Eindelijk daalt de euro en kan herstel beginnen

De koersdaling van de euro ten opzichte van de dollar zorgt voor verlichting voor de Europese economieën. De inflatiedruk in de eurozone zal afnemen, betoogt Melvyn Krauss.

Tekening Wolfgang Ammer Ammer, Wolfgang

De euro daalt sterk. De afgelopen maanden is hij tegenover de Amerikaanse dollar met bijna tien procent gezakt, na een record van $1,6040 – en het eind is ongetwijfeld nog niet in zicht. Is dit voor Europa goed of slecht nieuws?

Het is beide.

Het slechte nieuws komt voort uit de oorzaak waardoor de gemeenschappelijke munt een koersval doormaakt. De valutamarkten zijn verrast door de onlangs gebleken zwakte van de Europese economieën en hebben daarom de euro in de verkoop gedaan.

Het goede nieuws is dat de inzakkende euro de economisch zwakke punten van Europa corrigeert. Het is precies de pil die Europa nodig heeft om beter te worden.

Hoe dan? Ten eerst steunt de dalende munt de export door in een slappe tijd de concurrentiepositie van Europa op de wereldmarkten te versterken.

Recente statistieken laten zien dat de economie van de eurozone een versterkte concurrentiepositie hard nodig heeft. De import stijgt twee keer zo snel als de export, blijkt uit de cijfers voor juni. Het handelstekort in juni komt daarmee op drie miljard euro, het grootste tekort sinds augustus 2006 en drie keer zoveel als het tekort in mei.

Dit weegt vooral zwaar voor meer zuidelijk gelegen landen als Frankrijk, Italië en Spanje, die economisch zwaar te lijden hadden van de keiharde euro.

Dat zou enige verlichting moeten brengen in de spanningen in en de druk op de Europese cohesie die het gevolg waren van de sterke euro, waardoor de zuidelijke eurolanden tegenover hun noordelijke buren waren komen te staan.

Critici van de Europese Centrale Bank (ECB), zoals president Sarkozy van Frankrijk en premier Berlusconi van Italië, die geheel ten onrechte de ECB – in plaats van de sterke Europese groei – de schuld gaven van de harde euro, zouden er nu het zwijgen toe moeten doen.

Ten tweede zal de dalende euro – met zijn tegenhanger, de stijgende Amerikaanse dollar – de Europese economieën een extra stimulans geven door de prijs van ruwe olie en andere grondstoffen op de wereldmarkt te doen dalen.

De cruciale relatie tussen ruwe olie en internationale valuta’s werkt als volgt.

Tot voor kort werden de markten – op grond van de economische indicatoren – beheerst door het paradigma dat de Verenigde Staten relatief zwak stonden ten opzichte van de wereldeconomie als geheel. Daarom daalde de dollar.

Intussen stegen de prijzen van grondstoffen als ruwe olie, metalen, granen enzovoort, omdat algemeen de overtuiging heerste dat ondanks de zwakte van de VS de mondiale groei sterk was.

Ongeveer een maand geleden is dat paradigma omgeslagen van een krachtige naar een zwakke wereldeconomie. Dat was een gevolg van verschuivingen in de economische indicatoren in Europa, Japan en Groot-Brittannië, waaruit bleek dat die economieën achteruitgingen, terwijl de Amerikaanse economie stabiel bleef.

De economie van de eurozone is in het tweede kwartaal met 0,2 procent gekrompen – voor het eerst sinds de invoering van de euro in 1999 – en de Japanse economie met 0,6 procent. De Amerikaanse economie stond er in die periode lichtelijk positief voor.

Daarom zijn de euro, de Japanse yen en het Britse pond allemaal gedaald ten opzichte van de Amerikaanse munt.

Omdat nu het paradigma overheerst dat de wereldeconomie zwak is in plaats van sterk, is de vraag naar grondstoffen gedaald.

Dat is goed nieuws voor de strijd tegen de Europese inflatie. Omdat het Europese inflatieprobleem in wezen ‘geïmporteerd’ is van de mondiale grondstoffenmarkten, zal de verwachte daling van de grondstoffenprijzen als het goed is het Europese inflatieperspectief verbeteren, zelfs al daalt de euro. Het gaat niet van de ene dag op de andere, maar het gebeurt wel.

Naar verwachting zal in de nieuwe mondiale situatie de inflatiedruk afnemen, omdat vertraging in de mondiale groei de druk op de natuurlijke hulpbronnen in de wereld verlicht. Waarom zou Europa daarvan zijn vrijgesteld of ‘losgekoppeld’?

Daarom hoeven de Europeanen zich niet te veel zorgen te maken over hun dalende munt – al zullen koopjesvakanties in de VS tot het verleden behoren. De overdreven sterke euro maakte deel uit van een overspannen internationale economie. De munt had een correctie nodig, en die krijgt hij nu.

Er is nóg een reden waarom de daling van de euro en de grondstoffenprijzen niet zo’n slechte zaak hoeft te wezen.

Europa en de Verenigde Staten zoeken op het moment moeizaam naar een effectief antwoord op het harde, agressieve optreden van Rusland in Georgië. Dat is niet eenvoudig. Uitdrukkelijke sancties – militair, politiek, economisch of diplomatiek – zijn moeilijk te realiseren.

Maar de stijgende dollar kan de Russen de wind uit de zeilen nemen door hun energie-inkomsten aan te tasten. Hoe minder financiële armslag de Russen hebben, hoe minder kwaad ze kunnen aanrichten.

De amorfe valuta- en grondstoffenmarkten zijn precies het soort tegenstanders die het Kremlin de voet dwars kunnen zetten. Want tegen wie zouden de Russen hun agressie moeten richten om te verhinderen dat de onpersoonlijke krachten van de markt zich tegen hen keren?

De overgang van het oude naar het nieuwe paradigma betekent dat de bad guys – Rusland, Iran, Venezuela – over minder middelen zullen beschikken om rotzooi te trappen.

Melvyn Krauss is verbonden aan het Hoover-onderzoeksinstituut van Stanford University.