Rusland gedreven door omsingelingscomplex

Nieuwsanalyse

Rusland lijdt sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie aan een omsingelings-complex. Het vooruitzicht van Georgië en Oekraïne als NAVO-lid maakte het tot een obsessie.

Een Russische tank die door een barricade van Georgische politieauto’s breekt, explosies op twee militaire bases waar Russische troepen munitiedepots en wapenvoorraden van hun tegenstander opblazen, Russische soldaten die doelloos langs de weg bij Gori zitten en in hun loslippigheid vertellen dat ze het bevel hebben te blijven waar ze zijn, SS-21 raketten die volgens de CIA in Tschinvali zijn gestationeerd en die Tbilisi kunnen raken. Drie dagen na de ondertekening van het staakt-het-vuren lijkt van een Russische terugtrekking uit Georgië nog geen sprake, ook al heeft de generale staf in Moskou gisteren opnieuw beweerd dat met die terugtrekking is begonnen en reikt president Medvedev medailles uit aan zijn dappere officieren.

Die ‘blijvende’ aanwezigheid van Russische troepen en de vernietiging van de slagkracht van het Georgische leger versterken het vermoeden dat Rusland een geheime agenda heeft in Georgië. De Russische militairen op het Georgische schaakbord lijken dan ook pionnen in een uitvoerig voorbereid machtsspel dat veel verder gaat dan het voeren van een oorlog omwille van de bescherming van Russische burgers in Zuid-Ossetië. Want net zoals Georgië lijkt ook Rusland zich al enige tijd op deze oorlog te hebben voorbereid. Volgens Andrej Illarionov, ex-adviseur van Poetin, is de Russische invasie in Georgië lang geleden voorbereid en nu succesvol uitgevoerd.

Dat machtsspel is het product van het omsingelingscomplex waaraan Rusland lijdt sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Door een mogelijk NAVO-lidmaatschap van Georgië en Oekraïne is die angst de afgelopen maanden omgeslagen in een obsessie. Want voor het Kremlin is een NAVO-lidmaatschap van die landen te vergelijken met wat het voor 1991 voor de Verenigde Staten had betekend als Mexico tot het Warschaupact was toegetreden.

Voor het effectief bestrijden van deze obsessie is de huidige Russische premier Poetin de ideale man en Georgië het bij uitstek geschikte proefkonijn. Bovenal omdat dit land geleid wordt door een president aan wie Poetin een persoonlijke hekel heeft.

Het eerste teken dat Rusland een militaire actie tegen Georgië voorbereidde was in juli 2007 waar te nemen, toen Moskou aankondigde naleving van het CFE-verdrag te zullen opschorten. Dit verdrag uit de Koude Oorlog legt beperkingen op aan de omvang van troepen en wapenhoeveelheden in het gebied tussen de Atlantische Oceaan en de Oeral. Door die later dat jaar inderdaad uitgevoerde opschorting kon Rusland nu substantiële hoeveelheden militairen en wapens in de noordelijke Kaukasus stationeren, aan de grens van Noord- en Zuid-Ossetië.

Toen Georgië en Oekraïne in april dit jaar op de NAVO-top in Boekarest te horen kregen dat ze nog wat langer in de NAVO-wachtkamer moesten blijven zitten dan zij hadden verwacht, zette Poetin een onverwachte tweede stap in de behandeling van het Russische nationale trauma: hij ging officiële betrekkingen aan met de separatistische Georgische provincies Abchazië en Zuid-Ossetië – voor Georgië een directe provocatie.

Later die maand breidde Rusland zijn vredestroepen in Abchazië uit met 1.500 man en zware artillerie, nadat Georgië aan de andere kant van de Kodori-pas zwaarbewapende troepen zou hebben gelegerd. Met die uitbreiding schond Moskou het uit 1994 daterende verdrag dat een einde maakte aan de burgeroorlog tussen Georgië en Abchazië. Georgië reageerde hierop weer met het sturen van onbemande verkenningsvliegtuigen naar Abchazisch gebied, die door de Russische luchtmacht werden neergehaald.

