Alleen hondenpoep en humor zijn over

Amsterdam is een keurige stad geworden, constateert een Belgische filmregisseur die een film maakt over de kraakbeweging in de jaren zeventig. „Alleen de humor is anarchistisch gebleven.”

Demonstranten dragen een spandoek met de tekst: ‘Afbraak? Waar blijft de opbouw?’ Op een podium braakt een actieleidster haar woede over de komende sloop van enkele historisch panden. „Hebben wij kantoren nodig?”, vraagt ze. „Nee”, roept de menigte, waarin leren jasjes en kleurige truien overheersen.

– „Wat is ons recht?”

– „Wonen!”

– „Ik roep op tot een beetje burgerlijke ongehoorzaamheid. Laten we de panden bezetten. Dood aan de speculatie.”

Applaus klinkt, vuisten gaan de lucht in. Dan zet de menigte zich haastig in beweging.

Op een regenachtige maandagmorgen lijkt de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt opnieuw in de greep van krakersdemonstraties. In werkelijkheid is het straatje op de wallen het decor van opnamen voor My queen Karo, een film van de Belgische regisseuse Dorothée van den Berghe. De Belgisch-Nederlandse co-productie (budget ruim twee miljoen euro) belicht de hippie- en krakerstijd in Amsterdam. De filmmakers zijn hier voor enkele weken neergestreken.

Over het actieverleden van Nederland is een debat losgebroken na de onthullingen van Tweede Kamerlid Duyvendak die adressen van ambtenaren bleek te hebben verspreid. Van Den Berghe kent de kwestie niet, maar is verbaasd over de val van de GroenLinks politicus. „Het is opvallend dat iets waarom Nederland bekend stond – het actiewezen – nu omstreden is.”

Haar film speelt overigens in een tijd dat het krakerswezen zijn onschuld nog niet verloren had, ergens in de eerste helft van de jaren zeventig. „Met behulp van het krakersarchief in Amsterdam heb ik een periode gekozen tussen de ankerpunten in”, vertelt Van Den Berghe. Dus na de bezetting van het Maagdenhuis (1969), maar voor de rellen op de kroningsdag (1980). „Zo kreeg ik de vrijheid om een subjectieve film te maken over een tijd waarin Amsterdam met San Francisco de hippiehoofdstad van de wereld was.”

My Queen Karo is een heel persoonlijke film van de regisseuse, die doorbrak met het subtiele Meisje (2002). De negenjarige Karo verhuist met haar ouders van België naar Amsterdam en gaat daar wonen in een hippiecommune in een kraakpand. De Belgische Van Den Berghe woonde tot haar achttiende in de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt: „Ik zat hier op een heel anti-autoritaire school.”

De opnameleider roept: „De regen is voorbij. Paraplu’s weg. Klaar voor opnamen.” Een visagiste maakt het kapsel van de Nederlandse actrice Maria Kraakman, die actieleidster speelt, wat slordiger. Dan lopen de figuranten voor de zoveelste keer naar de gracht, waar een oude Renault 16 met blauw kentekenbord staat. Een setassistent duwt enkele trage figuranten, zodat ze wat sneller door het camerabeeld lopen.

Amsterdam is veranderd, zegt Van Den Berghe. „Ik kwam vaak op de Zeedijk, omdat daar vrienden van ons woonden. Ik vond het heel erg eng. Veel ramen waren dichtgetimmerd, de sfeer op straat was heel luguber. Ik had er altijd nachtmerries van, als ik daar weer heen moest. Nu is de straat veel meer opgepolijst, net als de hele stad trouwens.”

Daarbij is ook wat verloren gegaan, vindt de filmmaakster: „De vrijheid, het ludieke, het fantasierijke.” Ze herinnert zich hoe mensen uitbundig gekleed gingen, zoals de straatkoningin Fabiola. „Mensen hadden bakfietsen, waarin een hele wereld zat. Dat soort dingen zie ik niet meer.”

Het begint hard te regenen en de paraplu’s worden weer opgestoken. Bij het verplaatsen van een spandoek met de tekst ‘speculatie = bloedgeld’, trapt een medewerker bijna in de hondenpoep. „Het blijft Amsterdam”, zegt een collega. Van den Berghe maant Kraakman zachtjes tot rust in een dialoog: „Pak je tijd.”

In de pauze rust Maria Kraakman even uit op een geel spandoek met het citaat ‘eigendom = diefstal’. Niet alles is anders in Amsterdam, vertelt Dorothée Van Den Berghe: „In een stomerij hier zei een klant dat-ie over de grachten was gekomen. Toen vroeg de man van de stomerij meteen: ‘Ben je komen zwemmen?’ In die humor zit iets anarchistisch – en die humor is gebleven.”

My Queen Karo komt in 2009 uit. De film drijft op de 11-jarige hoofdrolspeelster Anna Franziska Jaeger die in slechts 3 van de 149 shots ontbreekt. „Ik hoop dat de kijker zich laat meeslepen door haar”, zegt Van Den Berghe. „En ik ben benieuwd wat Amsterdammers vinden van de manier waarop een Belgische hun geschiedenis belicht.”

    • Karel Berkhout