De patiënt beslist

Medisch handelen in levensbedreigende situaties dient er normaal gesproken op gericht te zijn dat de patiënt wordt gered. Mits het leven daarna nog wel zoveel kwaliteit biedt dat het waard is geleefd te worden. Dit is het dilemma dat zich voordoet bij reanimatie. Personeel in verzorgings- en verpleeghuizen wordt er regelmatig mee geconfronteerd. Het – voorlopig opgeschorte – besluit van het St. Pieters en Bloklands Gasthuis uit Amersfoort om het ‘nee tenzij’-principe te hanteren – de patiënt wordt alleen gereanimeerd als hij vooraf heeft aangegeven dat te willen – heeft nu geleid tot een onderzoek dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg gaat verrichten. Daaraan is enige commotie in de politiek voorafgegaan.

Die was er vier jaar geleden ook toen de Mea Vita Woonzorggroep, die onder meer vier verpleeghuizen in Den Haag beheert, had besloten tot het ‘nee, tenzij’-beleid over te gaan. In antwoord op Kamervragen liet de toenmalige staatssecretaris van Volksgezondheid, Ross-Van Dorp (CDA), weten deze handelwijze, waarbij de cliënt zelf over reanimatie beslist, „zorgvuldig” te vinden. Ze wees er ook op dat reanimeren in bepaalde gevallen medisch zinloos is. „Bij gezonde volwassenen is de kans om met succes gereanimeerd te worden al beperkt, bij zieke ouderen is deze kans nog veel kleiner. Daarnaast is bij deze laatste groep de kans groot dat de kwaliteit van het leven sterk achteruitgaat.” De beroepsvereniging voor verpleeghuisartsen NVVA hanteert het ‘nee tenzij’ als uitgangspunt met soortgelijke argumenten. Als het leven van fragiele ouderen al wordt gered gaat dit „vrijwel altijd gepaard met het verlies van belangrijke lichamelijke en geestelijke vermogens”, stelt de NVVA. In een artikel elders op deze pagina’s spreekt de cardioloog Koster, lid van de Nederlandse Reanimatie Raad, het beeld dat reanimatie slechts ‘kasplantjes’ kweekt, overigens krachtig tegen.

In de nu ontstane discussie speelt een rol dat het St. Pieters en Bloklands Gasthuis geen verpleeghuis is, maar een verzorgingshuis. Het eerste misverstand hierbij is dat verzorgingshuizen zouden worden bevolkt door ‘gezonde’ ouderen. De praktijk strookt dikwijls niet met deze theorie. Het tweede misverstand is dat de Amersfoortse instelling het enige verzorgingshuis in Nederland zou zijn dat het ‘nee tenzij’-principe hanteert.

Wat het onderzoek van de inspectie daarom zou moeten opleveren, is duidelijkheid en transparantie. Bewoners van verpleeg- én verzorgingshuizen en hun familieleden hebben recht op eerlijke en heldere informatie. De angst van de cliënten, dat na reanimatie hun nog slechts een treurig bestaan rest, dient serieus te worden genomen. Het zijn de cliënten die bepalen welke eisen zij aan de kwaliteit van het leven stellen. En aangezien de tijd daarvoor ontbreekt op het moment dat er over een reanimatie moet worden beslist, kan dit onderwerp maar het beste bij opname in een instelling worden besproken en geregistreerd. Op een moment dat de bewoner tot een zelfstandig oordeel in staat is. Of het nu om een ‘ja tenzij’ of een ‘nee mits’ gaat: de patiënt beslist.