Israël laat bekende gevangenen gaan

Onder 199 Palestijnse gedetineerden die Israël volgende week vrijlaat ter ondersteuning van de positie van zijn Palestijnse onderhandelingspartner Mahmoud Abbas, zijn twee van Israëls bekendste gevangenen. Het gaat om Said al-Atabeh (57), een leider van het Democratisch Front voor de Bevrijding van Palestina (DFLP), die in 1977 werd opgepakt en tot levenslang veroordeeld, en Mohammed Abu Ali, die sinds 1980 vastzit.

Atabeh, die verantwoordelijk zou zijn voor een bomaanslag waarbij een Israëlische vrouw werd gedood, geldt bij het Palestijnse publiek als symbool voor alle 11.000 Palestijnen in Israëlische gevangenissen. Abu Ali werd tot levenslang veroordeeld wegens de moord op een Israëlische kolonist en later nog eens wegens moord op een medegevangene die hij verdacht van collaboratie met Israël. Hij werd bij de Palestijnse verkiezingen gekozen als parlementslid voor president Abbas’ Fatah.

Net als de recente vrijlating van de veroordeelde Libanese extremist Samir Qantar bij een uitwisseling met Hezbollah, ontmoet de vrijlating van deze gevangenen ‘met bloed aan hun handen’ scherpe kritiek van politici. Onder anderen de ministers Dichter en Mofaz stemden in de ministerraad tegen het besluit hen te laten gaan. Volgens hen ondermijnt dit de onderhandelingen over de vrijlating van korporaal Shalit, die al ruim twee jaar door de fundamentalistische Palestijnse organisatie Hamas in de Gazastrook wordt gegijzeld. Andere Israëlische functionarissen wezen echter op het belang van het feit dat de Palestijnse burgers zien dat de vredesonderhandelingen resultaten hebben. (Reuters, AP)