Afvalbedrijf financieel verzwakt

Afvalbedrijf Van Gansewinkel maakt zich geen zorgen over rode cijfers en een negatief eigen vermogen. De logica van private equity.

Is het erg als een van de grootste afvalbedrijven van Nederland rode cijfers schrijft en technisch failliet is? Ja, zou je zeggen na de waarschuwingen die de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) deze zomer uitbracht.

In een rapport stelde de WRR dat private-equityfirma’s niet bereid zijn zich vast te leggen op langetermijninvesteringen in infrastructuur, maar gericht zijn op verbetering van de efficiency op korte termijn.

De jaarcijfers van de Van Ganswinkel Groep, waarin vorig jaar afvalverbrander AVR en afvaltransporteur Van Gansewinkel samen werden gebracht, zouden daarom grote zorgen moeten wekken. Uit de jaarcijfers over 2007 blijkt dat het bedrijf vorig jaar dieper in de rode cijfers is gekomen. Een nettoverlies van 19 miljoen liep op tot 123 miljoen euro. De overgang naar nieuwe eigenaren, de private-equityfirma’s KKR en CVC, lijkt de samenvoeging van een voormalig overheids- en een familiebedrijf zwaar op de maag te liggen.

Oorzaak: hogere rentelasten door een hogere schuldenlast. Door de koop van Van Gansewinkel begin vorig jaar geheel met leningen te financieren, is het eigen vermogen negatief geworden. In ouderwetse boekhoudtermen: het bedrijf is technisch failliet.

Maar er is niets aan de hand volgens Van Gansewinkel zelf. Het bedrijf heeft een voldoende sterke positie, schrijft de directie in het jaarverslag, en „de continuïteit van de onderneming is gewaarborgd voor een periode van minimaal 12 maanden.” Hoe dat kan?

Het bedrijf leeft in de private-equitywereld waar andere wetten gelden. Daar gaat het niet om de nettowinst, maar om de ebitdae: de winst voor afschrijvingen, rente, belastingen en eenmalige lasten. Die is gestegen van 249 naar 274 miljoen euro.

Nog belangrijker vindt Van Gansewinkel de operationele kasstroom. Die bepaalt of het bedrijf in staat is om zijn hoge lasten te dragen en of er geld overblijft voor investeringen. Investeringen, die betaal je namelijk niet uit de winst maar uit de kasstroom.

Met die kasstroom, het geld dat bij een bedrijf binnenkomt, is niet zoveel aan de hand. Afschrijvingen hebben er geen invloed op. En een fors deel van de rente wordt niet direct betaald, maar bij de hoofdschuld opgeteld en pas bij de aflossing betaald. Zo blijft er ruimte voor investeringen.

Tot dusver is dan ook niet hard te maken dat Van Gansewinkel minder investeert. Vorig jaar deed het nog een aantal kleine overnames. En op het niveau van 135 miljoen euro investeerde Van Gansewinkel vorig jaar meer dan de twee bedrijven ieder nog afzonderlijk een jaar eerder, laat een woordvoerder weten. In een afvalverbrandingsinstallatie in Rotterdam wordt de komende jaren voor 250 miljoen euro geïnvesteerd in aanpassingen, waardoor die niet alleen energie maar ook warmte kan leveren. In Rozenburg bouwt het bedrijf een biomassacentrale. Verder kondigde Van Gansewinkel in maart aan geld te steken in een samenwerking met onderzoeksinstituut Epea om het populaire cradle-to-cradle-concept verder te ontwikkelen, waarbij producten volledig recyclebaar zijn.

Het is daarom te vroeg om te zeggen of de ingrijpende wijzigingen in de financiële situatie van Van Gansewinkel een bedrijf hebben gemaakt waar kortetermijngewin voorrang heeft. Maar met de scherpe financiering moet er niets misgaan met de inkomstenstromen. De WRR roept de overheid op om investeringen in infrastructuur, waaronder afvalverwerking, goed te monitoren. Dus Van Gansewinkel is gewaarschuwd.

    • Daan van Lent