Topper wint ook zonder wind

Het overwegend lichte weer heeft geen invloed op de prestaties van de zeilers. „Goede zeilers blijken in staat het ook met weinig wind te kunnen doen.”

Rob Schoof

Qingdao: een van de slechtst denkbare locaties op aarde. Voor zeilers althans, zei de Nederlands-Australische catamaranspecialist Mitch Booth twee maanden geleden. Zeilers die van veel wind houden, zoals Nederlanders, zouden een zware kluif hebben aan de olympische zeilregatta. Want Qingdao, een havenstad met 8,6 miljoen inwoners aan de Gele Zee, staat niet bekend om zijn straffe bries in augustus.

Maar niet alles is wat het lijkt in China. In Qingdao wapperen de olympische vlaggen bijna aan flarden boven de schuimkoppen op de zee. Zondag was de luchthaven van de stad enkele uren dicht wegens storm en hevige regenval. Sommige races werden uitgesteld, andere gingen wel door. Zoals die van Booth en zijn partner Pim Nieuwenhuis in de Tornado-klasse. Booth, met dertig jaar catamaranervaring: „Wij kunnen zeggen dat we in een Chinese wasmachine hebben gezeten. Ik denk dat dit de ruigste condities waren waarin ik ooit heb gezeild.”

De dagen die daaraan vooraf gingen liet Qingdao zijn andere gezicht zien. Twee dagen dobberden de Yngling-vrouwen vier, vijf uur lang op een rimpelloze zee rond, tevergeefs wachtend op een zuchtje wind. Eén dag kwamen ze niet eens de haven uit. „Olympische Spelen worden nooit uitgekozen op goed zeilwater”, zegt de Nederlandse bondscoach Jaap Zielhuis op de kade van Qingdao. „Andere regatta’s worden juist gehouden op plekken waar wel wind staat, want dat maakt zeilen leuk.”

Des te opmerkelijker is het dat het overwegend lichte weer nauwelijks gevolgen heeft voor de klassementen: de meeste topzeilers eindigen in Qingdao waar ze thuishoren. Ook de Nederlandse 470-boten (zilver voor Marcelien de Koning en Lobke Berkhout en een vierde plaats voor Sven en Kalle Coster), de Yngling-vrouwen (zilver) en de Tornado van Booth en Nieuwenhuis (zevende na vier racedagen met slechts twee punten achterstand op de derde plaats). „Over het algemeen hebben we hier de afgelopen week het lichte weer gehad waar iedereen zich op heeft voorbereid”, zegt Dick Coster, vader en coach van het 470-duo Sven en Kalle Coster.

Volgens Zielhuis hebben de zeilers zich voldoende kunnen voorbereiden, en alle mogelijkheden aangegrepen zich aan te passen aan het lichte weer. „Topzeilers kunnen dat”, zegt Zielhuis. „Dat tekent de ware olympische kampioen. Sommige zeilers zijn voor de Spelen dertien kilo afgevallen om hier te kunnen zeilen. Als je ziet hoe mager de Australische mannen zijn in de 470-klasse, dat is gewoon eng. Maar goede zeilers blijken in staat het ook met weinig wind te kunnen doen.”

De Nederlanders vielen ook kilo’s af in de voorbereiding, en zeilden over de hele wereld op augustus-in-Qingdao-achtige plekken. Zoals voor de kust van Portimao in de Algarve. Zielhuis: „We hebben hoge golven opgezocht en weinig wind. We hebben dit jaar alles laten lopen voor dit evenement.”

Leren zeilen in licht weer betekent vooral gevoel krijgen voor het vangen van elk zuchtje wind, zeggen de Nederlandse coaches. Dat kan alleen door het spel met de wind dagelijks te spelen.

Maar de Nederlandse olympische oogst in Qingdao toont ook aan dat een nieuw beleid vruchten begint af te werpen. Het Watersportverbond gooide het roer drastisch om na de Spelen van Athene (2004), toen Nederland ondanks hoge verwachtingen van duo’s als Mitch Booth/Herbert Dercksen en Lisa Westerhof/Margriet Matthijsse, met lege handen bleef. Te lang was de Nederlandse zeilwereld verstoken van echte successen. De laatste olympische gouden medaille voor een Nederlandse surfer dateert van 1984 (Los Angeles), van Stephan van den Berg. De laatste zeiler die goud behaalde was de Rotterdammer Daan Kagchelland in 1936 (Berlijn), in een Olympiajol.

Voor ‘Qingdao’ besloot het Watersportverbond tot een andere aanpak, die de zeilers minder vrijheden gaf. Er kwam een kleinere kernploeg met zeilers die als professionals, het hele jaar door, trainen met een eigen, fulltime coach. Zielhuis: „Alle boten die het nu goed doen hebben vier jaar lang dezelfde coaches gehad. Dan merk je dat mensen tijdens moeilijke periodes elkaar erdoorheen slepen.”

Het meest extreme voorbeeld van die nieuwe opzet was het Yngling-project onder leiding van coach Maurice Paardenkooper. Hij selecteerde negen vrouwen om in drie boten tegelijk te kunnen trainen. In juli koos hij drie van hen uit voor het olympische evenement. „De kracht hiervan is dat je elke dag met drie boten hard aan het varen bent. Als jij een dag niet hard vaart, dan vaart je buurvrouw je voorbij. Je wordt gedwongen op een heel hoog niveau te trainen. Dan is het makkelijker in wedstrijden terug te vallen op je basis, die heel hoog is.”

Volgens Paardenkooper verdient het project navolging, ook in andere klassen. „Op deze manier kun je snel nieuwe mensen opleiden.”

    • Rob Schoof