Twaalf privédetectives rond en op de Eiffeltoren

Pablo De Santis: Enigma in Parijs. Vert. Marleen Eijgenraam. Mouria, 352 blz. € 18,90

Pablo De Santis: Enigma in Parijs. Vert. Marleen Eijgenraam. Mouria, 352 blz. € 18,90

Sinds het succes van de cloak-and-daggerroman De schaduw van de wind van Carlos Ruíz Zafón is Barcelona op de bestsellermarkt in de mode. Zo verscheen van Enrique Moriel onlangs de historische roman De stad zonder tijd (Karakter, 22,95). Het boek heeft als voornaamste verdienste dat de lezer onder zijn ogen de stad ziet groeien en vorm ziet krijgen. Meer dan vijf eeuwen geschiedenis beslaat dit boek, bijeengehouden door een hoofdpersoon die niet kan sterven en in elke historische periode onder een andere naam, maar met dezelfde trekken opnieuw opduikt.

Geen historisch cliché of politiek-correcte betweterigheid is Moriel te dol in dit panorama van bloed, lust, geld en macht, met het bovennatuurlijke als het onmisbare ingrediënt van de hedendaagse succesroman.

Van de Spaanse grootmeester in dit genre, Javier Sierra, verscheen nu ook de Nederlandse vertaling van zijn debuut De dame in blauw (Bezige Bij, € 19,90). Hierin gaat quasi religieuze geheimzinnigheid er een ongemakkelijk huwelijk aan met een schijn van wetenschappelijkheid. Zuid-Amerikaanse indianenmagie, CIA-nieuwsgierigheid naar spirituele tijd- en ruimtereizen en de krochten van het Vaticaan staan garant voor de beoogde reli-kitsch.

Bijna met een zucht van verlichting lees je daarna de roman Enigma in Parijs van de Argentijnse schrijver Pablo De Santis. Niet dat dit nu zo’n meesterlijk boek is. Maar Enigma in Parijs kan in deze tijd van vakantielectuur worden besproken zonder gewetensnood of plaatsvervangende schaamte. Het boek is in ieder geval ook geen literaire oplichterij.

In 1889 is in Parijs de Eiffeltoren in aanbouw voor de Wereldtentoonstelling, wanneer de twaalf beste privédetectives in die stad bijeenkomen om het puik van hun vernuft te tonen. Het duurt niet lang of een van hen maakt een doodsmak vanaf de toren – en er volgen meer sterfgevallen. De jonge Sigmundo Salvatrio lost het mysterie op volgens de wetten van het genre waarin onwaarschijnlijkheid volgt op buitenissigheid.

Toch leest Enigma in Parijs onderhoudend weg. Niet vanwege de logica van het plot, want daar is al snel geen touw meer aan vast te knopen. Maar eerder om de materiële sfeer die De Santis weet op te roepen. De tijd, voorwerpen, de geuren van toen krijgen een echtheid die bewijst dat de schrijver méér in zijn mars heeft. Literair is het boek vooral een knipoog naar de detectiveliteratuur van die tijd, verbannen als ze was naar groezelige tijdschriftjes met dito stijl.

Ger Groot