Grofgebekte worstelaar strijdt nu tegen Tbilisi

Edoeard Kokoity was worstelaar, elektricien, sportleraar, paramilitair en handelaar tot hij de politiek inging. Moskou helpt de president het roerige Zuid-Ossetië te besturen.

Edoeard Kokoity. Foto Reuters The leaders of Georgia's breakaway regions Sergei Bagapsh of Abkhazia (L) and Eduard Kokoity of South Ossetia are seen in the Kremlin before meeting Russia's President Dmitry Medvedev in Moscow August 14, 2008. Russia supports the position of Georgia's separatist South Ossetia and Abkhazia regions in talks on their future status, Medvedev said on Thursday. REUTERS/Alexander Natruskin (RUSSIA) REUTERS

Dus de Georgische enclaves in Zuid-Ossetië zijn eigenlijk weggevaagd, vroeg de verslaggever van de Russische krant Kommersant vorige week aan Edoeard Kokoity.

De president van de Georgische regio, waar de oorlog tussen Georgië en Rusland deze maand begon, antwoordde: „Nou en? Moeten we toelaten dat ze ons eruit schieten? Dat ze ons opnieuw in de rug schieten en ons volk belachelijk maken?” Vervolgens verklaarde hij dat Georgische burgers die zijn gevlucht niet meer mogen terugkeren, het internationaal volkenrecht ten spijt. „We zijn niet van plan om nog maar iemand toe te laten.”

Edoeard Dzjabejevitsj Kokoity (Tschinvali, 1964) is zijn hele leven al een vechtersbaas. Op zijn zestiende werd hij worstelkampioen van de Georgische Sovjetrepubliek. Na een kort beroepsleven als elektricien en sportleraar voerde hij tijdens de onafhankelijkheidsstrijd van Zuid-Ossetië begin jaren negentig een separatistische gevechtseenheid aan. Hij vocht „met absolute persoonlijke dapperheid”, aldus de Osseetse pers.

Doel van Kokoity’s strijd als president is bevrijding uit de greep van de ‘terroristen’ in Tbilisi. Dat doel lijkt sinds deze week dichterbij: het Russische leger trekt zich mogelijk vrijdag terug uit Zuid-Ossetië, maar daarna mag een Russische vredesmacht blijven patrouilleren aan de regiogrens. Maandag ontsloeg de president zijn regering en riep hij de noodtoestand uit. De Russische premier Poetin heeft beloofd indien gewenst te zullen helpen met het vullen van de ministersposten.

Kokoity is ook zakenman. Als (plaatsvervangend) directeur van het bedrijf Frang specialiseerde hij zich in de jaren negentig in handelsoperaties tussen Rusland en Zuid-Ossetië, en naar verluidt ook in onroerend goed in Moskou en Sint-Petersburg. In 1997 werd hij handelsvertegenwoordiger namens Zuid-Ossetië in Rusland. Volgens de secretaris van de Georgische nationale veiligheidsraad en latere minister van Buitenlandse Zaken Gela Bezjoeasjvili smokkelde hij illegale wapens en drugs.

In 2001 won Kokoity de presidentsverkiezingen in Zuid-Ossetië met 53 procent van de stemmen. Steun zou hij behalve uit Moskou hebben gekregen van de machtige Osseetse familieclan Tedejev, die verdacht wordt van maffiose activiteiten. Leden van de clan kregen sleutelposten bij de douane, veiligheidsdiensten en het agentschap dat het transport door de Kaukasus controleert.

De smokkel bloeide onder Kokoity, tot het aantreden van de Georgische president Saakasjvili in 2003. Hij sloot onder andere de belangrijkste openluchtmarkt van Zuid-Ossetië. De verhoudingen tussen Tbilisi en Tschinvali verslechterden daarna snel. Kokoity zou rond die tijd ook ruzie hebben gekregen met de Tedejev-clan.

In 2006 werd Kokoity herkozen met 96 procent van de stemmen, bij verkiezingen die (net als de republiek Zuid-Ossetië zelf) niet internationaal worden erkend. Soms ongeschoren en meestal in legerkleding, presenteert de president zich als man van het volk. In zijn vrije tijd vist, jaagt, voetbalt en worstelt hij en gaat hij „liever om met gewone mensen dan met hooggeplaatste ambtenaren”.

    • Thalia Verkade