Regio’s vragen Rijk meer subsidie kunsten

Zes noordelijke kunstinstellingen willen een kwart meer subsidie van het rijk om hun ambities te kunnen waarmaken. Ze zeggen, net als alle provincies buiten de Randstad, dat met de nu voorgestelde verdeling van de subsidies over de Randstad en de regio’s de verhoudingen steeds schever worden.

De noordelijke kunstinstellingen zijn het fotofestival Noorderlicht, het Oerol Festival, het Noord Nederlands Orkest, het popfestival Noorderslag en de theatergezelschappen Tryater en PeerGrouP. Ze vragen in totaal 2,8 miljoen euro extra van het rijk. Ze zeggen dat het kabinet mooie woorden formuleert over het belang van cultuur, ook voor sociale samenhang en een vitale economie. „Maar het ontbreekt aan een stevig beleid om die woorden in de praktijk inhoud te geven.”

Volgens het laatste advies van de Raad voor Cultuur kan het noorden rekenen op een verhoging met 120.000 euro. Tegelijkertijd wordt 220.000 euro bezuinigd op het Noord Nederlands Orkest. Deze week wordt bekend hoe het Fonds voor de Podiumkunsten de subsidies over het land gaat verdelen.

Ook de directeuren van de orkesten in het noorden, het oosten, Gelderland, Brabant en Limburg constateren een scheve verdeling van de subsidies over het land. Ze vragen de subsidies met minstens tien procent te verhogen. Orkesten in de Randstad worden in de gelegenheid gesteld hun musici 10 tot 32 procent meer salaris te betalen dan die in de regio’s.

De Tweede Kamer heeft eind vorig jaar een motie aangenomen waarin minister Plasterk (Cultuur) werd gevraagd de kunst in de regio’s beter te subsidiëren. De provincies in het noorden, oosten en zuiden vragen om een kwart meer subsidie. Ze zijn ontevreden over de nieuwe verdeling die de Raad voor Cultuur heeft voorgesteld. De toename voor de regio’s is niet meer dan elf procent van het totaal, terwijl de Randstad er acht procent bij krijgt.

Op het gebied van de podiumkunsten is de situatie nog schever, zeggen de provincies buiten de Randstad. Zij krijgen er 11 procent bij, de Randstad 33 procent. Maandag overlegt minister Plasterk met provinciale vertegenwoordigers van het noorden, oosten en zuiden over de convenanten die de subsidieverhoudingen tussen rijk en provincies regelen.