In juni zond Moskou opnieuw troepen naar Abchazië. Ditmaal waren het onbewapende militairen die onder het mom van een humanitaire missie de strategische spoorweg tussen Soechoemi en Ochamchira repareerden. Zoals nu blijkt zijn via die spoorweg munitie en militaire goederen naar de grens met Georgië vervoerd.

De spanning in Abchazië steeg begin juli na een serie bomaanslagen, waarbij vier mensen omkwamen. De Abchazische autoriteiten legden de schuld bij de Georgiërs en gingen ervan uit dat er ieder moment een Georgische inval kon plaatsvinden.

Aan het eind van die maand hield Rusland in de Noord-Kaukasus grote militaire oefeningen, waarbij ook het 58ste leger betrokken was dat vanaf 8 augustus zou worden ingezet in Zuid-Ossetië en Georgië. In diezelfde dagen trainden Amerikaanse instructeurs het Georgische leger.

Russische militaire analisten als Pavel Felgenhauer, die goed ingevoerd is in het Russische militaire establishment, noemden die Russische oefeningen de voorbodes van een Russische invasie in Georgië, die volgens hun inschattingen in augustus zou plaatsvinden.

Toen de spanning aan de grens met Zuid-Ossetië eind juli opliep en Georgische sluipschutters daar de Zuid-Osseetse milities provoceerden, verplaatste de aandacht zich. Georgiërs en Russen beschuldigden elkaar over en weer van aanzetten tot geweld. De Russen evacueerden een deel van de Zuid-Osseetse bevolking naar Noord-Ossetië en dikten de Georgische speldenprikken zwaar aan.

In de anderhalve week voor de Georgische inval in Zuid-Ossetië in de nacht van 7 op 8 augustus, haastte Saakasjvili zich zijn troepen in het grensgebied op te bouwen. Troepen die de afgelopen jaren door de Amerikanen waren getraind en uitgerust. Die opbouw werd in de drie dagen voor 8 augustus versneld. Het wachten was alleen nog op een provocatie door de Zuid-Osseetse milities.

Toen die met mortieren etnische Georgische dorpen bij Tschinvali begonnen te beschieten werd in Tbilisi tot de inval besloten. Ondanks de herhaalde waarschuwingen van de VS om geen gewelddadige confrontatie met de Russen aan te gaan. Volgens een bron binnen de Georgische regering zou Saakasjvili zelf het opperbevel over zijn legers op zich hebben genomen om als triomfator, staand in zijn strijdwagen, Tschinvali binnen te kunnen rijden.

Saakasjvili’s voornaamste doel van de overhaaste actie was de hereniging van de beide separatistische provincies met het Georgische hartland. Als beloning voor die daad hoopte hij dit najaar alsnog aspirant-lid van de NAVO te mogen worden. Hij gokte erop dat hij Tschinvali zou hebben ingenomen voor de Russen in actie zouden zijn gekomen. Tenslotte zat zijn grote vijand Poetin bij de opening van de Olympische Spelen in Peking en wist Saakasjvili dat alleen hij het bevel tot de Russische opmars zou kunnen geven.

Een kleine vonk uit een der kampen deed in de nacht van 7 op 8 augustus de kanonnen vlammen. Twee dagen lang regende het Georgische granaten en raketten op Zuid-Osseetse doelen. Tegenvuur was er nauwelijks, zeggen journalisten en waarnemers die in het oorlogsgebied zaten.

De Russische tanks deden er inderdaad enige tijd over vanaf hun basis bij de Roki-tunnel, die Noord- en Zuid-Ossetië verbindt, Tschinvali te bereiken. Zolang ze er niet waren zette Rusland gevechtsvliegtuigen in om Georgische doelen te bestoken.

Dat Medvedev gisteren à la Poetin de hele wereld waarschuwde dat er een vernietigende Russische reactie zal volgen als Russische burgers, militairen en vredestroepen in de toekomst worden aangevallen, is veelzeggend. Een Russische soldaat liet zich dit weekend ontvallen: „We hebben bevel om naar Tbilisi op te rukken.”

    • Michel Krielaars