Hij legt de lat heel hoog

Mirella Molenschot (33) leert katheteriseren van Matthias Freund.

Ze voelt zich prettig bij haar leermeester, maar vindt hij haar goed genoeg?

Hij is niet het type dat met instrumenten gaat smijten door de OK. Bullebakken vind je niet gauw onder kindercardiologen. Je hebt met ouders te maken die hun teerste bezit aan jou komen overdragen. Dat moet je zien zitten als arts.

Matthias is juist het tegenovergestelde. Heel bescheiden en afwachtend. En stil. Zo stil dat ze nou weleens wil horen wat hij van haar vindt. Desnoods via de krant.

Hij is Duits, dat zal er wel mee te maken hebben. Duitsers zijn wat gereserveerder. En in Duitsland zijn de ziekenhuizen hiërarchischer. Niet dat Matthias zich dominant opstelt, absoluut niet. Maar die terughoudendheid. Hij zal niet zo snel vragen hoe je weekeinde is geweest.

Ze staat vaak met hem aan de katheterisatietafel. Dat leert ze van hem, hartkatheterisatie. Ze moet er honderd doen voor ze klaar is met haar opleiding in het Wilhelmina Kinderziekenhuis, ze zit op zestig.

Ze voelt zich prettig bij hem. Alleen is hij soms zo zwijgzaam. En als hij wat zegt, begrijpt ze zijn intonatie niet altijd. Wat bedoelt hij precies? Dat ze het zo goed doet? Of juist niet?

Katheteriseren is technisch werk. Je hebt een kind onder narcose, anders ligt het niet stil. In de lies prik je een ader of slagader aan. Dat is spannend, want als je dat lomp doet kan het kind enorme bloeduitstortingen krijgen. Dan kun je niets meer met die kant. In de slagader breng je plastic buisjes aan, waar je slangetjes doorheen duwt tot aan het hart. Als je het goed doet, want je kúnt ook in de nieren uitkomen. Dat aanprikken lukt soms niet. Hoe jonger het kind, hoe moeilijker. Dan neemt Matthias het over, je kunt niet blijven prikken. Het is natuurlijk wel een tikkeltje balen als hij dan in één keer raak prikt.

Om het hart te kunnen bereiken, moet ze manoeuvres leren van Matthias. Beetje draaien, de slang wat opvoeren, een lus maken om in een hoekje te komen. Geeft een kick als het lukt. Het zijn trucjes. Héél leuk om te leren. Nee, interessant. En belangrijk, dat ook. Jonge kinderen horen niet doodziek te zijn.

Het kost Matthias wel moeite om haar even te laten proberen. Hij zit zich dan te verbijten, denkt ze: níét ingrijpen, níks doen.

Met zo’n katheter in het hart kun je van alles: druk opmeten, gaatjes dichten met miniparapluutjes, een klep openblazen met een ballonnetje. Hoeft het kind niet helemaal open. Het kan in een uurtje gebeurd zijn. Het kan ook vier uur duren.

Matthias wil het zo snel mogelijk. Het kind mag niet te lang onder narcose zijn, niet te veel röntgenstraling krijgen. Maar hij wil ook alles te weten komen. En alles zelf doen.

Matthias gaat niet snauwen als het niet lukt. Hij wordt eerder onrustig en druk, dan zegt hij nóg minder. Als hij dan zo door de gang vliegt, wil ze soms zeggen: kan ik iets voor je doen? Maar hij geeft niet zo makkelijk iets uit handen.

Hij legt de lat ook heel hoog. Na een paar maanden wilde ze weleens weten of ze die lat kon halen. Moest ze wel zelf aanvragen, dat gesprek. Hij was tevreden, zei hij. Ze was niet te ruw, had de vaardigheden goed in de vingers. Hij is er alleen niet over te spreken dat ze woensdag vrij is. Moet hij de voorbereidende gesprekken alleen doen, want donderdag is katheterisatiedag.

Dat Matthias zo bedachtzaam is, zou ze van hem willen leren: langer nadenken voordat ze iets roept. Eerst alle gegevens bekijken. Dan de opties afwegen. En dan pas besluiten. Zij is een flapuit, roept sneller iets. Kijk eens wat voor spraakwater ze nu weer heeft.

Ze heeft weleens huilend over de gang gelopen. Doet ze niet wekelijks, hoor. Ze moest vocht uit een hartzakje zuigen, voor het eerst, met een hartchirurg erbij. Opeens stond de hele OK vol, ze werd er zenuwachtig van. De naald ging te schuin en het vocht was veel te rood, ze had er helemaal geen fijn gevoel bij. En het was ook nog eens vijf uur. Om kwart voor zes moest ze haar kinderen ophalen.

Bleek dat ze niet op de goede plek zat met die naald. De hartchirurg moest het borstbeen van het kind weer een stukje openmaken. Moet ook als je het helemaal niet probeert met een naald, maar toch. Ze vond het verschrikkelijk. En ze kon niet eens zien hoe het afliep. Toen moest ze huilen, van de stress.

Matthias zag het en zei: het is goed dat je ziet dat wat simpel lijkt, niet simpel is. Hij zei ook dat het kon gebeuren. Er was geen ramp gebeurd.

Ze leert hem nu wel kennen. Als een katheterisatie lekker verloopt, gaat hij grapjes maken. Dan vindt hij het goed gaan, weet ze nu.

    • Carola Houtekamer