IOC negeert slachtoffers München ’72

Het Internationaal Olympisch Comité weigert de Israëlische slachtoffers van de Palestijnse aanslag bij de Spelen in München te herdenken. Tot woede van de nabestaanden.

Ankie Spitzer en Ilano Romano, twee weduwen van Israëlische slachtoffers van de Palestijnse terreuraanslag in 1972 bij de Olympische Spelen in München, riepen het Internationaal Olympisch Comité (IOC) gisteren opnieuw op om de elf doden te herdenken. Dat hebben zij al meermalen gedaan, maar tot nu toe tevergeefs. Beide vrouwen geven hun strijd niet op. In Peking herhaalden zij, ten overstaan van vier IOC-leden, hun appèl tijdens een emotionele herdenkingsbijeenkomst van het Israëlisch olympisch comité.

Voor Spitzer, die in Nederland ook bekend is als Nova-correspondente Ankie Rechess, is het niet te bevatten dat het IOC niet de moed heeft de druk van Arabische landen te weerstaan. Volgens haar is dat de enige reden dat de slachtoffers worden genegeerd. Spitzer: „Ik schrijf al jaren brieven aan het IOC en heb de voorzitters Juan Antonio Samaranch en Jacques Rogge er persoonlijk op aangesproken, maar steeds verschuilen ze zich achter de neutraliteit van het IOC. Waarom? De slachtoffers waren leden van de olympische familie, geen toeristen of passanten.”

Spitzer, de weduwe van schermcoach André Spitzer, zou graag zien dat de IOC-voorzitter in zijn traditionele toespraak tijdens de openingsceremonie van elke Spelen de aanslag aanstipt. „De naam van Israël hoeft niet eens genoemd te worden. Als er maar even bij de grootste tragedie uit de olympische geschiedenis wordt stilgestaan. Niet uit wraak, daar zijn wij niet op uit. Maar als familie van de slachtoffers willen wij erkenning van het IOC, want die zwarte bladzijde verdwijnt nooit.”

Bij voorkeur zou Spitzer zien dat het IOC in elke olympische stad een monument voor de slachtoffers van ‘München 1972’ opricht. Maar die wens heeft ze al laten varen. Alleen tijdens de Spelen in Sydney (2000) is een permanente memorial place gecreëerd. Maar die is buiten het IOC tot stand gekomen op initiatief van de joodse gemeenschap in die stad. Het is dat het Israëlische olympische comité bij elke Spelen, zowel bij vertrek van de ploeg in Tel Aviv als in de olympische stad, een herdenkingsbijeenkomst houdt, anders zou de aanslag in München worden doodgezwegen.

Dat mag nooit gebeuren, zei Spitzer in haar toespraak. „IOC, neem na 36 jaar eindelijk je verantwoordelijkheid, want de aanslag is geen Israëlische zaak, maar gaat de hele wereld aan. En het is onze taak de wereld eraan te blijven herinneren wat er in 1972 is gebeurd.”

In de nacht van 4 op 5 september drongen in het olympisch dorp acht leden van de Palestijnse terreurbeweging Zwarte September het appartement van de Israëlische ploeg binnen. Elf sporters, coaches en officials werden gegijzeld. Nadat er twee Israëliërs ter plekke werden doodgeschoten, vonden negen anderen de dood op vliegveld Fürstenfeldbruck tijdens een vuurgevecht tussen de politie en de gijzelnemers, van wie er vijf werden neergeschoten. Ook vond een Duitse politieman de dood. Na onderbreking van een dag besloot het IOC, tot ontzetting van velen, de Spelen voort te zetten. De toenmalige voorzitter Avery Brundage sprak destijds de legendarische woorden: ‘The Games must go on.’

In een reactie op de oproep van de weduwen Spitzer en Romano bevestigde Thomas Bach, de Duitse vicevoorzitter van het IOC die de herdenkingsbijeenkomst bijwoonde, dat het IOC zijn neutraliteit wil bewaken. Hij ontkende dat die opvatting wordt ingegeven door angst voor opstandige reacties van Arabische wereld. Een standpunt dat Zvi Varshaviak, voorzitter van het Israëlische olympisch comité, deed meesmuilen. „Bach wil na Rogge voorzitter van het IOC worden. Dat kan alleen met steun van de moslims. In dat opzicht verschilt het IOC niet van de Verenigde Naties.”

Opvallende spreker bij de herdenkingsbijeenkomst was Ghaleb Majadle, de Israëlische minister van Sport. Hij is lid van de Arbeidspartij van Ehud Barak en de enige Arabier in het kabinet. Gevraagd naar zijn gevoelens bij de herdenking zei Majadel diplomatiek een man van vrede te zijn en de Spelen bij uitstek een platform te vinden voor verbetering van relaties tussen Israëliërs en Palestijnen.

Grote afwezige was IOC-voorzitter Rogge. Hij liet zich vertegenwoordigen door zijn voorganger en erevoorzitter Samaranch. Naast vicevoorzitter Bach waren verder nog de IOC-leden Alex Giladi uit Israël en Walter Tröger uit Duitsland aanwezig. Voor laatstgenoemde was het ook een emotionele bijeenkomst. Tröger was in 1972 burgemeester van het olympisch dorp en nauw betrokken bij de onderhandelingen met de gijzelnemers. Hij onderhoudt nog steeds nauwe contacten met de nabestaanden van de slachtoffers.

    • Henk Stouwdam