaan marcheren na de enthousiasmerende woorden van beschermheer Amerika. Tevoren hadden Kennedy en zijn team maandenlang de burgemeester van West-Berlijn, Willy Brandt, te verstaan gegeven dat Amerikanen de omsingelde inwoners de helpende hand zouden bieden, maar dat de Muur weliswaar een schande was, maar ook een feit. Het West-Berlijnse publiek wist dat inmiddels ook.

Aan de Muur zou Amerika niet zomaar iets met geweld kunnen veranderen. Dat risico vond Amerika eenvoudigweg onaanvaardbaar groot. Kennedy „trok het gordijn weg en liet een leeg toneel zien” , noteerde Brandt decennia later in zijn memoires. Ich-bin-ein-Berliner deed dus destijds zijn heilzame werk, maar van misverstanden was toen geen sprake.

Voor een microfoon getuigenis afleggen van een juiste gezindheid is één ding, verantwoordelijkheid dragen is iets heel anders.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/knapen (Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie.)