Broederlijkheid

Vorige week was ik te gast in Berlijn en München in het kader van Young Europe Connect, een essaywedstrijd waarbij, na een voorronde, de schrijfsels van zes jonge Europese schrijvers worden gekozen om voor een publiek te worden voorgelezen.

De in het Duits vertaalde teksten werden gebracht door een aantal acteurs. Van de auteurs werd enkel verwacht dat zij de eerste paragraaf in hun eigen taal zouden voorlezen. Daarbij viel me nog eens op dat het Nederlands bij buitenlanders meestal een glimlach opwekt. Grappig taaltje. Misschien ligt die reactie vooral aan mijn Vlaamse accent. Ook veel Nederlanders lijken bij het luisteren naar een Vlaamse te denken: „Hihi, wat zegt het gekke aapje toch allemaal?”

Dat Duitsers goed kunnen organiseren, werd nog maar eens bewezen. De zalen zaten vol. Jammer genoeg kreeg de organisatie minder subsidies dan vorige jaren, en werd het programma daardoor ingekort. In plaats van zes steden in 2006 en drie in 2007, stonden er dit jaar maar twee op het programma. Er was dus weinig tijd voor het hoofddoel: Europese collega’s leren kennen.

Aangezien we elkaars essays niet op voorhand te lezen hadden gekregen, de Engelse vertalingen nog niet klaar waren en de kennis van de Duitse taal van de meeste schrijvers onbestaand bleek, was er ook geen sprake van voorkennis. Omdat de klemtoon ’s avonds op alcoholconsumptie lag, werd op korte termijn echter nog flink wat verbroederd.

Dat de andere jonge auteurs, evenals de organisatoren, beduidend jonger waren dan ik, vond ik geen probleem in de omgang, maar het sterkte mij wel in het besef dat je jong bent tot je het niet meer bent.

Dit jaar diende er te worden geschreven onder de titel Europe: united in fraternity? Ik stelde vast dat mijn passieve kennis van het Duits mij toeliet de teksten te volgen. Daar was ik erg blij om. De interessantste bevinding aangaande dit project was immers dat alle deelnemers een andere invulling aan het begrip broederlijkheid hadden gegeven. De boeiendste aanpak vond ik die van de Oostenrijkse toneelschrijfster Ursula Knoll, die haar essay doorspekte met boodschappen op het antwoordapparaat van Romano Prodi, en daarbij de draak stak met de Oostenrijkse xeno- en homofobe behoudsgezindheid. Subversieve Oostenrijkers blinken wel vaker uit.

Zelf nam ik als uitgangspunt mijn Europees gerichte, maar intern verdeelde land. De Duitsers die naderhand met mij kwamen praten, vonden die interne verdeeldheid onbegrijpelijk en grappig.

Rechtlijnig tegenover elkaar stonden de gedachten van de hyperkinetische Poolse auteur en de ingetogen filosofe uit Azerbeidjan. De Pool kon bij het begrip broederlijkheid enkel denken aan hooligans, soldaten en oorlog, en had in zeker opzicht wel een punt, dat overigens ook werd aangegrepen door de Estse auteur, die het in zijn essay had over de tirannieke Russische opvattingen omtrent broederlijkheid en het publiek opriep Georgië te steunen. Het meisje uit Azerbeidjan – dat volgens de regels van haar land pas na de schriftelijke toestemming van haar vader en broer een reisvisum had verkregen – kon in Berlijn rekenen op het grootste applaus.

Dat haar lofzang op Europa zo aandoenlijk veel hoop bevatte, zal daar wel mee te maken hebben. De meeste Europese luisteraars horen wel graag hoe goed het hier is, van buitenaf bekeken.

    • Annelies Verbeke