Britten doen iets heel goed

Willy Kanis greep naast het brons in de sprint. Ze verloor van een Chinese.

Het baanwielrennen werd gedomineerd door de Britten, die weer goud wonnen.

De Nederlandse baanwielrenster Willy Kanis heeft gistermiddag naast een bronzen medaille gegrepen op de sprint. De Britse Victoria Pendleton veroverde de olympische titel in het velodrome in Peking. In totaal wonnen baanrenners uit Groot-Brittannië al zes gouden medailles in Peking. Als enige uit de Nederlandse ploeg won Marianne Vos een medaille op de Spelen; maandag behaalde ze de olympische titel op de puntenkoers.

Gisterochtend in de halve finale werd Kanis in twee ritten uitgeschakeld door Pendleton. Kanis moest het in de strijd om het brons opnemen tegen de Chinese Shuang Guo. De Aziatische won in drie ritten wel de halve finale van de Australische Anna Meares, maar Shuang Guo werd gediskwalificeerd omdat ze haar opponent uit de sprintersbaan duwde.

Daarna was de Chinese in twee ritten twee keer sneller dan Kanis. In de eerste heat was de Nederlandse helemaal kansloos, in de tweede heat ging ze nog als eerste de laatste bocht in, maar de Chinese reed haar nog relatief ver voor de finish voorbij.

Yvonne Hijgenaar besloot het olympische sprinttoernooi gisteren op de elfde plaats. De Nederlandse reed met drie anderen om de plaatsen negen tot en met twaalf. Hijgenaar finishte in de race als derde.

Peter Schep en Jens Mouris konden geen rol van betekenis spelen op de olympische koppelkoers. Het Nederlandse duo eindigde op de baan in Peking op de gedeelde achtste plaats met zes punten en een ronde achterstand op de eerste drie.

De Argentijnse renners Juan Esteban Curuchet en Walter Fernando Perez veroverden verrassend het goud. De Spanjaarden Joan Llaneras en Antonio Tauler eindigden als tweede voor de Russen Mikhail Ignatjev en Alexei Markov. Ook het Belgische duo Iljo Keisse en Kenny de Ketele kon niet voor een verrassing zorgen. De Belgen haalden wel 17 punten in de tussensprints, de hoogste score, maar konden hun ronde achterstand op Argentinië, Spanje en Rusland niet meer goedmaken.

Theo Bos eindigde gistermiddag op de zevende plaats op de sprint; de Fransman Kevin Sireau (vijfde) en de Nederlander Teun Mulder (zesde) eindigden gisteren voor hem. Nadat hij gisteren in de kwartfinale tweemaal verloor van de Fransman Mickael Bourgain maakte Bos geen kans meer op een olympische medaille. Dat is nu al een van de grootste teleurstellingen op de Spelen voor de Nederlandse ploeg. „Hij reed slecht, ik nog slechter. Het was helemaal niks”, reageerde Bos maandag na zijn verloren rit. „Wat de concurrenten van mij denken? Die lachen zich rot. Ik ga in ieder geval mijn bloed laten testen. Misschien heb ik een virus. Ik weet het niet.

„Ik ken zo’n situatie ook niet. Ik heb nooit wat, alles gaat bij mij altijd super. Mijn lichaam laat me normaal nooit in de steek. Over tien jaar weet ik misschien wat ik nu verkeerd heb gedaan. Dan heb je meer kennis. Ik ben ervan overtuigd dat ik net zo veel talent heb als Chris Hoy. Die Britten doen iets heel goed, maar ik weet niet wat.”

Lang beheerste Bos de sprint. Hij werd tweede bij de Spelen in Athene, en behaalde drie wereldtitels in vier jaar. „Maar het was hier, in Peking, vorig jaar december, dat ik voor het laatst iedereen mijn wil oplegde.”