Het busje komt te laat en soms helemaal niet

1.800 leerlingen van het speciaal onderwijs worden sinds gisteren weer met 350 busjes door Amsterdam naar school vervoerd. Dat is niet zo eenvoudig, blijkt in de praktijk.

Een busje van Connexxion brengt leerlingen naar de Alphons Laudyschool voor zeer moeilijk lerende kinderen in Amsterdam-Osdorp. Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Vervoer van oa Connexxion van leerlingen in het speciaal onderwijs naar de ZMLK school Alphons Baudy in Osdorp Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 19-08-2008 Boyer, Maurice

Amsterdam, 19 aug. - Om kwart over negen zwaait de deur van de school open en haasten een vader en zoon zich naar binnen. „Het busje was vergeten hem op te halen”, zegt vader Van Dijk tegen de directeur van de Professor Waterinkschool. „Ik moest dus van een klus naar huis om hem even te brengen.” School begint om half negen. Zo’n telefoonnummer dat je kunt bellen als het busje niet komt, is leuk, zegt Van Dijk even later, „maar als niemand opneemt, heb je er niks aan”.

Gisteren gingen de middelbare scholen in Amsterdam weer open en prompt liep het leerlingenvervoer voor het speciaal onderwijs in de soep. Elke dag vervoeren meer dan 350 busjes 1.800 basis- en middelbare scholieren kriskras door de stad naar de tientallen speciale scholen. Scholen voor dove, blinde, moeilijk opvoedbare, autistische of anderszins gehandicapte kinderen.

Dat is geen eenvoudige klus, zo blijkt. Sinds de gemeente het contract in 2005 gunde aan busbedrijf Connexxion klagen ouders en scholen. Files en wegwerkzaamheden vertragen de busjes, evenals het gebrek aan chauffeurs, zwakke coördinatie en verkeerde gegevens. De gemeente legde Connexxion vorig schooljaar zelfs een boete op van 175.000 euro wegens slechte dienstverlening.

Iedere leerling die verder dan vier kilometer van zijn speciale school woont, heeft recht op gratis vervoer als zijn ouders hem niet kunnen brengen. Goedkoop is dit recht niet. Alleen al Oost-Watergraafsmeer bijvoorbeeld, één van de vijftien Amsterdamse stadsdelen, besteedt er jaarlijks 350.000 euro aan.

Eenvoudig te regelen is het ook niet. Ouders moeten elk jaar opnieuw bij het stadsdeel een vervoerspas aanvragen. De school moet vervolgens bevestigen bij het stadsdeel dat dat kind het dure vervoer echt nodig heeft. En Connexxion moet op de hoogte worden gebracht waar alle kinderen wonen en naar welke school ze gaan. Individuele klachten van scholen en ouders komen terecht bij het stadsdeel (of Connexxion) dat ze weer doorgeeft aan de centrale Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling van de gemeente. Want die is opdrachtgever.

Soms komt het busje helemaal niet en soms levert hij het kind af op een verkeerde school. Vaak komt hij veel te laat. Op de Alphons Laudyschool voor ‘zeer moeilijk lerende’ middelbare scholieren werden groepjes leerlingen die om 15.15 uur ‘uit’ zijn vorig schooljaar regelmatig pas om vijf uur ’s middags opgehaald. „Het lastige is dat je nooit weet hoe lang het gaat duren: een kwartier of anderhalf uur”, zegt directeur Francesca Knol.

Die onberekenbaarheid compliceert het toch al moeizame sociale leven van deze kinderen, vertelt directeur Ton Pijpers van de Professor Waterinkschool. „Als je in een dorp buiten Amsterdam woont en je hebt daar je vriendjes, kun je door de week nooit met hen afspreken. De ene keer kom je om vier uur thuis, de andere keer om half zes.” Hij kent een leerling die van zwemles af moest, omdat het busje hem steevast te laat thuis bracht. Inherent aan speciaal onderwijs is dat de leerlingen, en dus schoolvriendjes, verspreid over vele kilometers wonen. „Dus thuis afspreken met schoolvriendjes is ook al lastig”, zegt Pijpers.

Connexxion wijst erop dat het alles heeft gedaan om chauffeurs te werven, ook in Amersfoort en Zaandam, waar het tekort vorig schooljaar nijpend was. Maar, legt de woordvoerder uit, het systeem lijdt onder een vliegwieleffect: is één busje vertraagd, dan zijn zeven kinderen te laat op school. „Gaat er met tien van de 350 routes iets mis, dan heb je het over zeventig kinderen.”

Toegegeven, zeggen de scholen, de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (DMO) van de gemeente Amsterdam belt deze eerste schoolweken elke dag dertig scholen om de ervaringen in kaart te brengen.

Vorige week, toen alleen de basisscholen waren begonnen, turfde DMO al 122 administratieve fouten. Dat ligt aan de ouders en scholen. „Zij geven veranderingen niet altijd op tijd door”, zegt de woordvoerder van DMO. „Dus dan staat het busje voor de deur en dan blijkt het gezin te zijn verhuisd of de ouders te zijn gescheiden of het kind naar een nieuwe school te moeten.” Zo’n fout, en alle ergernis eromheen, veroorzaakt vertraging, waardoor andere kinderen ook te laat komen.

Alleen al goede routes uitstippelen, is lastig. Elk busje haalt zeven kinderen op, waardoor sommigen bij vertraging anderhalf uur in de bus zitten ’s ochtends én ’s middags, vertelt directrice M. Kruse van basisschool De Meander. „Dat is te lang voor deze kinderen, ze worden er onrustig van”. Op de eerste schooldag vorige week, werden acht van haar 76 leerlingen helemaal niet gebracht.

En dan de nieuwe chauffeurs. Die hebben geen ervaring met gehandicapte kinderen, zegt Huib van Manen, adjunct-locatiedirecteur van de Alphons Laudyschool voor kinderen in de basisschoolleeftijd. „Veel van onze kinderen hebben een gewoon uiterlijk, maar begrijpen eenvoudige aanwijzingen niet. Ze kunnen ook driftbuien krijgen zoals een peuter. Dat kan onrust geven in de bus, zeker als kinderen er een uur inzitten. Het is dan lastig voor de chauffeur om zijn aandacht bij de weg te houden.”

    • Frederiek Weeda