Amsterdam en Zuidas

De ontwikkeling van de Amsterdamse Zuidas stagneert. Dit gebied langs de zuidelijke ringweg tussen ArenA en Schiphol moet een hoogwaardig centrum worden voor de hoofdkantoren van banken, bedrijven en dienstverleners als advocaten. Er wordt druk gebouwd. Toch is de financiering van een ingenieuze autobaantunnel, gecombineerd met een ondergronds trein- en metrostation plus woonwijken nog lang niet rond. Deze bundeling van infrastructuur zou de kroon op dit publiek/private project moeten zijn.

Het Rijk en de gemeente zouden ieder voor 20 procent deelnemen in de nog op te richten Zuidasonderneming. Maar de particuliere financiers vinden de risico’s nu te groot om de overige 60 procent voor hun rekening te nemen. Hun reserves zijn begrijpelijk. Er staan in en rond Amsterdam momenteel veel kantoren leeg. Ook aan de Zuidas is nog lang niet alle kantoorruimte verhuurd.

Deze terughoudendheid zou ook voor Amsterdam reden moeten zijn om pas op de plaats te maken. Het is niet verstandig als de gemeente, bij ontstentenis van particulier kapitaal, alles zelf gaat betalen. Amsterdam heeft al te veel andere projecten onder handen waarvan de oplevering steeds duurder wordt en alsmaar moet worden uitgesteld. Zoals de nieuwe ondergrondse Noord/Zuidlijn, die op veel technische obstakels stuit en extra kosten met zich meebrengt. Deze zomer verzakten er zelfs huizen door lekkages in damwanden. De opleverdatum is daarom al een aantal malen uitgesteld.

Daar blijft het niet bij. Ook Stedelijk Museum en Scheepvaartmuseum worden herbouwd. Plus het Rijksmuseum dat hopelijk ooit een keer open gaat. En ook de nieuwe wijk IJburg is niet af.

Geen wonder dat het tegenwoordig zo moeilijk is om aannemers te krijgen. Ze hebben het druk en kunnen dus veel vragen voor hun werk.

Daar komt nog bij dat door de hoge brandstofprijzen en de economische malaise in de Verenigde Staten het vliegverkeer op Schiphol terugloopt. De nieuwe vliegtaks en de onttrekking van vermogen aan Schiphol door de uitkering van een ‘superdividend’ aan overheden die de luchthaven in eigendom hebben, maken de situatie er niet beter op.

Niettemin moet de Zuidas verder worden ontwikkeld al was het maar om de reeds gebouwde kantoren te faciliteren. De locatie (knooppunt tussen trein, metro, auto en vliegtuig) blijft gunstig. Maar de gemeente zou best een tijdje kunnen afzien van het dure dokmodel, waarbij alle verkeer ondergronds gaat. Als particuliere financiering ontbreekt, kan de gemeente altijd nog goedkopere varianten bedenken. Het station kan bijvoorbeeld ook bovengronds worden uitgebreid. Een bijkomend voordeel van die variant is dat de uitvoering van zo’n project niet alleen minder geld kost, maar ook technisch minder riskant is.

De gemeente moet zich nu dus niet in een hoek laten drukken door weigerachtige particuliere financiers. Uiteindelijk is er geen behoefte aan weer nieuwe zandhopen die te lang blijven liggen wegens technische problemen en geldgebrek.