Vogelaar zag megafusie aanvankelijk zitten

PvdA-bewindslieden zagen wel brood in een megafusie tussen woon- en zorgaanbieders. Maar de Kamer lag dwars en langzaam verdampte de positieve intentie.

Het leidde het afgelopen parlementaire jaar soms tot een venijnig politiek debat: de ambitie van twee zorginstellingen om te fuseren met een woningcorporatie tot de grootste woonzorginstelling van Nederland. Kon dat wel? Was dat in het belang van patiënten, van huurders, van bejaarden, zo’n maatschappelijke mammoetorganisatie?

De Tweede Kamer keerde zich in april tegen zo’n woonzorgcombinatie, van Philadelphia, Evean en Woonzorg (zie kader). Twee maanden later weigerde minister Vogelaar (Wonen, PvdA) met instemming van de ministerraad, haar goedkeuring voor een statutenwijziging die vereist was. Einde fusie. Maar een gemakkelijk besluit was het niet. Sterker, de meningsvorming in het kabinet ging aanvankelijk een heel andere kant op. Uit stukken van het ministerie van VROM, die deze krant op grond van een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur ontving, blijkt dat vooral de PvdA-bewindslieden in het kabinet wel toekomst zagen in de woonzorgcombinatie.

Vogelaar en haar collega staatssecretaris Bussemaker (Volksgezondheid, PvdA) zijn eind vorig jaar nieuwsgierig, hebben „interesse in wat het concept ‘Benjamin’ kan opleveren”, zo staat in de stukken. Ze hebben een ‘positieve grondhouding’ en denken aan een experiment omdat de voorgestelde fusie niet toegestaan lijkt volgens de regelgeving.

De vragen die Tweede Kamerlid Jan de Vries (CDA) naar aanleiding van krantenberichten in juli 2007 over de voorgenomen krachtenbundeling stelt, zijn niet zo eenvoudig te beantwoorden. Wat vinden de verantwoordelijke bewindspersonen van de mammoetfusie tussen twee zorgaanbieders en een woningcorporatie? Op dinsdagochtend 13 november 2007 legt een ambtenaar van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) nogmaals de vragen voor die De Vries opgeworpen heeft en waar de ambtenaren voor de beantwoording moeten zorgen. Aan tafel zitten Vogelaar en Bussemaker. Het overleg leidt opnieuw tot aanpassing en De Vries zal uiteindelijk pas vlak voor Kerst antwoord krijgen.

Ambtenaren van VROM zijn dan nog positief: ze spreken af dat zij voor de fusie aan een ‘plan de campagne’ gaan werken. Maar de bewindpersonen achten een recht toe-rechtaan-fusie niet kansrijk. Dat stuit op regelgeving en op een te beperkt politiek draagvlak. „Starten op kleine schaal heeft als voordeel dat de risico’s beperkt blijven, dat de geesten rijp kunnen worden gemaakt en en dat er van de opgedane ervaringen geleerd kan worden en dat er bij tegenvallende resultaten teruggedraaid kan worden”, vat een ambtenaar van VROM een overleg met Bussemaker en Vogelaar samen. Het voordeel van een experiment is dat er geen principiële discussie gevoerd hoeft te worden en dat de wet niet gewijzigd hoeft te worden.

Op het ministerie van Volkshuisvesting, zo blijkt uit de stukken, wordt vooral meegedacht. Hoe kan de combinatie wel doorgang vinden, zonder in botsing te komen met regels uit de woningwet of het Besluit Beheer Sociale huursector? Maar uiteraard zijn er ook bedenkingen. De cliëntenraad van Philadelphia is niet gecharmeerd van de combinatie. En Evean wordt intern als „niet financieel sterk” gekarakteriseerd. Het verhoogt het risico dat geld van de woningcorporatie wordt gebruikt om gaten bij de gehandicaptenzorg te dichten. Maar dat betekent niet dat men zich op het ministerie comfortabel voelt bij de rijkdom van Woonzorg.

„Woonzorg heeft onder meer een historie op het gebied van treasury en reorganisaties waarbij veel geld gemoeid is geweest (en in mijn ogen veel inefficiency)”, schrijft een ambtenaar. Zo vloeit de positieve intentie langzaam weg. Bovendien is de Kamer ronduit negatief. Eigenlijk blijkt het nee van Vogelaar van juni 2008 al op 6 september 2007 door een van haar ambtenaren te zijn verwoord, blijkt uit de stukken. Maar voor dat Vogelaar die conclusie trekt, is het negen maanden later.

    • Jeroen Wester